Ik heb de hele dag in het atelier gewerkt aan een leporello, een lange strook papier, gevouwen in harmonicavorm. Zittend achter de tafel die in de winkel staat, met uitzicht op de straat. Terwijl het na dagen hard regenen toch eindelijk droog was, en ik dus ook naar buiten had gekund.

Ik heb dus bijna niets beleefd. Een keer of vijf even een paar bloemetjes halen uit de tuin op mijn klompen, en weer verder. Soms een kopje koffie, even een stroopwafeltje, en weer verder. Een tijdje twee poezen op mijn tafel, die allebei snappen dat bovenop mijn papier zitten niet de bedoeling is. Ze zitten op hun eigen zwarte handdoekje keurig naast me te kijken. Beetje tegen ze kletsen. Beetje radio luisteren. Beetje zwaaien naar de overbuurman.

Van 11 tot 4 gewerkt. Het lijkt wel een baan.

(afgebeeld is een fragment van de leporello)

Mijn regelmatige afvalritje naar de vuilstort in Usquert is altijd goed voor een paar schetsen. Vandaag had ik mijn boekje maar meegenomen, en jawel: mijn onderwerp dient zich altijd vanzelf aan. Meestal ben ik op zoek naar een mooi plaatje, maar het eindigt altijd met mijn banden in de blubber langs de kant van de weg omdat iets anders me daarheen sleurt.

Vandaag viel ik op de modder zelf. Hoe teken je dat eigenlijk? Beginnen met de waterlijn omdat je die uit moet sparen. Kijken waar de zon staat en uit mijn hoofd de schaduwen aanbrengen. Dan alles wat vooraan staat, vooral duidelijk en afgebakend tekenen. In dit geval oude maïsstengels, die met een soort mangrovewortels aan de grond vastzitten. En tussendoor natuurlijk even een zwerm vogels toevoegen. Hoe ik dat doe? Geen idee.

Op de rechterpagina kwam de trein voorbij. Hij is iets te groot geworden omdat hij los van het landschap getekend is. En hij gaat dwars door mijn spelende kauwen heen, dat is niet netjes van hem. De grote berg modder met oude stengels aan de linkerkant van de schets ligt kennelijk al een tijdje aan de kant van de weg, want op sommige plekjes groeit groen gras. Zouden ze die berg gebruiken als mest? Het ziet er vruchtbaar uit. De klei is zwart tot donkerbruin, en er zit een rode gloed doorheen. Het nodigt uit tot een heel expressief schilderij met abstracte vegen in bruin, paars en rood. Alleen schilder ik niet.

Deze bladzijde van het Schetsdagboek is al een week oud. Vorige week had ik twee oud-cursisten op bezoek die kwamen kijken hoe ik nu woon en ze wilden wat van de omgeving zien. Meestal doe ik eerst een rondje Warffum en de tweede dag een rondje Hoogeland. Ik ben trots op mijn nieuwe omgeving en laat alles graag aan anderen zien. Het was vrij regenachtig, dus ik had al een paar binnenlocaties in mijn hoofd (Theemuseum, Wierdenmuseum, Doezoo, een paar antiquariaten) en ondertussen dwaalde ik over het polderland. Maar de waddendijk moesten we natuurlijk wel even op, want dat moet je wel gezien hebben. Een beetje link wel, want het is een stukje terug als er een grote bui aankomt.

De wandeling naar de dijk en de klim naar het hoogste punt zijn altijd een beetje saai: kortgegeten gras en een nette asfaltweg. Tot je met je hoofd boven de dijk uitkomt. En dit keer was het extra spectaculair. Het was om te beginnen vloed, en ik zie nu hoe geweldig dat is, want dan zijn alle vogels langs de waterlijn vlakbij te zien. Het was een hels spektakel: we zagen een enorme vlucht bergeenden, een witte reiger, een heleboel kleine vliegertjes, en een kakelende menigte verderop in het wad. We zagen ook nog een enorme haas naar de kust sprinten en iets wat leek op een zeehond. De lucht was zwaar indigoblauw (‘zwart’ noemen de meeste mensen dat) en er vielen zonnestralen op de okergeel lichtende kwelders. Schitterend. De andere helft van de lucht was juist heel rustig en licht gekleurd. Mooie spiegelingen op het water, en schaduwen langs het fel oplichtende gras.

Je wist gewoon niet waar je moest kijken, zoveel was er te zien. En we hadden het over het wel of niet vastleggen van zoiets. Wat en hoe. Dat is gewoon niet te doen. Tot ik thuis, uit mijn hoofd, toch maar dit plaatje ratste in mijn schetsboek. Uit mijn herinnering. En dat is dan het beste wat ik kon doen. Ook al zaten er ribbels in mijn papier door knipsels op de achterkant.

Ik had een landschapsles vandaag en besloot naar de Noordpolder te gaan voor de luchten. Vanuit mijn huis aan de Hoofdstraat zie je wel veel lucht, maar geen polder, dus je mist de grote samenhang. Voor luchten schetsen heb je het overzicht nodig. Je moet de hele hemel kunnen zien om verbanden te leggen. Wat gebeurt er precies, waar gaat de wind heen, hoe is de ondergrond van de wolkenlucht, waar staat de zon, wat doet het licht met het landschap, enz., enz.

De bedoeling was kleine schetsjes te maken van verschillende luchten. Aantekeningen erbij van de kleuren en thuis uitwerken. Sommige wolken moet je tekenen, maar andere maak je door de opgeschreven kleuren door elkaar heen te werken. We zagen lila en bruin in een wolk, vraag niet hoe het kan. Het gaat om de sfeer en het ‘grote gebaar’, en dat kun je met de kleuren voor elkaar krijgen. Soms.

Het was echt schitterend, grote wolkenpartijen, diep-indigo luchten en stralende zon achter de wolken. En door dat aparte licht zijn de bermen opeens felgroen. Wat is dat toch mooi. En wat handig om dat vanuit een auto te doen. Dat is praktisch als zo’n lucht naar beneden dreigt te komen, maar ook omdat je even wat meer actieradius hebt. Ik geniet hierboven in Groningen.