
De oosterse klaproos is een grijsgroene, wat slungelige plant. De lange bloemstengels vallen bijna altijd om, en richten zich daarna weer op. Maar dat ziet er heel slordig uit. Hij staat het beste als hij kan leunen in een struik zoals Physocarpus opulifolius in mijn tuin. De stengels groeien hard in mei en in een mum van tijd zie je de kogelronde knoppen. Op een dag barsten die open en er staat opeens een enorme rode bloem tussen de struiken. Oranjerood, en zo enorm dat iedereen hem meteen ziet.
Ik vond dit zo’n geweldig spektakel dat ik een paar jaar geleden besloot er heel veel te maken. Ik heb de plant opgewipt en van de wortels heel zorgvuldig vijf nieuwe planten gemaakt. Alle vijf zijn goed aangeslagen en staan in dezelfde langwerpige tuin. Een paar dagen geleden telde ik opeens 18 dikke ronde knoppen. En gisteren waren en vier open gekomen. Vandaag staan er 11 te bloeien. Het is een feest, en precies het effect dat ik wilde bereiken.
Een plant die na de bloei heel snel lelijk blad krijgt, dus hij staat daar prima; verscholen tussen de struiken.



