Er is in Groningen veel architectuur te vinden in de stijl van de Amsterdamse School. Een aantal Groningse architecten was daardoor sterk beïnvloed. Dat zie je hier vaak terug: in woonhuizen, kantoorgebouwen, kerken en zelfs boerderijen. Ook de leden van kunstenaarsvereniging ‘de Ploeg’ hielden zich bezig met industrieëel ontwerp en grafiek.

Gisteren bekeek ik de Boaz Kerk in Westeremden. We hadden al eens bewonderend buiten gestaan en vandaag was de kerk open in het kader van een architectuurmanifestatie. Een lezing over kleuren en pigmenten van de Amsterdamse School heb ik helaas gemist, maar zittend in de kerkbank heb ik enorm genoten van de prachtige details van de banken en ramen. De heel bijzondere kleurencombinatie kon ik met behulp van mijn onafscheidelijke kleurenkaartjes heel goed noteren. Eén stukje van de kerkbank ben ik vergeten op te schrijven. Het zou groen kunnen zijn, maar net zo goed rood, of zwart.

Ik merk dat ik niet zomaar iets kan invullen, dus laat ik het maar wit. Het is een kleine moeite om er een foto van de kerk bij te pakken en er een kloppend plaatje van te maken. Dat is alleen niet mijn opzet: ik wil mezelf (en mijn cursisten) leren hoe precies ik moet zijn in het schetsen. In sommige gevallen heel precies dus.

Elke dinsdag teken ik insecten bij ‘Doezoo’ in Leens, mijn geliefde insectendierentuin. Afgelopen dinsdag was mijn auto stuk, dus ging ik op de fiets. Voor degenen die mij kennen zal dat een schokkende mededeling zijn: ik fietste in Amersfoort nooit, en nu opeens…. En dan ook nog meteen drie kwartier naar mijn ‘werk’. Het is allemaal anders hier in Groningen.

Anyway, ik ben op de fiets. Dat vraagt op de terugweg om een ommetje. Bovendien als er heel spannende fietspaden opduiken met fietsknooppunten, is dat zonder kaart vrij simpel te doen. Dus ik slinger-de-slinger door het Hogeland en raak zelfs een beetje uit de route omdat de akkers hier zo groot zijn dat doorsteken geen optie is. Ik maak wat schetsjes voor mijn verzameling en verwonder me over de vogels en vooral over de tientallen vlinders. En over de variatie aan landbouwgewassen.

Neem nou dit. Geen idee wat het precies is, maar het lijkt me rogge. Ik kom er niet echt uit, en ik zal eens vragen bij de betreffende boer. Gewoon het erf oplopen. Maar wat het ook is: het was een enorm leuk gezicht, zo’n veld vol met dansende aren waarvan alle naalden wijd uitstaan. Lekker eigenwijs.

Ik woon voor het eerst van mijn leven in een akkergebied. Dat is wel wat anders dan weiden en rivieren. De velden zijn hier bijna iedere week anders; want er groeit van alles: tarwe, gerst, suikerbieten, prei, aardappels en koolzaad. Daarnet kwam ik langs mijn geliefde gerst-akker die ik elke week teken omdat hij steeds een andere kleur heeft. Het begint groen, wordt dan blauwgroen, geelgroen en oker en opeens ….. is hij gemaaid. Je moet er wel snel bij zijn als je iedere week iets wilt vastleggen. Ben benieuwd wat ze er nu mee gaan doen, ploegen waarschijnlijk, maar dan?

De aardappels bloeien. Je ziet enorme groene velden, die opeens een lichtpaarse waas van bloemtrossen hebben, of een spierwitte wolkenmassa. Die witte rassen lijken wel veel voller te bloeien. De bloem zelf is van dichtbij net een bitterzoet met zijn donkergele meeldraden. Die steken als speren onder de hangende bloem uit, mooi. Het klopt dat de planten op elkaar lijken want ze zijn allebei familie van de Nachtschaden, een bedenkelijke familie met nogal wat maffia. Ze handelen in ondergrondse waar en bovengronds wassen ze het wit.

Zal ik het over tien jaar ook nog zien, deze bollenvelden? Of ben ik het dan spuugzat? Ik hoop het niet. Ik hoop dat ik er ieder jaar weer van geniet dat die piepers zo mooi bloeien: de bloesem van patat.