Het weer is behoorlijk in de war de laatste dagen. Er valt van alles: regen, hagel, sneeuw en zon. In Drenthe is het zelfs een tijdje helemaal wit geweest. En het journaal waarschuwt met code geel. Sommige mensen worden daar helemaal onrustig van, maar ik vind het prachtig. Bladerend in mijn oude schetsboeken zie ik dat het elk jaar rond deze tijd vrij heftig is. Ik zie veel aquarellen met tere gele, roze en zachtgroene voorjaarsbomen voor een heel donker-indigo lucht. Eén keer ben ik op de Drakenburgerweg in Baarn (waar je niet mag stoppen) op de stoep gaan staan omdat ik het móest vastleggen. Een ander jaar waren het de bronsgroene acacia’s in Soest.

En dat was dus het plan vandaag. Maar terwijl ik dit dacht zat ik op een stoel recht voor het raam mussen te schetsen. Eerst heel snel, maar later geconcentreerd en tot in de details onderzoekend. Soms alleen een tijdje de houding aan een tak, soms de verschillen tussen de mannetjes, soms hun gedrag ten opzichte van elkaar. En ondertussen stelde ik steeds vragen: hoe rond is het eigenlijk, loopt die witte band door tot aan zijn rug, hoe rood is die wang, wat zie je precies van voren, hoe herken ik dat éne bazige vrouwtje…

Daarna heb ik de vogelboeken erbij gepakt, de vragen beantwoord, en de bladzijde verder afgemaakt uit mijn geheugen. Deze bladzijde is een mooi voorbeeld van schetsen (geboeid zijn door de natuur) en tekenen (details en biologische informatie opzoeken). Als dat samen een bladzijde wordt, voel ik me zeer tevreden.

Ik ben van Hilversum op weg naar Bussum, als ik onderweg een hele rij gaspeldoorns zie vanuit de auto. Natuurlijk op een plek waar je niet kunt stoppen, de N 524, zo’n gevaarlijke tweebaansweg, waar je geen kant op kunt. Dan maar een eindje verderop een zijweg in en even parkeren. En vlak naast mijn geparkeerde auto staat een gaspeldoorn. Dank.

Gaspeldoorn is behoorlijk bijzonder, vooral in deze streken. In de kustgebieden van Frankrijk en Engeland zie je het volop, maar ik heb het in Nederland nog niet zo veel gezien, maar misschien vergis ik me. Even verderop staat brem, op een schuin talud met konijnenholen. Het wordt dus een gele bladzijde vandaag. Vandaar dat ik even later naast een paardenbloem in de slootkant zit tussen de tientallen zwarte vliegen om ons heen.

Na deze schetsen rijd ik nog even terug naar het Mediapark, omdat ik gezien had dat alle bermen daar zijn volgeplant met botanische narcisjes. Geel. Geweldig, al mijn lievelings-mini-narcisjes staan daar gewoon door elkaar naast de voortrazende auto’s! Ik vond knielen in het Mediapark iets te ver gaan, dus ik heb van elke soort eentje geplukt, en die zittend op een stenen bank geschetst.

Of ik wist waar het Joop van den Endeplein was. ‘Geen idee, ik heb alleen verstand van narcisjes’, antwoordde ik. Dat we toen op dat plein stonden realiseerde ik me pas thuis.

Vanaf de A1 bij Baarn heb je een prachtig uitzicht over de polders bij Eemnes. Vooral als je in de file staat. Ik vind het altijd zo jammer dat je vanaf de snelweg niet even leuk kunt schetsen. Even op de vluchtstrook, moet toch mogen? Wees gerust, ik doe het echt niet, behalve dan één keer bij Woensdrecht, daar waar je de Brabantse heuvels afrijdt richting Zeeland. Toen heb ik het toch gedaan. Maar ik weet nog steeds hoe spannend dat was omdat het echt onveilig voelt…

Dus even de polder in bij Eemnes, en een weggetje rechts de weilanden in. Bij een hek parkeren en op mijn gele stoeltje in het gras. Het grote vlakke gebied eindigt aan de horizon met een strookje bomen, boerderijen en kerken. Een mooi landschap, maar het allermooiste is daarboven: die enorme hoeveelheid lucht. Ik ben stapelgek op mooie luchten, in welk jaargetijde dan ook. Vandaag is er een blauwe lucht met echte witte kinderwolken. Ik moet aan Erwin Krol denken, die altijd zo enthousiast over allerlei luchten kon praten. Als een kind zo blij met onweer.

Mijn schets is het verslag van een fijn uurtje in het nieuwe gras, dat geurt en glanst van versigheid. Een stelletje grutto’s roept, een kievit verdedigt zijn nest en een klein snel vogeltje roept ‘tjielp tutu’, wie het weet mag het zeggen. Ik denk opeens: waarom doet niet iedereen dit een uurtje in de week?

Na de les Botanisch tekenen in het gebouwtje van het Pinetum Blijdenstein lopen we nog even een rondje en staan stil bij de vijver. Het zit er barstensvol kikkers. Leuk, hoe ze met hun achterpoten een volledige spagaat kunnen maken. Er zwemmen twee heel mooie gevlekte rond, goudkleurig met een luipaardvelletje. Zou dat een speciale soort zijn of niet? Mooi zijn ze.

Kikkers. Eigenlijk ben ik er hartstikke bang voor. Dat komt door een ervaring in Zweden, toen ik mijn laars aantrok terwijl er één in zat, en mijn zoon er één bij zijn hoofdkussen in zijn tent had. Sindsdien gruw ik van ze. Het is niet over gegaan toen een cursist mij de opdracht gaf voor een potloodtekening van een kikker en een egel. Ik heb de hele kikker uitgebreid in potloodtonen getekend zonder er al te veel bij te voelen. De tekening is ingelijst en betaald en de deur uit.

Ik heb ze nooit gemogen. Hoe mooi ze ook zijn, hoe bijzonder hun ogen en hun puntige poten er ook uit zien. Vandaag heb ik mijn angst weer overwonnen en ze bestudeerd. Vooral de manier waarop hun kopjes boven het water uitkomen trok mijn aandacht. Moeilijk, want het is allemaal net iets te ver weg (gelukkig).