En toen was ik opeens in Cambridge. Ik was daar voor een paar dagen met vrienden om een studie te maken van het landschap waar de schilder John Constable gewerkt heeft. Ik heb niet alleen het betreffende landschap getekend, maar nog veel meer. De bloemrijke resten van een huwelijk in een mooi kerkje, een heuse voetbalwedstrijd in Ipswich, wat landschappen hier en daar, veel bloemetjes langs de weg natuurlijk, mensen op de boot, de repetitie van een kerkkoor, en de Botanische tuin van Cambridge. Helemaal te gek. In totaal 74 bladzijden…. in vijf dagen.

Wat me het meest is bijgebleven is een struik die ik niet kende. Niet van plaatjes, niet van flora’s, gewoon helemaal nooit gezien. Een struik zoals Eleagnus (voor de kenners) maar dan met prachtige wit- en donkerrode bloemen en een fontein aan rode meeldraden. Zo feestelijk. En de knoppen hebben de vorm van een antieke duikershelm.

Als ik zoiets zie, vergeet ik alles en móet ik hem bestuderen, tekenen, voelen, ruiken, om thuis te kunnen opzoeken. Ik kan nog net mijn mede-reizigers vertellen dat ik eerst moet tekenen, maar dat is het dan. Verder ben ik volledig in aanbidding. Geen houden aan. Gelukkig kennen ze me een beetje.

Ik heb de struik gedetermineerd als Acca sellowiana. Volgens Wikipedia zijn de ovale groene vruchten nog te eten ook.

Na de schetsexcursie ‘Mensen schetsen in een park’ in het Vondelpark in Amsterdam zit ik nog een tijdje op het Museumplein. Met een ijsje op één van de roodpaarse bankjes. Het is heerlijk weer, niet te warm, maar zonnig en windstil. Overal lopen en zitten mensen en ik voel me trots dat ik in zo’n prachtige stad mag zitten, sterker nog, dat ik er naar toe kan gaan wanneer ik maar wil.

Aan de overkant is een man zeepbellen aan het maken met twee stokken en een draad. Fascinerend om te zien hoe groot die bellen worden. Natuurlijk staan er allerlei kinderen te kijken. Ontroerend. Onschuldig.

Ik begin een schets met een toren van het Rijksmuseum. De lucht is opeens heel donker, maar het blijft gelukkig droog. Ik schets met mijn Pentel Brush in grote vlekken de geknotte platanen, het Rijksmuseum met een Staedler 0.05 en met de kleurpotloden die ik vandaag toevallig bij me heb. Opeens, als ik de mensenmassa aan het tekenen ben, bekruipt me een onbehaaglijk gevoel. Er staan daar wel erg veel mensen op een kluitje. Stel dat daar zo’n idioot met een bom loopt…. Ik besluit mijn ogen goed open te houden, maar het is toch een nieuwe ervaring die ik niet ken. De gedachte heeft me ook niet meer verlaten, helemaal niet toen ik op het stampvolle Centraal Station aankwam. Ik geloof dat ik niet zo snel weer zo’n menigte zal opzoeken.

Ik heb last van mijn rug, dus moet ik een plekje zoeken waar ik goed kan zitten en het moet in de schaduw zijn, want het wordt 30 graden. De theetuin in Eemnes. Ik was er in het vroege voorjaar, toen ze net alles grondig hadden gesnoeid. De bomen waren gekortwiekt omdat er een vliegroute moest komen voor de nestelende ooievaars (ik dacht eigenlijk dat die wel een beetje zouden kunnen sturen met hun vleugels….).

Nu zag ik dat je inderdaad niet ontkomt aan een grondige snoeibeurt in het voorjaar. De wilgen moeten een klein knotje houden, bramen groeien meters in één seizoen, groot hoefblad is erg mooi, maar groeit waar je bij staat, en zo is er nog het één en ander te onderhouden. Het gras moet bijvoorbeeld steeds gemaaid, denk ik. Wat me een enorme klus lijkt met al die leuke zitjes overal.

‘O, kijk eens wat een prachtige hortensia’s’!, roepen alle vrouwen die voorbij mijn privé-nisje komen, maar ik kan het niet met ze eens zijn: ik mag ze niet zo, die planten. Zo enorm, zo aanwezig. Dus heb ik er ontzettend op zitten werken, en dat is te zien, lijkt me. Stop maar Tru, het is niet je ‘ding’.

Op bedrijventerrein de ‘Vinkenhoef’ tussen Hoevelaken en Amersfoort is een gloednieuwe weg aangelegd over de spoorlijn richting de oprit van de A1 in Hoevelaken. Eigenlijk ligt de weg precies in de ronding van knooppunt Hoevelaken. Al het verkeer raast daar met grote snelheid om je heen.

Omdat de weg nieuw is zijn er allerlei eenjarige wilde bloemen opgekomen in het rulle zand. Het staat werkelijk stampvol kamille, koolzaad, klaver en perzikkruid. Hier en daar een grote pol distels en mooie grassen. Het is een zee van bloemen. Heel bijzonder is dat de pollen in de middenberm lijken te zijn aangeplant, zo natuurlijk vloeien ze in elkaar over. De beroemde tuinarchitecte Victoria Sackville-West (ja, die van Sissinghurst) keek de kunst voor het maken van perfecte borders af van dit soort bermen. Ik kan me het inderdaad heel goed voorstellen hier.

Alleen is een middenberm van een weg waar je niet kunt parkeren op geen enkele manier te schetsen. Dus heb ik het na afloop thuis uit mijn hoofd gedaan.

Het was slecht weer dus ik moest iets bedenken om binnen te schetsen. Dus toch maar weer eens naar Ikea, daar was ik een tijd niet geweest. ‘Mam, we moeten Nodig’, zou mijn dochter zeggen. Het was er super rustig, boven verwachting, want met slecht weer is het meestal erg druk daar. Nu waren er vooral veel oudere mensen, waaronder een behoorlijk aantal die duidelijk iets mankeerden.

Het restaurant was weer eens veranderd, wat weer de mogelijkheid geeft om andere lampen en tafels te showen. En het zitgedeelte was behoorlijk uitgebreid. Er is nu ook een afdeling voor netwerkenden en werkenden compleet met stopcontacten, en daar werd volop gebruik van gemaakt. Het lijkt me een ideale plek om elkaar te ontmoeten zo vlak langs de A1.

Ik zocht een privé plekje bij het raam en begon aan het grote uitzicht over de nieuwe wijk Vathorst.
Grote voetbalvelden, spoorlijn, huizenblokken en in de verte de kantoorgebouwen langs de A28 naar Zwolle. Die kantoren hebben ze voorzien van een groenachtig schuin dak, waardoor ze een rustiek uiterlijk moeten krijgen. Op de voorgrond de banen van Skatepark Vathorst aan de Caraïben. Vreemde straatnamen hebben ze daar: als de Straat van Gibraltar afgesloten is en je via de Zwarte Zee moet rijden, sta je toch wel even te kijken lijkt me. Vooral zonder boot.