Heet. Tja, wat wil je met een hittegolf? Ik ben al vroeg in de kerktuin omdat ik heel slecht tegen de warmte kan. Vanmorgen stond er een plaatje in de krant van twee stripfiguren die hun benen aan het verliezen waren door het smelten. Een goed plaatje.

Het is heerlijk onder de bomen. Ik zit tegen de enorme vleugelnoot met mijn gele stoeltje en naast me mijn tekenspullen in het zevenblad, gewoon door elkaar op de grond. Twee houtduiven klungelen onhandig met elkaar in de dakgoot. Iemand haalt de vuilnisbak van de weg. Bij de kerk zitten twee mensen met grote rugzakken samen uit te rusten. Na een tijdje kijken val ik op de rode geranium in de vensterbank aan de overkant van de Torenweg. Zo rood tussen al dat oude blad in de kerktuin. En ik realiseer me dat ik toch altijd weer op kleuren val.

Deze keer begin ik met dat opvallende punt, en besluit verder weg steeds abstracter te werken. Ik heb de geranium scherp in de zon getekend, en de rest wit/pastel gelaten om de hitte te voelen. Het roze meisje dat vroeg ‘opa, wat doet die mevrouw in het gras?’ zit met opa op het randje van de muur.