22. Papaver orientalis-Hybride – oosterse klaproos

De oosterse klaproos is een grijsgroene, wat slungelige plant. De lange bloemstengels vallen bijna altijd om, en richten zich daarna weer op. Maar dat ziet er heel slordig uit. Hij staat het beste als hij kan leunen in een struik zoals Physocarpus opulifolius in mijn tuin. De stengels groeien hard in mei en in een mum van tijd zie je de kogelronde knoppen. Op een dag barsten die open en er staat opeens een enorme rode bloem tussen de struiken. Oranjerood, en zo enorm dat iedereen hem meteen ziet.

Ik vond dit zo’n geweldig spektakel dat ik een paar jaar geleden besloot er heel veel te maken. Ik heb de plant opgewipt en van de wortels heel zorgvuldig vijf nieuwe planten gemaakt. Alle vijf zijn goed aangeslagen en staan in dezelfde langwerpige tuin. Een paar dagen geleden telde ik opeens 18 dikke ronde knoppen. En gisteren waren en vier open gekomen. Vandaag staan er 11 te bloeien. Het is een feest, en precies het effect dat ik wilde bereiken.

Een plant die na de bloei heel snel lelijk blad krijgt, dus hij staat daar prima; verscholen tussen de struiken.

21. Aquilegia Vulgaris-Hybride

Mijn tuinakelei. Een wilde akelei is het bijna nooit, want die vind je in de bergen van bijvoorbeeld Zwitserland en is bijna altijd blauwzwart. De akeleien in mijn tuin zijn uitgezaaide hybriden, die elke kleur kunnen hebben. Ik heb witte, heel donkerpaarse, roze en deze tweekleurigen. Want als je goed kijkt zie je dat de buitenste bladeren oudroze zijn en de binnenste purperpaars. Wat je pas ontdekt als je met kleurpotloden gaat werken. Wat ik ook heel mooi vind zijn de groene puntjes aan de bloembladeren, heel mooi licht olijfgroen. En ik houd erg van de vorm van de knoppen, die op van alles lijken, maar vooral op Griekse vazen.

Ik heb mijn vriendin besmet met het ‘laat-maar-waaien’ tuinvirus. Ze heeft een groot grindpad en dat staat stampvol met akeleien en papavers. En ze laat ze allemaal staan. Die twee plantensoorten bloeien elk jaar precies samen en het resultaat is elk jaar weer anders. Feestelijk is het en een tuin knapt heel erg op van dit wilde gebloei. En kan het kwaad? Nee. Ze zaaien zich uit en daarna is alles schijnbaar verdwenen. Last heb je er niet van. Tot de verrassing het volgende jaar als je ze bijna vergeten bent.

De schijnpapavers horen hier eigenlijk ook bij. Ze heten Meconopsis cambrica, en ze zijn er in geel en oranje. Ik vind de gele het mooist, maar oranje kleurt ook geweldig naast de paarse akeleien. Ik stel me een smal pad voor met paarse akelei en oranje papavers door elkaar en verder niets. Prachtig. Maar onuitvoerbaar want de planten bepalen altijd zelf waar ze willen staan. Dit jaar staan er in mijn boshyacintenveldje toevallig alleen gele papavers, wat erg mooi combineert. Ze bloeien vlak na elkaar, en soms is er een kleine overlap. Verder staan er inmiddels 8 exemplaren van mijn vosseboon (Thermopsis lanceolata) met lichtgele lupinebloemen en die staan er ook geweldig bij. Ik ga de vosseboon vermeerderen zodat ik er volgend jaar nog meer heb.

20. Crataegus monogyna – eenstijlige meidoorn

Slik.

Ik ga eerst even koffie zetten. En mijn bureau moet nodig opgeruimd. Hoe is het met de poes? O ja, die ligt lekker te slapen.

Nou, daar gaat ie. Potloden uitzoeken; o nee, want het is wit. Andere spullen opruimen dan. Hoe is het eigenlijk met mijn Geraniumboek?

Er is een naam in de biologie voor dit gedrag. Een poes doet het ook als hij net een muisje mist met zijn klauw. Dan gaat ie uitgebreid zijn poot zitten likken, want dat was ie ook eigenlijk van plan. Muis? welke muis? Meidoorn? Welke meidoorn? Al die bloemetjes zeker.

