Ik moest voor een paar boodschappen in ‘Stad’ zijn en besloot daarom mijn schetsdagboek maar mee te nemen. Voor het geval jullie denken dat ik echt alleen nog maar het platteland schets.

Na aankomst op het station zat ik op het grote plein te schetsen. Ik viel op het contrast tussen het weelderige oude stationsgebouw en het strakke KPN kantoor. Achteraf had ik het stationsgebouw meer moeten mierenwandelen, omdat de details in het echt veel leuker waren dan op deze schets. En mijn stift was wel een beetje erg dik. Nu was ik ook enorm afgeleid door een groep kinderen, die alsmaar groter werd. Op het laatst stonden ze naast me op de bank omdat ze naar beneden in de fietsenkelder wilde kijken. Heel irritant. Ik ben toen opgestaan en richting Groninger Museum gelopen.

Daar ben ik even in de winkel geweest, en toen ik weer naar buiten kwam stonden dezelfde kinderen naar de muur te kijken. Ik ben naar ze toe gelopen en heb gevraagd wat ze deden. Een paar hopeloos kijkende meisjes waren dankbaar. Ze hadden allemaal een wiskunde-opdracht met de naam ‘de wiskunde ligt op straat’. Een kopietje met veel foto’s en originele vragen. Bij de muur van het museum: ‘Op hoeveel manieren kun je een horizontaal rijtje van 5 aaneengesloten donkerblauwe tegeltjes in het 10 bij 10 vierkant zetten?’ En: ‘Hoeveel halve vazen staan er op het gebouw in het water?’ Dat gebouw is rond, dus ik neem aan dat je dat dan moet kunnen berekenen. Maar de meeste kinderen begonnen over hekjes te klimmen en om te lopen, om alles te kunnen tellen. Het museumpersoneel stond er een beetje bij te kijken met de koffie in de hand. Ik vond het leuk. Zo leer je kinderen spelenderwijs wiskunde.

Landgoed Ewsum ligt vlak bij Middelstum hier in Noord-Groningen. Het is geen borg meer, maar nog steeds een prachtig landgoed. We zwierven een beetje rond door de tuinen, om de slotgracht heen en kwamen toen in een lange tuin met blauwe bankjes. Ondanks het sombere weer was deze tuin verrassend mooi. Dat kwam vooral door de felle kleuren van Asters, Sedums, Rudbeckia, en de achtergrond van donkere struiken zoals Cotinus en zwarte vlier. Heel erg mooi.

Intussen ben ik zelf bezig met mijn felle-kleurentuin die een beetje moet gaan lijken op Great Dixter in Engeland. Voor degenen die die tuin niet kennen: het is balanceren op de grens van romantische wanorde en totale chaos. Een tuin met allerlei groeisels die stuk voor stuk beoordeeld worden of ze gewied moeten worden of niet. Een tuin met een onconventionele keuze aan planten. Rozen, vaste planten, groentes, eenjarigen en bollen staan er allemaal door elkaar. De cottage heb ik al: dat is ons huis in rode Groninger baksteen. Ik plant van alles in de tuin wat maar kleur heeft. Knalrode Montbretia, kattestaarten, rode Dahlia’s, Verbena’s, roodpaarse Geraniums, Fuchsia, oranje slaapmutsjes; het kan niet gek genoeg. Heel wat anders dan mijn groene bladtuin in Amersfoort, die ook heel leuk was, maar een beetje klein. Ik ben me hier helemaal aan het uitleven.

Deze aquareltekening gaat ook over kleur. Vooral de idioot paarse spekbonen (‘Sweet Astralian’) had ik nog nooit gezien. Ik droog de zaden in de hoop ze in het voorjaar te kunnen planten. Verder de vruchten van de Magnolia, geraapt langs de weg in Middelstum. Ricinus-bonen van een ketting uit de kringloopwinkel en rode bessen van de Crataegus lavallei. September is de maand van kleur.

Mijn wekelijkse schetsrondje ging naar de polders ten noorden van Uithuizen. Een heel fijn gebied waar ik vaak kom. Na een bezoekje aan cafĂ© ‘t Zielhoes bij Noorpolderzijl wilde ik doorrijden naar de Klutenplas. Dat is een nat gebied waar veel vogels uit de wadden foerageren. Maar zoals altijd zag ik onderweg zoveel dat ik er nooit aankwam.

Bijvoorbeeld dit. Een enorme berg suikerbieten, net geoogst en wachtend op vervoer. Ik parkeerde mijn auto, en gewapend met windklem en tekenspullen ging ik uit de wind achter de berg staan, zodat ik ook het sporadische verkeer niet hinderde. Maar het waaide veel te hard om me te concentreren, dus ik ben maar op de grond gaan zitten. Toen rook ik de geur pas goed: een zoete, grondige geur die me ergens aan deed denken…

Aan de bieten in de koeienstal bij boer Breunissen in Wageningen, waar ik mijn jeugd heb doorgebracht. Alleen denk ik dat het toen voederbieten geweest moeten zijn. Misschien ruiken ze ongeveer hetzelfde. Ik weet nog dat ik ze klein mocht malen in de snijmachine. Dat was een grote gietijzeren bak op pootjes met een draaiwiel eraan en een geribbelde tekst op de zijkant. Tot mijn verbazing hoefde je er niet eens zo veel kracht op te zetten. Als klein meisje van een jaar of acht draaide ik aan het wiel middenin de stoffige stal tussen de hard snuivende koeien. En stiekem proefde ik een scherfje biet, en het smaakte net als nu, fris en zoet.

Ik zat met een goed glas witte wijn naar de etappe van de Vuelta te kijken. De aankomst op een grauwe berg met nog even een heel steil klimmetje voor de finish. Geweldig. Eigenlijk zou je het nauwkeuriger moeten volgen met een kaart erbij en zo, dan leer je nog wat over het landschap van Spanje. Toen zag ik op het kozijn aan de buitenkant een prachtig insect in de zon zitten. Soort hele grote wesp. Een hoornaar, dacht ik, want ik had er over gelezen in de krant: dat er hele grote gesignaleerd zijn.

Nou vind ik samen wielrennen kijken erg gezellig, maar zo’n dier stopt alles. ‘Bestuderen, bekijken, tekenen!’, riep alles in me. Even later stond ik buiten met een glas en een kartonnetje en ving hem vrij gemakkelijk.

In de scherpe namiddagzon in mijn atelier laat ik hem overlopen in een petrischaaltje, waardoor hij minder mobiel is en ik bestudeer hem nauwkeurig. Met mijn insectenboek erbij blijkt het een hommelzweefvlieg. ‘Onmiskenbaar door de grote afmetingen’, staat erbij. Dat moet hem zijn. Alleen heb ik nu gezien dat zijn vleugels ook nog gekleurd zijn met oker en zwart. Heel erg mooi. De onderkant wilde hij niet tonen. Zou ik ook niet doen.

Ik heb hem losgelaten in de tuin, waarna hij met enorme vaart richting buren vertrok. Mijn hoop dat hij nog eens op bezoek komt, is waarschijnlijk ijdel.