Het regent de hele dag. Vanmorgen viel het nog mee, dus ben ik een rondje door de kerktuin gelopen en wat me opviel is hoe groen alles al is. Het blad van de daslook vooral maakt de hele bodem licht frisgroen. En overal voorjaarsplantjes die open gaan zodra er zon is. Maar vandaag dus niet.

De les van gisteravond lag nog op tafel. Die ging over texturen en structuren, en de voorbeelden lagen er ook nog. Dus ik heb de bladzijde in mijn lesboekje maar verder uitgewerkt. Altijd leuk om met alleen een simpel potloodje prachtige vormen en ribbels te toveren.

Bij texturen is het belangrijk vooral de huid van een zaad of plant weer te geven. Voelt het zacht aan? Lijkt het zacht, maar voelt het ruw? Voelt het prikkelig of juist harig? Wat je voelt met je vingers moet je kunnen zien in de tekening. Stofuitdrukking heet dat in vaktermen. Dat is nogal een moeilijk probleempje, dus geef ik les in soorten haartjes en hoe je die kunt maken. Heel leuk.
Structuren zijn de groeivormen van een zaad. Vaak spiralen en ruitpatronen. De kijker moet kunnen zien dat de tekenaar het begrepen heeft en uit zijn hoofd kan. Om dat te schetsen gebruik ik een rood potlood, waarna ik met gewoon potlood de details in kan tekenen. Ik heb het al een aantal keer gedaan inmiddels, maar het blijft leuk.

Er is niet zo heel veel veranderd deze week, en toch zie ik weer heel andere dingen. Mijn oog valt op de stam van de vleugelnoot, die prachtig gegroefd is en met een beetje licht al heel schilderachtig.

Terwijl ik staand aan het tekenen ben, zie ik pas hoe mooi de panden aan de Torenweg zijn, die links en recht van de boom doorlopen. Ja, en toen was ik dus de mooie details vergeten; het is een impressie, moet je maar denken. Wat zo geweldig hier is, is dat alle huizen anders zijn, met andere ramen, schoorstenen, balkons en daklijsten. Maar de kleuren van zowel de bomen als de huizen lijken allemaal van één schilder te komen. Dat maakt het zo mooi. Het dak van het kerkpand en de stammen van de bomen zijn lichtjes bedekt met dezelfde kleur groen. De kozijnen van de ramen, de sneeuwklokjes en de Taxus horen ook bij elkaar. En verder zie ik overal dat kleurtje wat bruin-oranje heet (RAL 2012) en wat de kleur is van de grond, de akkers, en de muren van de huizen.

Mijn tweede voorjaar hier. De winter was heftig. Het is nu dezelfde tijd als toen we vorig jaar hier voor het eerst rondliepen. De sneeuwklokjes bijna uitgebloeid en het speenkruid in aantocht.

De kerktuin in Warffum is flink onder handen genomen. Ik mis opeens van alles. Er is een hele haag Berberis weg. De Taxus, die enorm was, is tot ‘op het bot’ gesnoeid. En wat overblijft is een heel kaal gebeuren.

Restvorm. Daar lijkt het vandaag over te gaan. Ik ben begonnen met de gesnoeide Taxus te tekenen, omdat het me pijn doet. Ik weet dat hij weer stralend uitloopt, maar toch. Ik heb medelijden met de kinderen en de vogels die er hutten in bouwden. Je zult maar niet weten dat hij weer uitloopt, dan schrik je je toch een ongeluk? In mijn tekening blijft het een restvorm, dat is in tekentermen een vorm die overblijft tussen en naast de lijnen van de tekening. De lucht dus eigenlijk. Dat klopt ook met mijn gevoel: ik laat het even open, ik weet niet zo goed wat ik er mee moet.

Al struinend door de kerktuin vond ik verrassend veel andere dingen: bloemknoppen van de narcis, veel grotere bladeren van de boshyacint dan vorige week en zelfs een piepklein blauw knopje van de Scilla sibirica, de schat. En speenkruid. En vergeet-mij-nietje. Schieten jullie een beetje op, jongens? We wachten ‘reikhalzend’; wat ik me daarbij ook moet voorstellen.

Voor ik het wist zat ik opeens het huis aan de Hoofdstraat te tekenen. Dat was me eerder nooit zo opgevallen. Het is een leuk Gronings huis met mooie details. Dat het opeens opvalt komt natuurlijk doordat mijn geliefde Berberis weg is.
Alle ná heb z’n voor.

Mistig, maar met de belofte van een prachtige zonnige dag. Het is wel koud vanmorgen, de druppels hangen aan mijn neus. Af en toe valt er één op mijn boekje, maar gelukkig is mijn nieuwe blauwe potlood niet wateroplosbaar.

Ik sta tegen een schuine boom geleund, zodat ik de kauwen hoog in de toren goed kan bekijken. Ze maken een enorme herrie. Ik kan alleen niet goed zien of ze met hun nesten bezig zijn, het lijkt me van niet, want ik zie niemand met een stokje. Ze zitten een beetje te knuffelen in de vierkante gaten onder de dakrand. Pure liefde dus.

Wat me vanmorgen vooral opvalt is de enorme stam van de bruine beuk, die wel een paar meter breed is. Als heel teer contrast staat het rond de voet vol met knoppen van sneeuwklokjes. Ze zijn nog niet open, net als de winteraconieten, maar dat is over een uurtje wel anders. Ik ga straks nog even kijken, maar dan zijn jullie er niet bij.