Groei & Bloei Open Tuinen Dag

Ik zit strategisch opgesteld in de tuin, zo dat ik de ingang van de tuin en die van het atelier kan zien. Daar blijf ik mooi zitten, in de schaduw van de Clerodendron, zo groot is-ie inmiddels. Tafel erbij met water, papier en kleurpotloden. En ook als er niemand komt, heb ik een fijne dag.

De rozen zijn nu begonnen te bloeien. En de grasanjers bloeien nog steeds. Het resultaat is een zware zoete vanillegeur, die in vlagen langs mijn neus waait. Heerlijk. Wat is het toch leuk om de daken van ons en de buren te tekenen, het loopt allemaal schots en scheef en het staat allemaal ook nog eens op een wierde. En dat ik geen perspectief beheers zie je in dit geval dus niet eens. Leve de scheve huizen.

Ik geloof dat ik bezoekers hoor …

Wat is de tuin prachtig, alles bloeit.

Benieuwd naar het uitzicht op de kerk ga ik weer eens in mijn boszitje zitten om te tekenen. Dit is de plek die het meest onderaan de heuvel van de wierde is, helemaal achterin de tuin. Nou, dat uitzicht valt tegen, want ik zie alleen de spits van de kerktoren. Dat is wel een beetje erg weinig, dus er zal gesnoeid moeten worden als de roos uitgebloeid is. En om nu alleen maar groen te tekenen, vind ik ook een beetje jammer.

Ander onderwerp dan maar. Recht voor me is de Grub. Dat is een stukje tuin achter de plaats waar vroeger de kas stond. Een  smalle strook van een meter breed en zo’n 50 cm. dieper dan de tuin. Het lijkt op de strontgoot in een varkensschuur, wat volgens de boer vroeger een grub heette. Ik heb het beplant met schaduw en nattigheid lievende planten, varens, slaapkamergeluk en een vlier. Maar langs de randen mag iedereen door de wanden piepen. En dat gebeurt: een paar aar-leeuwebekken, een enorme varen, de passiebloem van de buren en op de voorgrond de prachtige magenta Geranium psilostemon. En dat licht er doorheen! 

En natuurlijk de Cotinus, maar die staat er speciaal voor dat licht, want ik wist het.

De tuin is prachtig, vooral met een zonnetje. Er bloeit heel veel en overal zoemen bijen. Er zijn zweefvliegen en veel meer kleine vosvlinders dan vorig jaar. Ik zag gisteren zelfs al de eerste libelle.

Echt opvallend zijn de oosterse papavers. Vorige winter heb ik een pol uit de grond gehaald en gesplitst, precies zoals Monty Don doet in ‘Gardeners’ World’. En nu heb ik dus twee planten met een behoorlijk aantal knoppen. Het zijn prachtige bloemen, maar als plant een beetje een probleem: de stengels gaan altijd krom en hangen de verkeerde kant uit. Ik heb ze nu zo gezet dat ze gesteund worden door de Phlomis, een stevige en brave plant die hoog genoeg wordt om de stengels van de papaver op te vangen.

Er bloeien nu vier knalrode bloemen met donkerzwarte harten. Wat een feest, die bloemen. Ik had er eentje geschilderd met aquarel maar dat is natuurlijk veel te flets. Kleurpotlood moeten we hebben, en een flinke stevige knuist. Ik heb ze staand geschetst met de gekozen kleurpotloden in mijn hand. Die rechtsonder vind ik heel goed gelukt: kleurrijk, schilderachtig en stralend. Voor de Engelse Queen die vandaag haar 70 jarig jubileum viert.

Inmiddels zijn we weer thuis van een weekje Schiermonnikoog.

Ik ging er speciaal heen om bloemen te tekenen. Ik had mezelf drie grote projecten opgedragen: een lange berm, een serie met verschillende viooltjes en een blauw-rose serie. Karton gekocht bij Flokstra, zorgvuldig ingepakt en in een groene map met speciaal bedacht hengsel om te kunnen dragen. Het is toch een heel gedoe met het openbaar vervoer. De volgende keer moet ik zorgen voor een keycord om mijn nek om de ov-kaart in te hangen, want met twee handen vol is dat een behoorlijk gedoe, zeker als de buschauffeur meteen begint te rijden. Sta je daar te klungelen met al die bagage.

Ik had mijn wekelijkse columnboekje vergeten, maar wat ik had willen doen is dit: wat zal er deze week gaan bloeien in mijn tuin en kan ik dat dat uit mijn hoofd tekenen? Dat is een hele uitdaging, en ik merkte dat ik de bovenste krullen van de akelei de verkeerde kant op had getekend. Bij het vingerhoedskruid is ook iets fout, maar de anjers zijn prima.

O ja, en er bloeide geen enkele bijzondere plant op Schier. Ja, fluitekruid, heel veel fluitekruid. Dus ik heb een fout gemaakt of de natuur is door de droogte een paar weken later. In ieder geval moet ik een keer terug als het juli is. Intussen heb ik wel een heel schetsboekje vol getekend met beessies, landschapjes en mensen. Ook leuk.

Het is weer prachtig zonnig en 11 graden. Ietsje te koud voor lekker, maar ik vind het best.

Ik zit bij de donkerrode tuin. Dat is een heel groot woord voor een stukje van 1,5 bij 1 meter, maar ik doe het ermee. Het is een strook onder de druif en een japanse wijnbes, waar ik in de nazomer heerlijk van kan snoepen. En natuurlijk iedereen die er dan verder toevallig langskomt.

Voor het beplanten ben ik begonnen met een donkerrode brem, een rode Pulsatilla, toen een paarse Ajuga en een Rodgersia, en nu vul ik het aan met donker vlas, rode kool en beemdkroon voor het blauw, klokjes, rozemarijn, allemaal zachtblauw. Donkerrood is vaak een beetje paars van tint, dus moet ik enorm uitkijken met de kleur blauw die ik toevoeg. Dat gaat heel snel vloeken, maar het zacht lilablauw van bloeiende rozemarijn is geweldig.  Kwestie van heel veel in de grond zetten en kijken wat past. Als ik er naar kijk merk ik dat ik het groen uitschakel, ik ben alleen maar bezig met de bloemen. Dat merkte ik pas tijdens het met potlood inkleuren van de vlakken: hier streef ik naar. Voor de kijker, u dus, is het niet te begrijpen denk ik, want dan moeten de bloemen veel gedetailleerder getekend worden. Maakt niet uit, hier ben ik mee bezig dus, en op deze manier. En het werkt.