Inmiddels zijn we weer thuis van een weekje Schiermonnikoog.

Ik ging er speciaal heen om bloemen te tekenen. Ik had mezelf drie grote projecten opgedragen: een lange berm, een serie met verschillende viooltjes en een blauw-rose serie. Karton gekocht bij Flokstra, zorgvuldig ingepakt en in een groene map met speciaal bedacht hengsel om te kunnen dragen. Het is toch een heel gedoe met het openbaar vervoer. De volgende keer moet ik zorgen voor een keycord om mijn nek om de ov-kaart in te hangen, want met twee handen vol is dat een behoorlijk gedoe, zeker als de buschauffeur meteen begint te rijden. Sta je daar te klungelen met al die bagage.

Ik had mijn wekelijkse columnboekje vergeten, maar wat ik had willen doen is dit: wat zal er deze week gaan bloeien in mijn tuin en kan ik dat dat uit mijn hoofd tekenen? Dat is een hele uitdaging, en ik merkte dat ik de bovenste krullen van de akelei de verkeerde kant op had getekend. Bij het vingerhoedskruid is ook iets fout, maar de anjers zijn prima.

O ja, en er bloeide geen enkele bijzondere plant op Schier. Ja, fluitekruid, heel veel fluitekruid. Dus ik heb een fout gemaakt of de natuur is door de droogte een paar weken later. In ieder geval moet ik een keer terug als het juli is. Intussen heb ik wel een heel schetsboekje vol getekend met beessies, landschapjes en mensen. Ook leuk.

Het is weer prachtig zonnig en 11 graden. Ietsje te koud voor lekker, maar ik vind het best.

Ik zit bij de donkerrode tuin. Dat is een heel groot woord voor een stukje van 1,5 bij 1 meter, maar ik doe het ermee. Het is een strook onder de druif en een japanse wijnbes, waar ik in de nazomer heerlijk van kan snoepen. En natuurlijk iedereen die er dan verder toevallig langskomt.

Voor het beplanten ben ik begonnen met een donkerrode brem, een rode Pulsatilla, toen een paarse Ajuga en een Rodgersia, en nu vul ik het aan met donker vlas, rode kool en beemdkroon voor het blauw, klokjes, rozemarijn, allemaal zachtblauw. Donkerrood is vaak een beetje paars van tint, dus moet ik enorm uitkijken met de kleur blauw die ik toevoeg. Dat gaat heel snel vloeken, maar het zacht lilablauw van bloeiende rozemarijn is geweldig.  Kwestie van heel veel in de grond zetten en kijken wat past. Als ik er naar kijk merk ik dat ik het groen uitschakel, ik ben alleen maar bezig met de bloemen. Dat merkte ik pas tijdens het met potlood inkleuren van de vlakken: hier streef ik naar. Voor de kijker, u dus, is het niet te begrijpen denk ik, want dan moeten de bloemen veel gedetailleerder getekend worden. Maakt niet uit, hier ben ik mee bezig dus, en op deze manier. En het werkt.

Het is heerlijk in de zon achter de meidoornheg. De heg is nu dicht en hoog genoeg om de wind tegen te houden. In de verte zie ik de uitlopende bomen bij de begraafplaats, essen, een berk en de hoge Metasequioa.

Het hekwerk in mijn tuin is kaal, en de oude schutting erachter ook. Het is niet gelukt met de groenblijvende braam en de klimopjes zijn nog te klein. Dus het duurt nog een paar jaar voor dat het echt bevredigend groen is daar. Maar op het klimrek ervoor staat een Ampelopsis die roestbruine knoppen heeft, en die groeit als een gek. Eronder staat Rosa ‘Blush Noisette’ te stralen met heel gezond lichtgroen blad. Voor mijn part groeit ze het hele hekwerk dicht, mijn zegen heeft ze want haar bloemen zijn schitterend: heel lichtroze met donkerroze knoppen.

Vandaag is de Clerodendron uit de knop gekomen, en die heeft paarsbruin blad. Een mooie kleur. Ik vind de heel lichte stengels niet zo mooi, net als die van Vitex zijn ze nogal opvallend in een ontluikende voorjaarstuin. Ik heb nog geen goede oplossing gevonden om ze te camoufleren. Misschien hoge muurbloemen. En bij de Clerodendron is het niet storend omdat ik het effect versterkt heb met de bollen kamperfoelie.