In mijn boek ‘Mijn ontdekking van het Hogeland’ staat een tekening die ik gemaakt heb in november 2017. Ik moest er vandaag aan denken, want ik herkende de kleuren van de nazomer. ‘De kleuren worden zachter’ heet de tekening. Inderdaad zijn het heel zachte kleuren, maar wel donkere tinten: olijfgroen en paarsig bruin. Ik ben nog steeds gewend aan een vurige herfst in de tuinen van de stad, maar hier is het heel anders. Hier is het zoals de natuur echt is: heel langzaam wordt alles lichter van toon.

Ik was vandaag op de fiets gestapt voor een tekening van de plek waar ik mijn eerste Warffum-schets heb gemaakt. Dat is aan de Onderdendamsterweg bij een parkeerhaven die daar is, dit voor de kenners. Ik hoopte op een fraai zicht op het stromende water van de Warffumer Maar. Het riet was alleen zo hoog dat ik er een stuk weg bij moest nemen om afstand te krijgen. Dus werd het de asfaltweg op de voorgrond.

Dit is mijn dorp. Ik ben er trots op. Met een kerk op de wierde en veel mooie bomen. En een station met een geweldig uitzicht op de omliggende akkers. Nu ik weet wat ik allemaal zie, teken ik anders. Omdat ik houd van de dingen die ik herken. De huizen van het wijkje de Pollen, de hoge populier bij het station, de vlag van de camping, het mooie bruggetje, en de leuke hemelsblauwe trein. Het tekenen duurde maar een half uurtje, maar ik heb genoten.

Winsum.

Ik heb zin om het uitzicht op de ‘Jeneverbrug’ te schetsen. Eenmaal daar gekomen zie ik hoe moeilijk dat is. Dat ga ik niet redden staand op de brug, want ik durf niet tegen de reling te leunen om een beetje steun te hebben voor mijn armen. Ik besluit eerst een foto te maken en die zorgvuldig te bekijken, zittend op een bankje in de schaduw.

Vanaf die foto kan ik een dunne voorschets maken, zodat het perspectief een beetje klopt. Daarmee ga ik op de brug staan en neem mijn dunne pennetje. Dat is bijna leeg, zul je net zien, maar ik doe het ermee.

En ik begin met dat wat vooraan is. Het kleine mooie bootje. Daarna naar achteren tot ik bij de molen ben. En daarna beetje voor beetje naar links. Dan klopt het want de witte Buddleia hangt met zijn bloemen tegen de boarding aan de overkant. Visueel dan. Het werkt. En het blijft leuk op deze manier, want ik had het ook bij de foto kunnen laten en thuis ‘invullen’, maar dan mis ik de kick van het ter plekke tekenen.

Vroeger had je van die klussen die je bewaarde voor in de winter. Je kast met ordners uitmesten. De mappen met afbeeldingen op je computer ordenen. Heerlijk werk voor koud weer met de kachel gezellig aan. Vandaag doe ik dat soort klussen. Niet omdat het buiten guur is, maar omdat je beter niet buiten kunt komen vanwege de hitte. Hetzelfde effect. En omdat de strenge winters er niet meer inzitten, is de zomer de tijd voor opruimen. Rustig zittend: dat dan wel.

Ik heb een tijdje buiten gezeten in de schaduw van het huis, en ik zag de helft van een gele boktor achter een blad. Dus ik snel naar mijn petrischaaltje, maar toen ik terugkwam was hij weg. Ik besloot vanmiddag insecten te gaan bestuderen. Eerst even vangen, ietsjes verdoven met stukjes laurierblad en dan snel tekenen. Mijn eerste beestje was bijna dood, te veel laurier; sorry.

Wat ik me afvraag is waarom die beestjes het niet bloedheet krijgen met al dat gewiebel. Misschien is dat wel zo, maar ze moeten toch boodschappen doen net als wij.

Ik had een afspraak in Uithuizen. Vrij laat op de ochtend, en dus ging ik vroeg met de fiets op pad om de hele ochtend tijd te hebben om te schetsen: bijvoorbeeld de voorbereidingen voor de Paardendag vandaag. Maar die voorbereidingen bleken te bestaan uit het keihard zetten van de radio en dan gaan zitten wachten. Geen paard te zien.

Vlak naast het concoursveld is een hertenkamp, en de herten lagen toevallig vrij dicht bij het hek. Dus werden het herten. Maar ja, hoe gaat dat met herten; op een gegeven moment staan ze op en lopen massaal weg, genoeg van die kijkende ogen. Zonder even te melden ook. Je staat nog gedeeltelijk uit je hoofd een oor te tekenen, en als je opkijkt is het hele beest een paar meter verder.

OK. We hebben nog een troef: de Menkemaborg, vlakbij, dus op naar de tuinen. Tuinen zonder al te veel bankjes alleen, dus heb ik het best mogelijke bankje gekozen, en dan ben je afhankelijk van wat de tuinarchitect wil dat je ziet. Nou, dat was duidelijk. Langzamerhand verdwijnen de hertjes in een landschap van kegels, bollen en vlakken. En nou maar hopen dat ze het netjes houden.