Na al deze smoesjes ben ik toch maar gewoon begonnen. Niet te lang nadenken maar rechts bovenaan de eerste bloem tekenen. Zonder potloodtekening, want daar word ik alleen maar zenuwachtig van. En dan blijkt alles visueel aan elkaar ‘vast’ te zitten en kan ik met mijn gehoorzame mier (‘de Mierenwandeling’) zomaar van de ene naar de andere bloem overstappen. Hoe dit werkt? Tja, daar heb ik jarenlang in les gegeven. Maar het werkt. En het voorkomt een hoop stress, maar vergt een hoop concentratie. Juist bij dit soort plantportretten. Er zijn meer moeilijke planten waarbij ik hetzelfde te werk ga: uien, fluitekruid en andere planten met veel kleine bloemetjes.

Deze tak komt (zoals alles) uit de tuin. We hebben een aantal jaar geleden een meidoornheg in de tuin geplant en die is nu bijna twee meter hoog. En omdat die haag vaak gesnoeid wordt, hebben we er een boompje naast gezet dat vrij kan bloeien en bessen kan maken. Daarvan is deze tak. En hij ruikt zo heerlijk dat mijn hele atelier geurt.

19. Hyacinthoides non-scripta – boshyacint

Mijn lievelingsbloem bloeit. Elk jaar is het weer een feestje om de ‘weide’ vol hyacinten te zien staan. Ik heb blauwe, roze en een witte. Ik vind ze allemaal even mooi en het worden er elk jaar meer. Dat doen ze helemaal vanzelf door de kleine broedbolletjes en door de mieren die ze verspreiden. Daarna moet je ze goed laten afsterven en vooral ook proberen te laten uitzaaien. Dus niet al die oude bloemen wegknippen zoals ik vroeger deed.

Het allermooist zijn ze natuurlijk op hun wilde plek in Engeland. Ik weet niet of het nog zo is, maar daar stonden hele velden vol onder de lichtgroene ontluikende bossen. En het is daar nog indrukwekkender omdat er een lichte glooiing in de bossen zit, waardoor het een deken lijkt van lichtblauw. Een paar jaar geleden ontdekte ik zo’n zelfde sprookjesbos op Schiermonnikoog, bij de begraafplaats Vredenhof, niet ver van bunker Wassermann. Je moet er op precies de goede tijd zijn, in de eerste week van mei, en met precies het juiste zonnetje, en precies de goede atmosfeer, maar dat waren we, toevallig. En wat een plaatje zeg, om stil van te worden.

Ze herinneren mij altijd aan Wageningse botanische tuin. Toen ik daar werkte en jarig was, kreeg ik van mijn toenmalige vriend en collega een enorme grote bos hyacinten in drie kleuren. Ik heb nog nooit zo veel bloemen gekregen. Het waren er zo veel dat ik het alleen in mijn armen kon vasthouden. En helemaal onvergetelijk was die heerlijke geur.

18. Clematis montana ‘Rubens’

Ik heb deze plant in 2022 in de tuin gezet. Ik wilde zo’n geweldige wolk Clematisbloemen in april en mei. Meestal zie je de gewone Clematis montana in die tijd massaal over schuurtjes en schuttingen hangen, en ik heb hem bij het Vindselmuseum ook gehad. Prachtig, maar daar had hij een industrieterrein tot zijn beschikking met degelijke Heras-hekwerken van staal. Hij heeft zo’n enorme groeikracht dat hij niet op mijn (oude) schutting in deze tuin past. Dus heb ik deze ‘Rubens’ genomen, een kleinere soort die niet zo hard zou groeien, ‘zeiden ze’. Hij is donkerbladig, wat erg mooi is, en heeft deze prachtige roodpaarse bloemen. Als je dan toch kunt kiezen, neem dan meteen de mooiste, niet?

Hij windt zich door de kiwi heen, en inderdaad is dat een fantastische combinatie omdat het hart van de Clematis dezelfde kleur heeft als de kiwibladeren, geelgroen. Schitterend hoe die bloemen er bovenuit piepen richting de zon. Bij schuttingen moet je altijd uitkijken dat de zonkant aan je eigen kant is, anders hebben de buren alle bloemen, maar in mijn geval is dat in orde: de zon is aan mijn kant. Bovendien heeft de buurman een grote schuur neergezet naast de schutting en die is donkerblauw. Hij kijkt er dus niet naar en Ik vind het mooi als achtergrond.

Ik ben erg blij met deze prachtige plant. Hij tekent bovendien zo lekker dat ik er meteen maar een kleurplaat van gemaakt heb voor kinderen.