Loods 5 is een gigantisch groot gebouw in Vathorst, een heel grote hal die opgedeeld is in kleine bedrijfjes. De bedrijfjes handelen in ‘woon- en lifestyle gerelateerde artikelen’: meubels, servies en decoratie. Ik ben er één keer eerder geweest en verbaasde me toen over de enorme hoeveelheid spullen die allemaal even mooi en aantrekkelijk waren.

Vandaag was het grijs en nattig weer, dus ideaal om een rondje Loods 5 te doen. Het leek me leuk om alles wat ik mooi vond te gaan tekenen. In het restaurant heb ik het cijfer vijf van de naam groot in mijn schetsboek getekend om een kader te hebben voor alle losse schetsjes die ik verwachtte te maken. De 5 staat ook voor de wandeling die je aflegt door het immense gebouw.

Meteen na binnenkomst in de winkel werd ik gegrepen door opgezette dieren. Wow! Ik zag blauwe vlinders, hertenkoppen met gewei, een opgezette haai en veren in een standaard. Ik was verbaasd en verrast: wat een kans om dit te schetsen! Fantastisch en ideaal om die dieren van heel dichtbij te kunnen bestuderen. Ik raakte helemaal in de ban van die prachtige vlinders.

Na een tijdje tekenen realiseerde ik me dat ze inderdaad echt waren en dus allemaal geleefd hebben. Dat gaf te denken. Opeens vond ik het niet zo leuk meer. Ik heb altijd gedroomd van een prachtige Morpho in mijn verzameling thuis, maar na vandaag niet meer. Na enig onderzoek kwam ik er thuis achter dat die vlinders heel moeilijk te kweken zijn, dus is het helemaal niet zeker dat al die opgezette exemplaren niet uit het wild komen. Grootschalige handel in opgezette dieren? Lijkt me geen goed idee.

Vanmorgen gaf ik een les over het tekenen van sneeuw. Vanmiddag zou ik aan mijn Schetsdagboek werken, en ik wilde graag naar Maarn om te kijken of daar – zoals men zei – echte sneeuw viel te bestuderen. Halverwege, bij het pannenkoekenhuis, ben ik afgeslagen omdat het daar al mooi genoeg was. Ik wist een parkeerterrein vlakbij een grote kuil waar ik wel vaker heb gestaan. Het lage zonlicht scheen door de kale bomen en kleurde de stammen van de dennen zalm-oranje. Moeilijk, moeilijk, zeker als je alleen potlood bij je hebt. Ik besloot alleen de donkere partijen te tekenen en er thuis een licht kleurtje overheen te schilderen, wat hopelijk het goede effect zou geven.

Het was er druk, steeds mensen met honden die over het smalle paadje richting de kuil liepen. Twee dames begonnen samen aan de wandeling met – kennelijk – twee hondjes. De jongste vrouw liep al snel een heel eind voorop en riep achterom: ‘Hier wordt het een stuk breder, mam.’ En een tijdje later weer. Ondertussen werden de beide hondjes constant toegesproken. ‘Gislo, je riempje is los!’ Alsof hij dan zou antwoorden: ‘O, sorry, ik zal het even vastmaken’. De moeder liep intussen nog steeds aan het begin van het paadje te stuntelen met het gladde ijs. Zonder hulp.

Ik kon me dus niet heel goed concentreren. Ik ben nog even een eindje rondgelopen, en toen ik langs een bosrand naar de grond keek, hoorde ik een meneer zeggen: ‘Bent u iets kwijt?’ Ik wilde zeggen dat ik juist iets zocht, maar realiseerde me dat dat precies hetzelfde zou betekenen. Toen verklaarde ik maar dat ik iets moois zocht. Waarna hij vroeg: ‘Om te eten?’

Waarmee maar weer blijkt hoe weinig mensen naar het bos gaan om mooie dingen te rapen.

