Leuk, een dagje naar Haarlem! In het Frans Hals museum is een tentoonstelling over kijken. Bij verschillende schilderijen staan standaards met vergrootglazen waar je doorheen kunt kijken, met uitleg over de details die je ziet. Ik heb er geen gebruik van gemaakt, want ik zie zonder vergrootglas al zo ontzettend veel details.

Ik had me al voorgenomen om me te werpen op de prachtig geschilderde kragen die ik verwachtte te zien. En inderdaad: kragen zat, hele dure, dikke, grote, maar ook kleine en bijna vierkante. En die van Frans Hals heel levendig en losjes. Het leuke is dat je er heel dicht met je neus bovenop kunt, voordat er een alarm af gaat. Er zit een koperen strip in de grond, maar het kan ook zijn dat die voor de stevigheid van het tapijt is. Ik heb geen kik gehoord. Misschien hebben ze dus geen alarm en is het bangmakerij.

O, wat mooi zijn die kragen, en wat leuk om te tekenen. En wat verbluffend eenvoudig met een grafiet-aquarelpotlood. Dat is een potlood dat vrij zwarte tonen geeft, die nog veel zwarter worden met water (spuug in mijn geval). Ik had een waterpenseel bij me om die techniek toe te passen, maar met een vinger gaat het sneller en artistieker. Het betere nattevingerwerk dus.

Het was prachtig zonnig weer, iets boven nul en windstil. Fantastisch weer dus voor een dagje aan het water. Aan de Zeedijk, iets voorbij de Arkerweg heb ik van de zomer een heel klein strandje ontdekt langs het Nijkerkernauw. Een éénpersoons schelpenstrandje waar kennelijk vaker mensen zitten, getuige de rommel. Bij het weggaan heb ik het maar een beetje opgeruimd. Ik had mijn superlage, knalgele plastic stoeltje meegenomen, zodat ik heel rustig en lang zou kunnen tekenen.

Ik had me voorgenomen om alleen met zwarte balpen te tekenen, dus meer had ik niet bij me. Dat gaf heel veel rust. Wat ik wel had meegenomen waren een zestal lange strookjes met notities van al mijn kleurpotloden, zodat ik bij de schets meteen precies de goede kleur kon schrijven: Pablo van Dijckbruin, Pablo green ochre, Faber nougat, Lyra olive brown, Pablo sky blue, Lyra grey green + Lyra sap green. Heel handig.

Langs het water lag een vliesdun strookje ijs, en in het koude water vond ik een hele hand vol zeegroene mosseltjes. Die heb ik later in mijn atelier rustig getekend en gekleurd, koffie en koekjes bij de hand. Superdag.

Ik weet niet of het u weleens is opgevallen: Amersfoort barst van de blokheggen. Dat zijn heggen van Spaanse aak of veldesdoorn die gesnoeid zijn tot brede blokken tussen en langs de wegen. De Amsterdamseweg bijvoorbeeld heeft een blokheg tussen de rijbanen vanuit het centrum die pas bij Soest ophoudt. Langs de Stadsring vindt u blokheggen en bij het nieuwe ziekenhuis zijn alle bermen beplant met jonge esdoornscheuten die gesnoeid gaan worden. Nieuwe heggen dus.

Jaren geleden heb ik eens een artikeltje in de stadskrant geschreven over bijzondere bomen in de stad, compleet met tekening. De blokheggen aan de Kattenbroekerweg en de Holkerweg stonden op het punt gerooid te worden, en we hebben toen met een aantal vrijwilligers gezorgd dat de heggen geknipt werden. Het heeft twee weekenden gekost met een man of 30 om de zaak netjes te knippen. Maar het was wel erg gezellig, verbindend onder de bewoners van de wijk, en de heggen staan er nog steeds.

De heg op de tekening staat langs de Bunschoterstraat ter hoogte van Nieuwland. Ik reed er vanmorgen langs. Mijn aandacht werd getrokken door de drie etages die er in de loop van de jaren in gesnoeid zijn. Verschil van beleid?

Op de achtergrond het bijzondere gebouw van de schietvereniging. De voortrazende auto’s er tussenin heb ik maar weggelaten.

Gelukkig moest ik weer eens naar het ziekenhuis in Amersfoort. Niet zelf, maar als chauffeur. Dat doe ik graag, vooral uit eigenbelang, want dan kan ik de bamboe’s tekenen. Ik heb ze zien planten op 6 maart 2014 door de firma Bruinsma uit Aalsmeer. Dat hele proces heb ik geschetst in een kleiner dagboekje. Ze kwamen met enorme zakken aarde en hydromateriaal en zijn de hele dag bezig geweest. De reacties van de mensen om me heen waren vooral mooi: ‘ik vind het wel Veel’, zei iemand.

Het zou nog veel meer worden. Het is nu een tropisch bos dat tot de nok van de hoge wachtruimte reikt, met heel lange zwiepende nieuwe scheuten. De stammen zijn nu zo’n 15 centimeter breed en mooi donkergroen. De bladeren iets lichter maar enorm groot, gemiddeld 35 centimeter lang. Ik vind het waanzinnig. Het ziet er tropisch uit, en het geeft mij een blij gevoel.

Die Turkse mevrouw die zit te wachten op iets spannends vindt dat waarschijnlijk niet. Zielig, en dan heb ik haar ook nog zo beroerd getekend.