Ik werk al een aantal dagen aan mijn nieuwe projecten. Dat zijn er meteen drie tegelijk natuurlijk: ten eerste portretten van interessante planten, met ontwerpen en kalligrafie erbij, ten tweede combinaties van twee wilde planten op een groot vel, en ten derde een heel groot werk met alle bloemen uit mijn eigen tuin die ik op dit moment zie bloeien. Geen schetsboekjes. Ik heb sterke behoefte aan nieuw, ingelijst werk, en vooral veel planten.

Dus zit ik de hele dag aan mijn tekentafel. Af en toe een kop koffie, even een boodschap doen, even in de tuin zitten en dan weer verder. Heerlijk.

Hoewel… Na zo’n hele dag intensief en heel gedisciplineerd werken zit ik even uitgebreid naar het resultaat te kijken. Even genieten van wat ik gemaakt heb, en beoordelen of het wel genieten is. En dan ontdek ik een fout. Ah, nee! Heb ik een schrijffout gemaakt in de Latijnse naam. Terwijl ik de hele naam gespeld en al voor me had liggen. Speciaal omdat ik weet hoe snel je een fout maakt met kalligraferen. Ik weet het wel: het ging zo lekker dat het vanzelf uit mijn penseel vloeide….. en dan controleer je niet. Nou ja, ik maak wel een nieuwe.

Gisteren was ik terug in de omgeving waar ik opgroeide. Ik keek uit op de kerk van Dodewaard met een oude strang ervoor. Dat is een oude zijstroom van de rivier de Waal, die ooit buiten zijn oevers is getreden. Vroeger was dat eng, nu heet dat ‘Nieuwe Natuur’. Het is een heel mooi stukje Betuwe.

De dijk is bezaaid met bloemen: fluitekruid, scherpe boterbloem, af en toe een pluk dagkoekoeksbloem, heel veel bloeiende grassen, kruipende boterbloem en wede, een zeldzame kruisbloemige waar men vroeger blauwe textielverf van maakte. Mijn oude vrienden. De vreugde van het weerzien vertaal ik met spetters over de schets heen.

Terwijl ik vandaag in mijn atelier probeer dat beeld van gisteren te schilderen, zit Siep (de poes) tussen mijn aquarelbakje en mijn borst op tafel. Niet de meest handige plek. Af en toe krijg ik een dreun tegen mijn hoofd omdat hij aandacht wil. Als hij zelfs in de achterkant van mijn penseel gaat bijten, wordt het me te gortig en pak ik zijn lievelingsdoos, waar hij uiteindelijk tevreden in gaat liggen. Op aaiafstand.

Het is fantastisch weer, droog , zonnig en wolkenloos. Daar hebben we maanden naar verlangd. We zitten in de net aangelegde tuin te kijken naar de kerktoren. De vlag die daar uithangt hangt half op de toren omdat de wind uit het oosten komt. Als ik hem aan het einde van de middag wil tekenen, is hij opeens weg, dus doe ik hem maar uit mijn hoofd. De kleuren weet ik wel zo’n beetje.

Maar de reden dat ik mijn schetsboekjes erbij haalde is dan ook een andere: de zwaluwen zijn terug! Men zegt dat ze in Zuid Afrika overwinteren en daarna weer helemaal terugvliegen naar Warffum. Heerlijk dat ze weer terug zijn en straks weer gaan schreeuwen tijdens hun rondjes om de kerk. Alleen, waarom zou je terugkomen uit Zuid Afrika? Ik zou daar mooi blijven, prachtland, prachtige natuur.

Enfin, gewoon een heerlijke middag in de zon. Om ons heen honderden pluizen van de wilg, zodat het lijkt of het sneeuwt. Poes op tafel, wijn in het glas, vrede.