Er staat een harde wind, met af en toe heel krachtige windstoten en er vallen nu en dan flinke buien. Tussendoor schets ik even in de kerktuin, maar alles waait weg.

Ik sta op het schelpenpad langs de kerk en kijk in noordelijke richting. Dat is grappig, zo heb ik het nog nooit bekeken: tussen alle struiken door zie ik de daken van de huizen aan de Schoolstraat en een grote es erachter. En rechts van me de grote gele muur van de kerk, die trouwens een beetje begint af te bladderen.

Storm. Hoe leg je dat vast? Wat ik zie is vooral de achterkanten van de bladeren en die zijn licht door de zon. Dus moet ik alleen de dieptes van de struiken tekenen, en de bladeren uitsparen. Maar concentreren lukt niet met die wind, dus ik doe maar wat. Ik vind het resultaat behoorlijk winderig …

Heet. Tja, wat wil je met een hittegolf? Ik ben al vroeg in de kerktuin omdat ik heel slecht tegen de warmte kan. Vanmorgen stond er een plaatje in de krant van twee stripfiguren die hun benen aan het verliezen waren door het smelten. Een goed plaatje.

Het is heerlijk onder de bomen. Ik zit tegen de enorme vleugelnoot met mijn gele stoeltje en naast me mijn tekenspullen in het zevenblad, gewoon door elkaar op de grond. Twee houtduiven klungelen onhandig met elkaar in de dakgoot. Iemand haalt de vuilnisbak van de weg. Bij de kerk zitten twee mensen met grote rugzakken samen uit te rusten. Na een tijdje kijken val ik op de rode geranium in de vensterbank aan de overkant van de Torenweg. Zo rood tussen al dat oude blad in de kerktuin. En ik realiseer me dat ik toch altijd weer op kleuren val.

Deze keer begin ik met dat opvallende punt, en besluit verder weg steeds abstracter te werken. Ik heb de geranium scherp in de zon getekend, en de rest wit/pastel gelaten om de hitte te voelen. Het roze meisje dat vroeg ‘opa, wat doet die mevrouw in het gras?’ zit met opa op het randje van de muur.

Het is warm en zonnig. De kerktuin is droog en de geraniums hebben het zwaar. Dat is niet anders, ze moeten het ermee doen. Het heeft de afgelopen tijd hard geregend dus er zit water in de bodem, alleen weet ik niet hoe dat bij een terp eigenlijk is.

Het is dus echt vlinderweer: die houden van windstil en zonnig. Ze zitten dan ook massaal op de Buddleia aan de Hoofdstraat. Ik posteer me bij één van de struiken en wacht op de dingen die komen gaan. Achter een vlinder aanjagen heeft geen enkele zin, je kunt beter wachten tot er één vlak bij je komt zitten.

Dat gebeurt dus niet, zal je net zien. Tot er opeens een aantal atalanta’s om me heen vliegt en gaat zitten. En dan is het weer te veel om je te concentreren, want ik word altijd zo opgewonden van vlinders. Dus één bloem nemen en schetsen wat daar te zien is. Veel. Allerlei houdingen. En die maken het juist leuk. Thuis een beetje aquarel erin.

Het blijft een spannende sport.