vrijdag 27 maart 2026


13. Euphorbia characias ssp. wulfenii – wolfsmelk

Deze naam wordt op allerlei verschillende manieren geschreven, maar dit is volgens mij de juiste. Het is namelijk een wilde ondersoort, wat je met ssp (= subspecies) aangeeft.

De reuzenwolfsmelk is een fantastische hoge plant die op dit moment van het jaar de absolute show steelt. Hij staat bij mij op de oprit in een smal strookje grond van niks, en dat is precies waar hij van houdt. Hij heeft de warmte en beschutting van een muur nodig.

Er zijn mensen stikjaloers op mijn joekel, want het is niet altijd even makkelijk om het naar zijn zin te maken. Hij staat dan ook pontificaal aan het einde van de oprit te shinen. Hij zaait zich uit en is eigenlijk tweejarig. Maar om zaad te krijgen zul je toch eerst een volwassen exemplaar moeten hebben. Soms lukt iets, en soms niet. Er zijn ook genoeg planten die ik reuze graag wil hebben, maar die het niet doen in mijn tuin. Ik trek het me niet persoonlijk aan, want als er iemand aardig is voor planten ben ik het wel. Het kan aan van alles liggen: de grondsoort, de zon, juist geen zon, droogte, of juist geen droogte. Intussen heb ik geleerd blij te zijn met dat wat het WEL doet. En dat is gelukkig deze jongen. Daar hoef ik niets voor te doen.

Maar mooi is ie. En hij blijft de hele zomer mooi. Hij verkleurt een beetje in de nazomer en blijft statig. Er staat een hele lap maagdenpalm aan zijn voeten. Eigenlijk is dat een beetje jammer, want iets grootbladigs zou mooier zijn. Hosta, als je er van houdt. (Ik niet.) Misschien een mooie Bergenia. Of de prachtige Tranchystemon. Wat ook prachtig zou zijn is een oranje bloeiende plant. Of mijn hoge knalpaarse lelietulpen. Misschien prop ik die nog wel tussen de maagdenpalm. Vorig jaar heb ik ontdekt dat je tulpen bloeiend en al uit de grond kunt halen om neer te zetten waar ze echt mooi zijn. En dat moet je ter plekke zien vind ik. Dus kwestie van een gaatje graven in de maagdenpalm en verhuizen.

vrijdag 20 maart 2026


12. Spiraea japonica ‘Goldflame’ – spierstruik

Op weg naar een mooi onderwerp uit de tuin stuitte ik bij de keuken al op deze Spiraea. Logisch, want alles wat in deze tijd van het jaar de moeite waard is, staat vlakbij huis. Het is nog te koud om uitgebreid op het terras te zitten, dus ik moet vanuit de keuken al het moois kunnen zien. En daar heb ik dus rekening mee gehouden. Nu grenst de tuin bij ons alleen aan de keuken, dus daar moet het gebeuren. Tijdens de afwas genieten van de kleurtjes.

Deze struik is nu een meter hoog. Ik heb hem voor € 2.50 gekocht in 2019, een heel klein schatje met een paar blaadjes. Hij groeit dus goed. Schrijfster Rosemary Verey zegt ergens in haar boeken dat je hem in het voorjaar terug kunt snoeien tot 15 cm. Ik denk dat ze bedoelt: na het voorjaar. Deze waanzinnige kleurtjes ga je er toch niet af knippen? Of snoeit ze hem in de winter, dus ver voor het voorjaar? Dat doe ik tenminste, des te meer gekleurde takken krijg je. Later in het seizoen krijgt de struik oudroze bloemenschermpjes, die erg lelijk zijn bij het blad vind ik. Ik heb geleerd dat je ze af kunt knippen net zoals mensen dat doen bij grijze planten die geel bloeien. Een vreemde gewoonte eigenlijk, maar ik kan het me voorstellen als je een volledig grijze tuin hebt. (wat trouwens bijzonder mooi is). Het is ook een kwestie van mode, en ik vind het allemaal best. Ik heb er iets anders op gevonden. Ik heb met de bloem in mijn handen gezocht naar een plant met precies die oubollige kleur, die in dezelfde tijd bloeit. En dat is Astilbe. Dus naar de kweker en Astilbe opgezocht. Die staat er nu naast. Waardoor het allemaal veel mooier wordt.

