Het is koud, nat en akelig. En toch is het woensdag.

Dus maar door de knieën voor die kleine puntjes narcissen en hyacinten die boven komen. Ik heb altijd moeite met zo’n bladzijde klein spul want het wordt altijd rommeliger dan me lief is. Je zou ook een verzamelpagina kunnen maken met kaders, maar dat is meer iets voor binnen.

Ik teken de mooie Helleborus, een heel donkerrode die purpurascens heet. Hij zit nog in knop maar krijgt oprachtig ‘zwarte’ bloemen. En het blad is prachtig gemarmerd. Eigenlijk moet ik hem meer vooraan in de tuin zetten, dan zie je hem beter.

Anyway, er is hoop. Natuurlijk is er hoop: al die puntjes gaan bloeien, corona of geen corona.

Ik werd heel zachtjes en heel vroeg wakker gemaakt, en terecht: sneeuw!!

Wat een feest is dat toch. Alles is anders, alles heeft een andere gedaante. Dus meteen aankleden en de tuin in om foto’s te maken, sterker nog, mijn schetsbladzijde, uitgerekend vandaag. Dat is nog eens boffen. Ik teken de Tsuga canadensis, of liever, ik teken alleen dat wat Tsuga is, de rest blijft wit. Het is een beetje lastig, want het regent-sneeuwt ook nog en dus wordt mijn papier nat. Maar ja, die vlekken geven het allemaal wel iets authentieks.

Ik ben enthousiast. En ik merk dat ik dan anders schrijf: hobbeliger.

Dat is eigenaardig. Ik heb een schets gemaakt van de regenboog en de kleuren moest ik onthouden. Niet alleen omdat ik die niet bij de hand had, ook omdat die zware hagelbui vrijwel meteen naar beneden kwam. Dit was dus wel een heel snelle schets.

Maar wat zo vreemd is, zijn de kleuren. Ik wist dat ‘rood, oranje, geel, groen, blauw, indigo, violet’ bijna nooit klopt, maar iets zoals dit heb ik nog nooit gezien. En toch is dat wat ik heb onthouden op weg naar mijn aquareltafel: lichtgroen, citroengeel en roze-paars. Ik kan me niet voorstellen dat dit goed is. Nou ja, niemand kan het controleren.

Dat ons huis hoger op de wierde staat dan dat van de achterburen, is hier heel goed te zien. Het fijne is dat je daardoor altijd veel van de lucht ziet. En de mooie takken van de es, die al een beetje groenig kleuren, zeker met dat felle straaltje zonlicht. ‘Een gemene, vieze lucht’, zei mijn oma altijd, met een zurig vertrokken gezicht.

Eerst sneeuwde het. Toen was ik besluiteloos over het begin. Toen dacht ik dat ik eerst de tuin moest ‘voorstellen’. Toen regende het. Dat heet allemaal gewoon uitstellen.

Dus toen ben ik gewoon begonnen. Wat me het eerste opviel waren de zwartbruine bladeren die ik zorgvuldig over mijn jonge plantjes gestrooid had bij wijze van mulch. Ik ben er nog speciaal voor naar een linde gegaan, omdat lindeblad sneller verteert in het voorjaar. Met emmers vol ben ik heen en weer gelopen naar mijn tuin om tenslotte alles wat kwetsbaar is, te beschermen. ‘Alles van waarde is weerloos’, schreef Lucebert. Nou, die bladeren dus; die lagen allemaal naast de tuin op de stoeptegels, omdat de merels zo nodig moeten woelen naar beestjes. En ik heb vijf merels in de tuin, en die maken met z’n allen een behoorlijke puinhoop. Ze staan te schudden als kippen en met hun snavel te wroeten.

Nou ja, ze moeten ook eten en kunnen niet naar de Spar. Ik zal ze wat extra insectenvoer geven.

De laatste column van het jaar 2020. En ik hoefde niet ver te zoeken, want toen ik langs de kerktuin liep zag ik dat de vorig jaar geplante Helleborussen allemaal bloemknoppen hebben. Allemaal! En ze zijn geplant als minuscule stekjes. Zo klein dat er een aantal weggeschoffeld is geweest.

Dus ik ben door mijn knieën gegaan met mijn boekje op het lage muurtje. En dan even snel zo’n ingewikkelde knop schetsen viel niet mee. Gelukkig is het niet de eerste keer. Er zitten meerdere knoppen bij elkaar in een bundel. En het geheel, met lichtgroene schutbladen komt met een dikke steel uit de bruine grond. Symbolischer kan het niet.

Voeg daarbij de ‘eeuwig’ groene Hedera en je hebt een nieuwjaarskaart waar Hallmark niet tegenop kan. En ik ook niet. Op naar 2021.