Om een uur of vier, na een tweedaagse workshop Botanisch tekenen, ga ik nog even naar de kerktuin. We hebben twee dagen urenlang stil gewerkt aan twee takjes met besjes…alleen gepauzeerd voor lunch en koffie. Wat een luxe. Maar de besjes waren er dan ook naar: de vruchten van Clerodendrum (pindakaasboom) en Ampelopsis (porceleinbes). Je verzint het niet, die kleuren, en hoewel ik ze elk jaar weer zie blijven ze een uitdaging.

Bovendien heeft het twee dagen gehoosd van de regen, dus dit is het eerste droge moment. De stam van de kastanje glimt van de regen en lijkt wel zwart in plaats van grijsachtig. Dat doet me meteen denken aan Friese paarden. Zwart met blauw er doorheen, glanzend van het zweet.

Dus worden het de stammen. In een gelige, bruinige, donkergroenige sfeer van de bleke herfstzon door de veranderende kerktuin. Elke dag is mooi.

KOUD!!!!

En ik voel me niet lekker, dus dat zal met elkaar te maken hebben. Ik besluit dus een zo snel mogelijke schets te maken. Wat ik niet door heb, is dat een snellere schets meer kleur-informatie nodig heeft, want weet ik nog welke kleur de straat had? Nee. Welke kleur de muur van het huis op de hoek? Nee.

Is het belangrijk? Vandaag niet. Ik studeer nog een beetje op de vogels en snel weer naar binnen.

Ik heb weleens betere dagen gehad.

In tegenstelling tot mijn verwachtingen was het stralend herfstweer. Tenminste, rond tekentijd, en dat is aan het eind van de ochtend.

Prachtige blauwe lucht, dus ik liep een rondje om de kerk om te zien waar het licht het mooist op de bladeren scheen. Bladeren die overigens een beetje saai waren nog, niet groen en niet bruin, een beetje oninteressant. Al kijkend kwam ik aan de voorkant van de kerk bij de Torenweg, en zag dat de hele weg gebarricadeerd was door een geweldige gele ‘telescoopkraan’ van Vrieswijk (even opgezocht). Met die kraan tillen ze een zware container op om boven in de toren te vullen met steigermateriaal.

Ik begon meteen te tekenen, zittend op het trapje van de kerktuin. Toen ik de linkerbladzijde had gedaan, ben ik net zo lang omgelopen tot ik de bovenkant van de toren goed in zicht had, en niet tegen de zon in. De mannen boven op de steigers zwaaiden naar me en ik beduidde dat ik ze aan het tekenen was, maar dat hadden ze allang gezien. Gezellige boel daarboven.