vrijdag 25 oktober 2024

Zwaar bewolkt en een beetje drupperig. Drupperig? Geen bestaand woord, maar wel leuk.

Ik wilde naar het Warffumer Bos. Dat is een heel groot en chique woord voor een vierkant productiebos, waar alle essen inmiddels geveld zijn door de essentaksterfte. Maar daardoor staan er allerlei struiken en boompjes. En vandaag viel me op dat er duizenden bruine paddenstoelen groeien in de natte bosbodem.

Die bodem was behoorlijk nat; zeker het mooie weitje waar ik wilde gaan zitten. Mijn schoenen sopten al snel in het lange groene gras. Ander plekje dan maar? Ik ben zo weg. Maar ik weet uit ervaring dat een plekje zoeken niet werkt. Ik heb een keer eindeloos en vruchteloos over een heide gedwaald op zoek naar een geschikt plekje. Een heel onbevredigende middag zonder iets beleefd te hebben.

Het ideale plekje is er niet. Ik moet gewoon ergens gaan zitten en wachten. Wachten tot ik gewend bent aan het rare, niet inspirerende landschap. Wachten tot ik moed heb om te beginnen. En creatief zijn als je merkt dat je je kleurpotloden thuis hebt laten liggen …

Wat heb ik wél? Allerlei zwarte pennen en potloden. Een zwarte penseelpen, een grafietpotlood, stiftjes, kalligrafeerpennen, gewoon potlood, balpen. Daar moet ik het dus mee doen. Slik. Dan doen we dat dus. Een soort Große Rasenstück van Albrecht Dürer.

vrijdag 18 oktober 2024

Hoewel het vanmorgen niets leek, was het vanmiddag stralend weer. Met wolkenluchten die zo snel veranderen dat ik af en toe dacht dat er een bui zou vallen. Misschien moet ik ook nog een grote paraplu meenemen de volgende keer, dan kan ik daar snel onder duiken met al mijn spullen.

Ik ging richting Usquert. Ik hoopte eigenlijk op een plekje bij zo’n mooie herenboerderij. Maar al vrij snel hoorde ik mijn intuïtie ‘linksaf’ zeggen. Ik was al een paar meter verder, maar besloot te luisteren. Het was een betonpad dat vol lag met modder en aan het einde ging het over in een onverharde akkerrand. Ingezaaid met van alles wat echt hier thuishoort: voederwikke, kamille, Phacelia, en aardbeiklaver. Allemaal vrijwel uitgebloeid, dus met zaad dat ik mee kon nemen.

Het was herfstig en bijna stil. Ik genoot van het prachtige akkerlandschap rondom, met bietenvelden, lege paarsbruine akkers en dijken met geelkleurend gras.

Ik wilde eerst tot het einde doorlopen naar de dijk, maar iets zei me dat niet te doen. Later zag ik waarom: er zat een grote kolonie kieviten onderaan de dijk. Dus ik heb aan de kant van het weggetje tussen twee bietenplanten in gezeten. Met die typische bietengeur om me heen. Het was geweldig. Zomaar in een bietenveld.

Alleen: ik neem nooit meer mijn fiets mee in een akker. Ik moest hem het hele eind terug slepen omdat de wielen niet meer draaiden van de modder.

vrijdag 11 oktober 2024

Het zou vandaag behoorlijk regenen. ‘Heb ik weer’, dacht ik, ‘mijn eerste blog in een jaar, en meteen zo’n uitdaging.’ Ik had bedacht dat ik naar het station in Groningen kon gaan om te tekenen als het nat zou zijn. Dus alles was klaar voor vertrek met de trein.

Regent het verdorie niet! En meteen heb ik alle ruimte. Zo veel ruimte, dat het moeilijk kiezen is. Ik besluit vanuit huis linksaf te gaan, dat maakt al een heleboel uit. Ik fiets langs het spoor zonder doel en opeens loop ik de akker op richting de halve wierde die ik altijd zie liggen vanuit de trein. Daar wilde ik nog eens naar toe. Dus zit ik er, achter de hoogste ‘klif’ en meteen beschermd tegen de wind uit het westen. Goed plekkie hier, en wat een weidsheid.

Ik besluit om de horizon van Usquert eens heel precies met potlood te tekenen, want het is allemaal heel scherp te zien daar in de verte, het Raadhuis, de kerk, de abelen. Daarna begin ik met kleurpotlood aan de lucht. Wat me vooral opvalt is hoeveel soorten blauw er eigenlijk in zitten. Een heel warm blauw bovenin, iets groenigs halverwege en lila blauw onderin. En dan die prachtige slagroomwolken met allerlei tinten grijs. Moeilijk hoor, ook al weet ik hoe het moet. Maar ik had een heerlijke studiemiddag.