Het is weer prachtig zonnig en 11 graden. Ietsje te koud voor lekker, maar ik vind het best.

Ik zit bij de donkerrode tuin. Dat is een heel groot woord voor een stukje van 1,5 bij 1 meter, maar ik doe het ermee. Het is een strook onder de druif en een japanse wijnbes, waar ik in de nazomer heerlijk van kan snoepen. En natuurlijk iedereen die er dan verder toevallig langskomt.

Voor het beplanten ben ik begonnen met een donkerrode brem, een rode Pulsatilla, toen een paarse Ajuga en een Rodgersia, en nu vul ik het aan met donker vlas, rode kool en beemdkroon voor het blauw, klokjes, rozemarijn, allemaal zachtblauw. Donkerrood is vaak een beetje paars van tint, dus moet ik enorm uitkijken met de kleur blauw die ik toevoeg. Dat gaat heel snel vloeken, maar het zacht lilablauw van bloeiende rozemarijn is geweldig.  Kwestie van heel veel in de grond zetten en kijken wat past. Als ik er naar kijk merk ik dat ik het groen uitschakel, ik ben alleen maar bezig met de bloemen. Dat merkte ik pas tijdens het met potlood inkleuren van de vlakken: hier streef ik naar. Voor de kijker, u dus, is het niet te begrijpen denk ik, want dan moeten de bloemen veel gedetailleerder getekend worden. Maakt niet uit, hier ben ik mee bezig dus, en op deze manier. En het werkt.