Ik krijg er geen eenheid in, hoe ik ook pruts met mijn penseeltje. En laat dat nou net het probleem zijn van mijn tuin. Tenminste, in deze tijd van het jaar. In zo’n jonge tuin zie je nog heel veel bestrating en kale schuttingen. En struiken die geleden hebben onder de nachtvorst.

Nog weinig groen dus. Groen dat verbindt. Groen als prachtige achtergrond voor de bloemen. Groen als rustpunt in de verte. Groen als omlijsting. Groen als verzachting van het tegelpad.

En dat is de reden dat die voorjaarskleuren zo verschrikkelijk schetteren. Oranje is op zich best, als hij in een bed van Ajuga staat, zoals ik heb gefantaseerd in mijn schets. En roze is op zich ook niet zo erg als het in een donkergroene omgeving staat. Maar rose, en vooral dit harde rose, is heel vreselijk tegen de lichte achtergrond van de mislukte blauwe passiebloem op de schutting. De enige plek die wel in harmonie lijkt te komen is de gele tuin van vorige week. Nou ja, het is een kwestie van wachten tot het groener wordt.

Corona of niet, de narcissen bloeien! En hoe. Narcissus triandrus ‘Pride of Cornwall’ bloeit weer en ruikt zo heerlijk, zo zoet en sterk, dus hij mag vlak bij de ingang van de tuin.

Dit is mijn voorjaarstuin langs de meidoornheg. Die heg staat ook pas twee jaar, en dat vergeet ik nogal eens als ik ongeduldig ben. Hij is mooi en een belangrijke windkerende achtergrond voor mijn Euphorbia’s en Narcissen. Lager op de grond staan de primula’s in 3 soorten, al zijn die bijna uitgebloeid. Het gele penningkruid komt net uit de knop en vormt nieuwe toppen. Die blaadjes zijn iets meer oranje dan het andere geel in de tuin en dat is eventjes een beetje lelijk, maar het trekt helemaal bij als het penningkruid uitgegroeid en vers is, zo mooi.

Op de achtergrond de keukendeur met het kattenluikje. En dat is voorlopig op slot gedaan. Onze lieve Siep hebben we vorige week laten inslapen bij de dierenarts. Jammer, maar we zagen het aankomen, hij was op. Bijna twintig was ie, dus we zijn dankbaar voor al zijn liefde en knuffels. Maar leeg is het wel zonder zijn geluiden en bewegingen.

Dit is een studieschets. En een praktische les. Het wordt dus geen mooie bladzijde, maar dat is nooit mijn bedoeling. De bedoeling hiervan is de vormen van een aardhommel te ‘vangen’ in de vlucht.

Hoe doe je dat? Ga lekker zitten in het zonnetje bij een plant met bloemen waar hommels op vliegen (om de één of andere reden vaak blauwe bloemen…) en wacht. Niks doen, vooral niet iets anders gaan tekenen. Dan komt er een hommel aan. Laat hem rustig vliegen en kijk of het een blijvertje is. Kijk alleen maar, gewoon om te genieten.

Kies dan een bepaalde houding tijdens het vliegen die je opvalt en probeer die even heel intensief te bekijken. Het voelt voor mij alsof ik een foto maak. Bevries dat beeld. Dat is al moeilijk zat maar het went snel.

En dan: niet meer kijken naar de hommel en proberen te reproduceren wat je in gedachten ziet. Rete-moeilijk, dat klopt. Maak daarvan een krabbel, doe vooral niet meer dan dat, geen enkel lijntje toevoegen uit je fantasie. Het verschil tussen geheugen en fantasie is flinterdun, maar het is er en je voelt het. Volgende houding. En zo ga je een kwartiertje door. Het kost bergen concentratie, maar het is leuk en erg leerzaam. Je leert zo goed kijken en onthouden dat vogels misschien ook wel in aanmerking komen.

O ja, en dan: GEEN mooie kleurtjes toevoegen die je niet gezien hebt. Alleen een kadertje om de bladzijde en misschien een echte hommel van een plaatje. Accepteer je eerste, onhandige pogingen, want dat is wat je gezien en onthouden hebt. Wees eerlijk tegen jezelf.

KOUD! Wat wil je; vanmorgen was alles nog wit van de hagelsteentjes, het dak lag vol kleine bolletjes. Ik vind het geweldig, al die soorten weer. Hagelluchten zijn schitterend, hagelsteentjes maken me altijd vrolijk als ze over straat dansen, en de planten trekken er zich niet zo veel van aan. De planten die nu bloeien zijn erop gebouwd.

Deze trots van mijn tuin is Tranchystemon orientalis. Hij bloeit supervroeg met gekke blauwe hangbloemetjes die zeer in trek zijn bij de eerste hommels. En het blad is verrukkelijk lichtgroen en groot. Wie wil mag een stekje.

In de ijskou zat ik even op mijn stoeltje onder de Buddleia en ik schetste mijn Silphium perfoliatum, kompasplant. Ook zo’n fantastische plant. Hij komt op met rabarberachtige kroesbladeren, maar het wordt een 3 meter hoge plant met prachtige vierkante stengels. Ik houd van die joekels, die maken mijn tuin weelderig en tropisch. Ik moet bij die scheuten uit de grond altijd denken aan een puppy van een Berner Sennenhond, klein, schattig en knuffelbaar, maar met van die enorme poten waaraan je kunt zien hoe groot hij wordt. Mooi!

Ik hád natuurlijk de geweldige scilla’s kunnen tekenen in de voorjaarstuin. Nou ja, tuin, het is een smal strookje langs de heg waar de eerste voorjaarszon komt. Dat noem ik de ‘paarsblauwe tuin’ omdat ik er alles in die kleuren verzamel wat nu bloeit, en dat is veel: scilla’s, druifjes, Chionodoxa, Primula ‘Wanda’ (hartstikke paars), Anemone blanda, holwortel, paarse maagdenpalm, een feestje. Ik ben er vorig jaar mee begonnen en het wordt nu een eenheid.

Maar dan krijg ik een boekje vol mooie prentjes. De kerktuin is nu een zee van hardblauwe scilla’s, zo prachtig. Daar zie ik geen uitdaging meer in, want dat heb ik vorig jaar uitgebreid geoefend.

Ik realiseer me wat er gebeurt als ik naar mijn tuin kijk. Ik zie wat ik allemaal gedaan heb de afgelopen week. Hard gewerkt, veel zaailingen heen en weer gesleept naar betere plekken, planten gescheurd en gedeeld. De hele tuin op mijn knieën schoongemaakt met mijn harkende handen. Om al die onbekende zaailingen te sparen en meteen goed te kijken wat er allemaal opkomt. Heel gedetailleerd, heel intensief.  Ik begin een beetje te snappen hoe een echte cottagetuin werkt: laten uitzaaien, leuk, maar daarna moet je dagenlang aan de gang. Dat moet je wel leuk vinden. Dus wat ik zie als ik naar de paarse tuin kijk: de werkelijkheid, maar in gedachten dezelfde tuin over 3 maanden. En dat is een uitdaging om te tekenen.