Gisteren was het schitterend weer, mooie strakblauwe lucht, kleurtjes op de kale bomen, genieten gewoon. Maar ja, dat was gisteren, en toen had ik geen tijd. Mijn motto is: “elke dag is de moeite waard. Maak er wat van”. Dus ga ik vandaag op pad met al mijn spullen naar mijn geheime strandje bij het Nijkerkernauw. Ik kan daar met de auto naast de dijk parkeren en hoef alleen maar even de spullen over de dijk te sjouwen, dus er kan heel veel mee. Zelf ben ik warm ingepakt en ik heb koffie en appels bij me.

Eenmaal geïnstalleerd begin ik meteen te tekenen, want ik merk hoe koud de wind is en ik wil zo snel mogelijk aan het werk. Ik kijk om me heen. Het water staat zo laag dat er een heel stel grote stenen is vrijgekomen uit het water. Halverwege de stenen zitten kraagjes van heel dun ijs, prachtig van structuur. De kleine golfjes spelen tegen de plaatjes ijs aan en geven een heel speciaal geluid. Na een tijdje luisteren herken ik het: het klinkt als mijn oude speelgoedbestek waarmee ik mijn knuffels te eten gaf. Het lijkt ook op het geluid van heel oud dun glas, hoog en zacht rinkelend.

Ik besluit alleen te tekenen, want met aquarel werken vind ik te lang duren en het is te koud. Ooit las ik ergens: “de aquarelschilder heeft alleen de zomer als onderwerp, omdat zijn materiaal in de winter bevriest.” En zo is het.

Ik was van plan na het bezoek aan mijn ouders de uiterwaarden weer eens te schetsen, en ik stelde me voor om bij Hotel de Wageningsche Berg te gaan zitten. Maar toen ik de dijk op wilde zoeven naar het Lexkesveer (de pont over de Rijn) bedacht ik dat er een picknickplaats is boven op de dijk. Toegang via een fietspad. Ik zoefde dus het fietspad op en stapje uit met mijn spullen. Het is zo’n picknickplaatsje waar alle toeristen even gaan zitten en daarom zal je er nooit ‘locals’ zien. Gek eigenlijk, want het is een heel goed plekkie. Recht voor me op de helling: Hotel de Wageningsche Berg. Het hotel is bekend om het beroemde uitzicht over de Rijn en de uiterwaarden, talloze keren geschilderd en gefotografeerd. En nu zit ik in het schilderij.

Maar het was behoorlijk koud, dus ik heb in noodtempo een schets gemaakt. Minuutje of vijf. Ik heb er wel heel secuur de kleuren bij gezet, want ik wilde de schets thuis inkleuren met aquarel, en uit ervaring weet ik hoe weinig je onthoudt van die kleuren. Dus: paarsbruin, crème, donkerrood (van de prachtige meidoorns die overladen zijn met bessen) ijsblauw en bruingrijs, en die hele moeilijke kleur van wintergras.

Een mooi moment: net voor de grote winter invalt, de bessen nog niet ten prooi gevallen aan de kramsvogels, nog wat blad aan de wilgen, nog wat bruine beuken in het bergbos, bijna klaar. En dan zo’n ijl koud winterluchtje met dreigende wolken. Elke dag is de moeite waard.

Weer een experiment; dat is altijd leerzaam. Vandaag besloot ik met heel weinig materialen naar de Hortus in Utrecht te gaan om staande, en in een warme kas, bloemen en planten te tekenen. Let wel: tekenen, dus meteen ‘mierenwandelen’, voor diegenen die weten wat ik daarmee bedoel.

Dat houdt dus in dat ik met mijn veel te zware schetsboek in een onmogelijke houding naar een piepkleine orchidee sta te turen, en probeer hem te tekenen zonder eerst een schets te maken. Op zich valt dat nog wel mee, want dat kan ik wel. Maar ik kom handen te kort als ik mijn kleurenkaartjes moet gebruiken om de juiste kleuren te noteren. Stel je voor: ik heb links het boek met een paar vingers in het midden vast en in mijn rechterhand een pen, die ik even op het boek moet leggen om in mijn tas aan mijn linkerschouder een potlood te pakken en de kartonnen kleurenkaartjes. Die liggen even later allemaal op het boek, met de kans in de natte bladeren te vallen. Dat allemaal staand in een erg warme kas. Het lijkt me handig om de volgende keer een kledingstuk met zakken aan te trekken.

Thuisgekomen maak ik een proefje in kleurpotlood en aquarel. Daarbij blijkt dat een veegje aquarel het geheel sprankelender maakt dan kleurpotlood. Er had wat meer blad bij gemogen voor een mooie bladzijde, maar op zich is het een geslaagd experiment, vooral vanwege de kick om geen foto’s nodig te hebben.

Ik had de hele dag gewerkt aan een boekje voor de cursus ‘Vlinders en insecten tekenen’ toen ik om een uur of vier de prachtige lucht pas zag: boven de twee kruisende daken van de overburen zag ik een mooi oranje wolkje in een klein puntje lucht. Het was zo’n dag geweest met heel donkere onweersluchten, zon er tussendoor en regenbogen.

Ik dacht meteen dat ik daar wat mee moest; in de auto naar een polder, spullen mee en hard werken om die zonsondergang vast te leggen. Maar ik zag er tegenop. Welke spullen? Welke polder? Met de auto of toch op de fiets? Ik had de hele dag al gewerkt en ik werd al moe van het bedenken.

Maar voor ik het wist zat ik de lucht zomaar te schilderen, zittend achter mijn bureau, waar je het minst mooie uitzicht hebt van heel Amersfoort. De kleuren veranderden zo snel dat ik om de vijf minuten een nieuwe schets kon maken. Ze staan een beetje door elkaar op de bladzijde doordat ik zo snel moest werken. Ik herinner me dat ik hetzelfde al een paar keer eerder heb gedaan: in Schotland, Sint Maartenszee en Zuid Engeland. Het is heel leuk om te doen, hard werken en steeds nieuwe verrassingen. Ik kan het iedereen aanraden.