39. Clerodendrum trichotomum – kansenboom

Elk jaar is het weer een wonder om te zien: de bessen van deze mooie struik. Ze zijn eerst heel licht groenblauw, kleuren dan ultramarijn en tenslotte diep indigo. Ik heb aan deze tak een paar groenblauwe bessen getekend omdat ik ze zo mooi vind. Maar eigenlijk zijn die nu niet meer te zien omdat alle bessen al donker zijn. Artistieke vrijheid, zal ik maar zeggen.

De struik zelf is een meerstammige, uitwaaierende struik met mooie opgaande takken. Het is een parapluvorm waarbij aan de bovenkant het meeste te zien is. Dus zorg dat je er nog op kunt kijken.

In mijn tuin staat hij in twee grote Lonicera-bollen, die wintergroen zijn. Zo komen de lichte stammetjes in de winter heel mooi uit. De bloei vindt plaats aan het einde van de opstaande takken, met witte bloemen die een trompetvorm hebben en lange meeldraden. De kolibrievlinder is er gek op: hij steekt met een ongelooflijk tempo in elke bloem zijn lange zuigsnuit. Hij gaat echt als een dolle te keer, en opeens is hij weg. Als hij klaar is met bestuiven, vallen de witte floddertjes massaal af en beginnen de bessen te rijpen.

Alleen het blad is elk jaar een probleem. Hij maakt weinig blad, het krult al heel snel op en wordt herfstig voordat het herfst is. En dat is jammer. Maar met een jaar zoals we gehad hebben, valt er niets over te zeggen. Ik zou ook opkrullen als ik blad was.

38. Clematis x jouiniana ‘Praecox’ – vaste Clematis

Deze Clematis is een buitenbeentje. Hij klimt niet hoog in bomen en oude rozen, maar slingert het liefst over andere vaste planten. Aan de bloemen is goed te zien dat hij afstamt van onze wilde Clematis, de bosrank, die nog regelmatig te vinden is in bosjes en struiken.

Voor wie in Groningen woont: die wilde bosrank staat massaal in de bomen langs het spoor bij station Groningen Noord, en godzijdank is hij nog steeds niet ‘netjes’ weggehaald. In de zomer ziet het er namelijk vrij rommelig uit, maar in september beginnen de bladeren mooi te kleuren en valt hij ineens een hoop mensen op.

In mijn tuin staat de Clematis x jouiniana naast een Cotoneaster en een bonte olijfwilg. De ranken drapeer ik zorgvuldig tussen de stijve bladeren van de olijfwilg, zodat hij daar blijft hangen en naar boven toe bloeit. Als ik dat niet doe, hangen de bloemen vaak ondersteboven tussen de planten en zie je er niets van. En de kleur staat erg mooi bij de bessen van de Cotoneaster en de geel-groene Elaeagnus.

De ranken klemmen zich uiteindelijk vast met de kleine uiteinden van de bloemen. Daar zitten kleine tandjes die zich als vingertjes om een takje kunnen klemmen. Midden op de tekening zie je zo’n klemhandje. Dit is maar tijdelijk, want tegen de tijd dat de eerste vorst geweest is, wordt de hele plant zwart en sterven de bovengrondse delen af. De Clematis doet het zo goed in mijn tuin dat ik een tweede heb aangeschaft. Deze is nog heel klein, maar hij heeft één bloem en die is donkerblauw, zo mooi.

NB Het kruisteken in de naam duidt erop dat er twee soorten van dit geslacht op natuurlijke wijze gekruist zijn geraakt. Kennelijk gevonden door iemand en vegetatief verder gekweekt.

37. Cotoneaster horizontalis – vlakke dwergmispel

Je oma had hem waarschijnlijk ook, plat gesnoeid onder de muur van een raam. Of tegen de muur van een schuurtje. Het is een heel ouderwetse plant, die ik in ere heb hersteld sinds ik in Great Dixter (GB) ben geweest. Christopher Lloyd was gek op deze plant. Hij staat bij trapjes, in de verdiepte tuin en verder overal waar hij verder kan. Hij snoeide hem mee met de treden van een bakstenen trapje bij het terras. Zo mooi, precies de goede vorm.

Hij klimt niet, maar drapeert zichzelf tegen de muur met lange takken. Hier en daar moet je hem even aan de muur bevestigen met een schroef en een ijzerdraadje. Maar dan zit hij ook behoorlijk vast.

Dus in mijn tuin in Groningen ben ik begonnen met kleine gekochte planten tegen de muur te zetten. En nu, na 8 jaar, staan de muren vol en fungeren de Cotoneasters als basis voor echte klimplanten zoals Clematis en Aristolochia. Het grote voordeel van de Cotoneaster is het enorme gezoem van bijen in het vroege voorjaar en de mooie knalrode bessen in het najaar. En gekleurde blaadjes. Er zijn meer soorten dan deze horizontalis. er is er ook één met oranje bessen, met heel donkerrode bessen en met zalmkleurige bessen. En die heb ik nu ook. Natuurlijk.

36. Schizostylis coccinea – moerasgladiool

Opeens had ik hem, deze Zuid-Afrikaanse gladiool. Ik weet niet eens meer waar vandaan, maar het was een voor mij onbekend plantje.

Het woord doet denken aan de gladiolen van de vierdaagse, maar dit is een kleintje. Nog geen 40 centimeter hoog. Maar leuk! Hij groeit in mijn tuin (zavel en vochthoudend) uitstekend. Zo uitstekend, dat hij inmiddels overal staat. Uittrekken is geen probleem en een verrassing voor de meeste bezoekers van mijn tuin. je geeft hem zo mee.

Wat een fijne plant. Doet geen vlieg kwaad, woekert niet, bloeit alleen maar heel erg leuk rozerood. En dat is in deze tijd van het jaar geweldig, hij haalt de hele tuin op. En hij bloeit tot ver in het najaar. Ik heb hem ook tussen Sedum spectabile geplant, waar hij mooi combineert met de oudroze bloemschermen, en tegelijkertijd krijgt hij wat steun. Want leuk plantje of niet; hij wil nogal eens scheef gaan hangen. Dan zet ik er meestal een schuin en strategisch stokje bij zodat het net lijkt op hij rechtop staat. Maar steunen tussen een bloemenbroeder is natuurlijk beter.

Op de markt in Groningen vond ik vorig jaar een donkerroze soort, maar ik weet niet of die de winter heeft overleefd. Zou jammer zijn.