Ik moest voor een paar boodschappen in ‘Stad’ zijn en besloot daarom mijn schetsdagboek maar mee te nemen. Voor het geval jullie denken dat ik echt alleen nog maar het platteland schets.

Na aankomst op het station zat ik op het grote plein te schetsen. Ik viel op het contrast tussen het weelderige oude stationsgebouw en het strakke KPN kantoor. Achteraf had ik het stationsgebouw meer moeten mierenwandelen, omdat de details in het echt veel leuker waren dan op deze schets. En mijn stift was wel een beetje erg dik. Nu was ik ook enorm afgeleid door een groep kinderen, die alsmaar groter werd. Op het laatst stonden ze naast me op de bank omdat ze naar beneden in de fietsenkelder wilde kijken. Heel irritant. Ik ben toen opgestaan en richting Groninger Museum gelopen.

Daar ben ik even in de winkel geweest, en toen ik weer naar buiten kwam stonden dezelfde kinderen naar de muur te kijken. Ik ben naar ze toe gelopen en heb gevraagd wat ze deden. Een paar hopeloos kijkende meisjes waren dankbaar. Ze hadden allemaal een wiskunde-opdracht met de naam ‘de wiskunde ligt op straat’. Een kopietje met veel foto’s en originele vragen. Bij de muur van het museum: ‘Op hoeveel manieren kun je een horizontaal rijtje van 5 aaneengesloten donkerblauwe tegeltjes in het 10 bij 10 vierkant zetten?’ En: ‘Hoeveel halve vazen staan er op het gebouw in het water?’ Dat gebouw is rond, dus ik neem aan dat je dat dan moet kunnen berekenen. Maar de meeste kinderen begonnen over hekjes te klimmen en om te lopen, om alles te kunnen tellen. Het museumpersoneel stond er een beetje bij te kijken met de koffie in de hand. Ik vond het leuk. Zo leer je kinderen spelenderwijs wiskunde.