In het najaar worden de kleine blaadjes ook nog eens mooi warm goudgeel. En op dat moment staat er een Aconitum, monnikskap naast. En een hoog oranjegeel gras, Molinia. Die twee zitten natuurlijk het hele jaar al in de grond te wachten op hun moment. Zo zit mijn tuin in elkaar.

vrijdag 13 maart 2026


11. Tranchystemon orientalis – orientaals komkommerkruid

In de winter is deze plant een rommeltje van grote zwarte bladeren. De grote bladeren van vorig jaar. Hoewel ik altijd de neiging heb om ze weg te halen, laat ik ze altijd liggen bij wijze van gratis mulch. Want opeens, als er een paar lentezonnetjes zijn geweest, verschijnen er dikke knoppen vlak boven de grond. Alsof ze onder de grond in knop zijn gekomen.

En een dag later gaan die opeens bloeien. De bloemen bestaan uit een koker van helmdraden die knalrose is en bloemblaadjes die als een lintje gekromd aan de bloembodem vastzitten. Heel miniem allemaal, maar echt opvallend door de kleur, die echt hardblauw is. Dan zie je dat blauw tegen het diepe zwart, en daar houd ik van. En nog iets later gaan de stengels rekken en komt de bloem steeds hoger te staan. Tegelijkertijd komen de bladeren uit de grond en ontvouwen zich langzaam tot heldergroene, grote ruwharige bladeren. Die bladeren zijn opeens stralend lichtgroen en bedekken elkaar zo mooi dat er geen onkruidje te vinden is. De rest van de zomer geen omkijken naar. En alleen maar prachtig mooie vormen. Wat ik erg mooi vind is mijn zilverschoon die daar tussendoor groeit en hoge zilveren bladeren rechtop naar het licht laat groeien.

Ik vind het een topplant. En hij zou dus veel meer moeten worden gebruikt. Vooral in steden lijkt het me een aanwinst, dat groen. En natuurlijk vooral voor de hommels, die heel blij zijn met deze vroege bloeier. Want op de wilgen na is er nog niet zo heel veel stuifmeel te vinden.

vrijdag 6 maart 2026

10. Clematis ‘Etoile Violette’

Een Vitalba-Clematis, dat betekent dat ie sierlijke smalle bloembladeren heeft en bloeit in de vroege zomer. En dat je hem dus NIET nu moet snoeien. En iedere keer gebeurt dat toch weer, als ik enthousiast en krachtig de tuin aan het opruimen ben. Mijn graaiende handen halen alle dode stengels weg, en knippen hier en daar iets door als het vast zit. En zo’n stengel zit vast. Alleen is hij bijna niet te onderscheiden van al het oude spul; stengels van akelei, Phlox, Verbena’s, ik laat altijd alles staan in de herfst. Dat zorgt er voor dat ik in maart een week heel hard moet buffelen om alles bij te houden, maar het is veel beter voor alle diertjes in de tuin. Het barst overal van de lieveheersbeestjes nu.

Dit jaar ben ik wat voorzichtiger geweest en deze Clematis zit vol knoppen. Vorig jaar heeft hij ook geweldig rijk gebloeid met slanke paarse bloemen. Heel mooi naast de roze knotsen van de hortensia waar hij doorheen mag ranken. In tuinboeken zie je de mooiste foto’s van Clematissen door bloeiende struiken met eenzelfde of juist een contrasterende kleur. En overdadig bloeien. Jaja. Genomen vanuit een heel vertekenende hoek. Of voordat die harde regen alles plat sloeg. Ik ben altijd op mijn hoede voor die foto’s. Ik weet zelf hoe makkelijk je macro-foto’s je kunt nemen van prachtige kleurcombinaties in de tuin. Krijg eerst maar eens zo’n Clematis aan de slag. Ik ben er al jaren mee bezig.

Ik vind het een aandoenlijk gezicht, die spruit aan een volkomen kale groeistengel. Alleen neemt de plant steeds een afslag van 45 graden, dus voor je het weet is die hele plant een enorme warboel. Dan is afknippen heel prima, maar het is handig om dat na de bloei te doen.