ZON! ‘Wat is het leven fijn als de zon schijnt’, zingt André van Duin en zo is het.

Ik snel naar buiten voor mijn wekelijkse schets. Representatief voor de week is het niet, maar dat weet niemand meer over 20 jaar. Ik geniet van de prachtige takken van de oude kastanje in de kerktuin: mooi tegen een blauwe lucht. Van de rode knoppen van mijn kleine wilgje, van de groene brem vlak voor me. O jongens, en dat gaat allemaal weer bloeien en mooi groen blad geven. In de lucht zweven meeuwen op de stevige wind en ze krijsen als aan zee.

Wacht maar. Straks komen de zwaluwen weer terug.

Op de stapelmuur van stoepstenen staat nu een woud van boompjes. Heel kleine kale boompjes met de vorm van dakplatanen: een stammetje met horizontaal uitwaaierende takken.  De takjes hebben de duidelijke rafelige en geribbelde structuur van dennentakjes. Het heet cypreswolfsmelk. Euphorbia cyparissias om precies te zijn. En hij mag woekeren. Sterker nog: ik verwacht niet anders.

Wat leuk dat je met je neus op die plantjes kunt op deze manier. Maar die neus wordt wel heel snel koud, dus ik doe het grootste gedeelte van deze schets uit mijn hoofd. Ik snijd een stukje af en zie hoe dik de wortels intussen al geworden zijn. En het leukste is de lichtgroene groeipuntjes tussen de oude stammetjes. Zo mooi groen, zo hoopvol. Het wordt heus wel lente.

Ik had eerder al het idee om boven op de muur een Madurodam mini-landschap te maken voor een figuurtje van 2 centimeter hoog. Zo ’n mensje van modeltreinen bijvoorbeeld. Die mag dan in het bijzondere bos wandelen, en ik zal van alles verzinnen om hem te geven wat hij nodig heeft. Het lijkt me heel leuk om te bedenken welke planten geschikt zijn.

Ziek. En een natte grijze tuin. Soms zijn er dagen dat je niets moet willen. Gewoon ziek zijn, koffie drinken, in een holletje op een stoel tv kijken. Dat werk.

En toch wil ik een bladzijde maken. Kijken wat er uit mijn handen komt als dit de situatie is. Ooit heb ik een tekening gemaakt met zware hoofdpijn en dat werd een labyrint, maar dan vierkant. Toch interessant vind ik. Ik probeer goed te luisteren naar mijn intuïtie die aangeeft welk materiaal ik moet gebruiken.

Nu heb ik dus behoefte aan mijn indigo-aquarelsketchpotlood. Jazeker, dat bestaat. Het is een heerlijk zacht potlood van Bruynzeel met een mooie kleur, waar je dus ook wassingen mee kunt maken. En het drukt precies de goed sfeer uit. Klaar.

De eerste bladzijde. Ik had het voornemen om iedere week vanaf hetzelfde punt te tekenen, maar daar ben ik nu al weer van afgestapt. Het is veel leuker om een beetje wisselen.

Het is kouder dan ik dacht. Misschien komt het omdat ik de hele dag in de tuin heb gewerkt en nu te koud ben geworden. In ieder geval hield ik het niet lang uit. Dus heb ik de kleuren helemaal uit mijn hoofd gedaan. De meidoornheg is helemaal niet zo paars. Hij is vooral erg bruin en grijs en viezig door alle natte bladeren die er in zijn blijven hangen. De laurierheg is niet zo groen, maar veel donkerder saaigroen. De Clerodendron is niet geel maar vaalgrijs.

En zo kun je de waarheid naar je hand zetten. Vroeger was dat alleen voorbehouden aan kunstenaars en schrijvers. Nu doet iedereen het, zodat je niet meer weet wat waar is en wat niet. Helaas.