Hagelluchten, Noordpolder-West, 27 april 2017

Noordpolder-West 27 april 2017

Je leest het goed: ik zit op Koningsdag in m’n eentje in de polder. Met mooie klassieke muziek (Cesar Franck!) en in de auto, maar toch: geen kleedjesmarkt vandaag vanwege de slechte weersvoorspelling. Toen ik wegging had ik nog geen idee waar ik heen zou gaan. Eerst maar es de straat uit. Van daaruit kun je kiezen, rechts naar Usquert, links naar Baflo. Ik aarzelde even en dacht toen aan Rita Verdonk die gisteren weer eens te zien was op televisie, en ik ging rechtdoor.

In een mum van tijd sta je in de polder. Wat is dat toch een rijkdom. Niet een beetje een weitje, maar een immense polder met hier en daar een boerderij, af en toe een gek bruggetje, bomen om een hoeve heen, en lucht, heel veel lucht. Het geeft me een gevoel van geluk en een enorme opluchting alsof ik een vogel ben die eindelijk weer voluit mag vliegen. Zoals de bruine kiekendief die ik een tijdje heb zitten schetsen.

Dus wordt die lucht vandaag mijn onderwerp. Vijftig tinten grijs. Gelukkig heb ik mijn kleurenkaartjes bij me, zodat ik heel precies kan kijken welk grijs het nu allemaal is. Tussen het werken door maak ik even een schetsje van het beeld in mijn achteruitkijkspiegel. Het is zoals ik leef: ik ben me op de achtergrond bewust van de NAM en wat ze allemaal aan het doen zijn hier in Groningen, maar ondertussen teken ik luchten.

Schetsdagboek, Noordkaap, 19 april 2017

Noordkaap 19 april 2017

Mijn eerste echte schetsdagboek in Groningen. Dan maar meteen ook naar het uiterste noorden, het laatste puntje van het vasteland: de Noordkaap. Echt waar: er staan richtingaanwijzers met de tekst ‘Noordkaap’ en een afbeelding van een camera. Maar eerst kom je door Uithuizen, en dan door Uithuizermeeden, waar je al nooit van z’n leven dacht te komen, dan door Hefswal en vervolgens staan die bordjes er weer. Het lijkt dus te kloppen. Steeds denk je de laatste boerderij te passeren, maar dat blijkt niet de laatste. Vervolgens ga je recht op de windmolens van de Eemshaven af. Kan niet echt mooi zijn, denk je dan. En dan draai je weer naar het westen, waar het groen is met boerderijen. Soms ga je een hellinkje op door een coupure in de dijk. Maar boven gekomen zie je een volgende polder. Ik moet er nog steeds aan wennen. Dat komt door de Noordhollandse duinen die ik gewend ben: duin op en je ziet de zee, bruisend en woest. Nou, hier is geen zee, alleen gras. Dat overkomt je hier drie keer. Tot je eindelijk een doodlopende weg inslaat met nog meer polder en aan het eind de echte zeedijk. En OVER die dijk:…..DIT. .Al goed, mij hoor je niet meer.

Het is wel even organiseren om op een wad met harde wind te schetsen. Het gele stoeltje, dat ik altijd bij me heb, hangt in mijn rechterhand horizontaal in de wind. Een potlood kun je niet even op de grond leggen zoals ik gewoonlijk doe. In een mum van tijd ligt het bij de horizon. Maar ik was op alles voorbereid, handschoenen met vingers, windklemmen, dikke kleren, dichte tassen, kleurenkaartjes.

Het was heerlijk. Terug in de auto zag ik in de spiegel een woest, verwaaid rood hoofd. En dat hoofd voelde zich strontgelukkig. Terug naar mijn heerlijke huis in een warme auto met klassieke muziek.