Na weken van harde regen, storm en kou is het eindelijk iets langer dan een half uurtje droog. Dus ik doe een rondje door de tuin en probeer mijn handen op mijn rug te houden. Ik bedoel dat ik niet moet gaan trekken aan dode stengels en zo. Gewoon afblijven, en rustig wachten tot het zichzelf allemaal omhoog duwt. Alleen maar kijken wat er allemaal staat. Ik zie puntjes van Persicaria. Ik zie nieuwe bladeren van Hemerocallis. Ik zie tulpjes. Ik zie rozetjes van primula’s. Nou ja, en zo nog honderd dingen. Afblijven, Tru.

Ik zit dit jaar voor het eerst in mijn boshoekje, achterin de tuin, met uitzicht op ons huis en dat van de buren. Dat hoekje wordt straks een hommelparadijsje. Ik heb er van alles geplant wat hommels lekker vinden omdat het een warm, windstil plekje is. Diep weg in de tuin, op het laagste punt van de wierde op ons terrein. Met een leuk uitzicht op de omringende huizen die verspringen omdat ze op de helling staan. Ik heb het eerder getekend, maar ieder jaar treft het me weer hoe uniek en bijzonder dit eigenlijk is. De kerktoren en de grote kastanjeboom op de achtergrond.

Ik ben dan wel geen hommel, maar ook ik geniet hier van het uitzicht en de warmte in het vroege voorjaar. Vanmiddag zou het ongeveer 9 graden worden. Alles is klaar: er staat Tranchystemon, mijn fantastische vroege blauwe bloeier, een treurwilgje en twee soorten crocus. Tot vanmiddag jongens!

Ik ben bezig om de hele tuin te inventariseren. Ik ben nu vier jaar bezig en de tuin is veranderd van een vrolijk eenjarigenfeest in een serieuze stabiele vaste plantengemeenschap. Van stevige planten die bewezen hebben dat ze elk jaar terugkeren en niet steeds doodvriezen. Tussen die nu blijvend wordende basis staan bollen, knollen en zaaien tweejarigen zich uit. Het begin van een echte cottagetuin. Maar dat vergt overzicht en aandacht. Heel veel overzicht en heel veel aandacht. Dus ik werk elke twee vierkante meter tuin uit tot een handige plattegrond met inventarislijst.

In dit voorbeeld de Wintertuin. Dat is het stukje tuin dat ik zie vanuit de tuinkamer. Die tuin moet mooi zijn in de tijden dat het regent of koud is, zodat je van binnenuit kunt genieten. Dus kleuren in de herfst (Fuchsia, Cornus, Molinia, Ceratostigma), groen in de winter en zo veel mogelijk spannends wat bollen betreft. En natuurlijk mijn fantastische Lathyrus vernus. Hij bloeit maar een week, maar dan wil ik er wel met mijn neus bovenop. Dus die staat pal voor een raam dat tot op de grond komt, waardoor het van binnen uit een heel leuk gezicht is.

Bij de Spar kocht ik gisteren 3 kerstrozen voor 5 euro (Helleborus niger). Een koopje vond ik, want deze planten zijn vast en blijven jarenlang mooi. Sterker nog, ze worden alleen maar mooier als ze het naar hun zin hebben. Ik was zo enthousiast over de kwaliteit en de geweldige kluit wortels dat ik er meteen nog drie heb gehaald. Ze staan nu op strategische plekken in de tuin: plekken die je vanuit het huis kunt zien, prachtig in de winter. Ik hoop dat ze volgend jaar weer staan te stralen met hun grote spierwitte bloemen. En tussendoor fijn wintergroen natuurlijk.

Goede tip dus: koop elke maand iets wat juist in die tijd mooi kleurt, bloeit of andere mooie details heeft. Dan krijg je het hele jaar door een boeiende tuin.

Allemaal wintergroen dus. Zo ziet dat er in de tuin uit, en zeg nou zelf, dat is toch heel wat anders dan het het eerste jaar was? Ik ben in de computer de foto’s per jaar aan het ordenen per tuinvak en dan zie je achter elkaar de tuin groter en voller worden. Van een vrijwel kale tuin naar zo’n wintergroene rust. De drie betonnen randen lagen er al toen we het huis kochten en ik heb ze bewust laten liggen omdat beton zo mooi begroeid raakt met mos. Maar ja, ook met onkruiden als brunel.

In de verte zie je de hoge bomen naast de begraafplaats. En die zijn nog helemaal kaal. Net als de Cotinus en mijn rozen.Maar in gedachten zie ik alles bloeien. Trouwens, bij de buurman zie ik een boom knalroze bloeien. Zou dat een amandel zijn?

Aan het einde van het pad ligt de offersteen. Die heb ik meegenomen uit Amersfoort omdat mijn kinderen daar de poes op offerden voor een of andere godheid. Poes Siepie ging er altijd uit zichzelf op zitten, suïcidaal denk ik.

Het is zwaar bewolkt en het regent. Afgezien van een enkele zonnige dag is dat de laatste weken het beeld.

Wat ben ik blij met alle wintergroene struiken in mijn tuin! Het was een hele goede zet om daarmee te beginnen hier in Groningen op die kale vlakte. Het is een stevige steun voor alle bloeiende planten, maar vooral in deze tijd van het jaar is het groen heerlijk om te zien. Sterker nog, ik ben het aan het uitbreiden. Want ik ben gek op klimplanten én op wintergroen, dus wat is er handiger dan klimop-soorten te gaan sparen? Er zijn zo veel mooie!! En ze worden lang niet allemaal tien meter en kruipen ook niet allemaal in de dakgoot. Kijk nou naar deze prachtige blaadjes, ze zijn een genot om te tekenen.

Wat ik niet wist en ook niet had verwacht, is dat ze zo moeilijk te stekken zijn. Je zou toch denken, stukje jatten, in het water wortelen en planten maar. Dat werkt dus niet. Maar ook meteen in de grond werkt niet. Ik doe vast iets fout. Dus heb ik toch maar wat gekocht. ‘Sulphur Heart’ is een soort waar ik heel lang over getwijfeld heb omdat de bladeren zo zielig kunnen hangen. Maar op onze kale schutting lijkt het me wel heel erg mooi, gecombineerd met ‘Goldheart’. Ik ben benieuwd.

ZON! ‘Wat is het leven fijn als de zon schijnt’, zingt André van Duin en zo is het.

Ik snel naar buiten voor mijn wekelijkse schets. Representatief voor de week is het niet, maar dat weet niemand meer over 20 jaar. Ik geniet van de prachtige takken van de oude kastanje in de kerktuin: mooi tegen een blauwe lucht. Van de rode knoppen van mijn kleine wilgje, van de groene brem vlak voor me. O jongens, en dat gaat allemaal weer bloeien en mooi groen blad geven. In de lucht zweven meeuwen op de stevige wind en ze krijsen als aan zee.

Wacht maar. Straks komen de zwaluwen weer terug.