Het is erg somber weer en het zou behoorlijk gaan regenen, dus ik kies voor een plekje waar ik lekker binnen kan zitten met een kop koffie. Altijd goed. Dichtbij de voormalige vliegbasis Soesterberg is een restaurant op een heuvel waar je uitkijkt over het bos en de hei. Maar natuurlijk niet als ik er zit, want dan is het grijs en wazig. Dus kies ik niet voor het landschap maar voor de nep-rieten stoelen. Die zijn heel leuk om te bekijken, omdat het vlechtwerk zo goed te zien is. Intussen gaan mijn gedachten naar vroeger.

De heuvels van Soestduinen zijn ontstaan in de laatste ijstijd, toen morenen van de gletsjers de grond vooruit duwden en heuvels opwierpen. Een stukje naar links is het ‘Bubbeltjesbos’ waar ik met de kinderen heel veel geweest ben om hele middagen te spelen. Elke berg (eigenlijk gewoon een hoge heuvel) bestond uit met gras begroeid zand en kleine grillige bomen. Uitstekend om in te klimmen. En de wortels van de bomen waren aan de rand van de heuvel uitgesleten door de regen. Een heel mooi gezicht. Ieder kind (3 stuks) had een eigen bergje als woning, en ze gingen bij elkaar op bezoek.

En ik? Ik zorgde voor de voorwaarden, de kleden en badhanddoeken, snoep en drinken, loopfietsje, knuffels en het vervoer en verder schetste ik natuurlijk alles. Ik schetste het bos, ik schetste de barbies en de loopfietsjes en natuurlijk mijn kinderen in alle houdingen die ze aannamen. Ik herinner me mijn zoon die vanuit een boom riep: ‘Heb je het? Ik houd het niet meer’. De kinderbescherming is er nooit achter gekomen.

Dit Schetsdagboek gaat over ervaringen met schetsen. Het begint met mijn huis uit te gaan, en tegenwoordig bedenk ik meestal van tevoren al een plek waar ik wil schetsen. De Oostvaardersplassen vandaag.

Het is bewolkt, ietsje nattig, koud en winderig weer. Niet speciaal een dag om uren aan het water te zitten dus, maar ik waag het erop. Ik stel me een oever voor met uitzicht op heel veel water en lucht. Ik vind na lang rijden ( via Almere, wat niet handig is) een parkeerplaats langs de Oostvaardersdijk, volgens mij precies dezelfde plek waar ik ooit het kruiend ijs heb geschetst. Dat was een geweldige middag toen, steenkoud, maar wel met prachtige blokken ijs. Langs de parkeerplaats staat een sierrand van staal met opengewerkte vogelfiguren erin. Ik krijg een ingeving: als ik mijn schetsboek achter de figuren houd, kan ik ze door de gaten omtrekken. Grappig, ze worden alleen een beetje erg groot.

Aan de overkant van de dijk kun je met een trap naar beneden en ga je via een klaphek het riet in. Nee, je gaat het riet niet in, natuurlijk ga je het riet niet in, want dat is verboden; je loopt over een asfaltpaadje een onnodig lange slinger en komt uiteindelijk bij een halfronde vogelkijkhut, waar je wordt begroet door een tekst van Nico de Haan, de mededeling dat Europa dit betaald heeft en dat drie verschillende verrekijkerfabrikanten de hele zaak sponsoren. Ik had het kunnen weten! Ik zie een hoge wand van hout met hier en daar een rechthoekig kijkgat. Ik moet staan om iets te zien. En geen vogels natuurlijk. Hoezo ben ik boos? Ik ben niet boos, ik ben alleen teleurgesteld.

Ik besluit de situatie te nemen zoals hij is, niet mooier en niets anders. Ik teken dat wat er te zien is, en dat is best nog leuk, want ik ontdek lege zwaluwnesten vlak bij mijn hoofd. Maar daarna vind ik dat ik een kop soep verdiend heb, en ga naar het informatiecentrum. En daar is de natuur: boeken, beeldjes, knuffels, ansichtkaarten en natuurlijk de film van Ruben Smit.