5. Rosmarinus officinalis – rozemarijn

Rozemarijn is een bekend keukenkruid, dat vaak verkocht wordt in bosjes bij de supermarkt. De takjes daarvan zijn echter zo droog, dat alle geur en dus smaak er waarschijnlijk af zijn. Het wordt vooral in Italiaanse gerechten en stoofpotjes gebruikt en in een ‘bouquet garni’. Rozemarijn verspreidt een heerlijke geur als iemand er mee kookt.

Dus zette ik hem in mijn tuin, om er elke keer van te kunnen plukken. Het is een plant die hier ontzettend goed groeit; hij houdt van kalk en een luchtige bodem en dat heb ik hier op de wierde. De planten worden alleen erg snel groot en krijgen dan houtige stengels, die alle kanten op kronkelen en vrij kaal worden. Dus snoei ik hem rigoureus en alle gesnoeide stekken steek ik ergens anders weer in de grond.

Het gevolg is dat ze nu overal in de tuin staan. En dat is geweldig, want de plant is wintergroen, ruikt heerlijk als je je hand er doorheen haalt, en bloeit ook nog eens niet onverdienstelijk voor de bijen en hommels. Met mooie lilablauwe lipbloemen die heel mooi zijn bij kattenkruid. En laat dat het nou niet doen in mijn tuin.

4. Arum italicum ‘Pictum’

De gevlekte aronskelk. Ik had de plant geleerd op de tuinbouwschool maar geen ervaring met hem in tuinen. Misschien groeit hij niet goed op de Amersfoorste bodem. Maar hier in Warffum zie ik hem overal, zelfs in het wild in het (jawel) Warffumer bos. Het is een lage plant met bladeren op lange stelen die recht omhoog uit de grond komen. Ze zijn eerst mooi in de lengte opgerold als een sigaar en later ontvouwen ze zich. En dat gebeurt in de late winter. Als er weinig aan de hand is in de tuin. Als de Helleborussen plat op de grond liggen van de vorst. Als de eerste sneeuwklokjes zwart worden van de gesmolten sneeuw. Dan.

Dan ontrollen de knoppen zich en in een mum van tijd is er een groene bodem. Met of zonder mooie strepen en patronen, dat hangt een beetje van de plant af. Ik denk dat elke plant zijn eigen patronen heeft. Tijdens een rondje om de kerk in Warffum zag ik fel witte met donkergroene vlekken, maar ook geelachtige exemplaren zoals deze.

Hij is geweldig groen tot alles om hem heen ook boven de grond is. En dan, op het toppunt van overdaad in de tuin, gaat hij bloeien met grote witte kelken en vrijwel meteen daarna vallen de slakken aan op het slappe blad. Een heel smerig en rommelig gezicht. En dan is hij weg. Maar dan is de tuin inmiddels ontploft en bovendien staan er in mijn tuin hoge boshyacinthen omheen die dan geweldig bloeien. Geen probleem dus.

En in de late zomer, als de wilde Crososmia’s bloeien met hun lange bloeistengels en grasachtige blad, verschijnen opeens de stijve stelen met groene, oranje en rode bessen. Recht omhoog en statig. Precies op het moment dat die kleur oranje echt een extraatje is in de tuin.

Topplant dus. Maar dus wel eentje met een handleiding.

3. Hedera helix ‘Erecta’ – stijve klimop

Eén van mijn eerste aankopen zijn de Hedera’s. Ik heb meer dan 10 soorten, en ze zijn allemaal helemaal verschillend. Van kleur, maar ook van vorm. Ik heb er die geel met groen zijn, op verschillende manieren, wit met groen, en één met heel aparte kleuren viridiaan, om mijn cursisten te verrassen. Ik heb hele kleintjes, eentje met lange bladpunten, en een grote Ierse klimop. Vroeger vond ik die Ierse niet mooi met zijn grote, wat slordige hangbladeren, maar op een grauwe dag in de winter ben ik er heel blij mee. Hij verdrijft alle grijzigheid.

Deze stijve klimop is een niet klimmende plant, hij groeit dus zelfstandig de lucht in zonder steun. Dat lijkt mooi, maar daardoor wil hij nog weleens omkieperen. Hij staat vaker schuin dan me lief is, dus steun ik hem onder een gele roos en naast een rozemarijn. Hij groeit niet zo heel geweldig. Ik lees dat hij veel meer vocht moet hebben, dus ik ga hem een beetje extra vertroetelen in het voorjaar. Dat zou ook de reden kunnen zijn dat zijn stengels nogal snel afbreken.

Ik wil hem graag houden, want ik ben verliefd op zijn grafische silhouet, en dat is wat ik steeds weer teken. Het liefst met zwarte inkt, dan krijg je een heel mooie zwarte vorm als een logo. De manier hoe de blaadjes tegen de stengel aan staan vind ik fascinerend.

Wat ik altijd zo vreemd vind is hoe moeilijk klimop te vermeerderen is. Het duurt een eeuwigheid voordat een stekje wortels heeft, en dat zou je niet denken. Nu, na 10 jaar tuinieren, moet ik de groei van mijn klimoppen in de gaten gaan houden. Het is nog geen plaag geworden. Dat wordt het ook niet want ik houd elk stengeltje in de gaten.

2. Thujopsis dolobrata – Hibacypres

In 2017 begon ik de aanleg van mijn tuin in Warffum. Eerst moesten we 1200 stoeptegels weghalen. Daarna begon ik met groenblijvende struiken: hulst, liguster, olijfwilg, klimop en brem. Om zo een groene basis te maken: een stevig en blijvend raamwerk voor de komende winters.

Ik had tijdens mijn tekentochten in het Pinetum Birkhoven in Amersfoort deze Thujopsis gezien, en ik werd door iemand gewezen op de bijzondere onderkant van de takken. Een heel mooi lijnenspel van groen en wit. Die wil ik hebben voor mijn cursisten, dacht ik, en ik nam een stek mee. Die stek wortelde vrij gemakkelijk, dus hij belandde in mijn tuin in Warffum. En wel in ‘het bos’, een plek achterin de tuin waar ik alles een beetje ‘laat gaan’ voor de dieren.

Ik was alleen bang dat hij net zo hoog zou worden als zijn soortgenoot in het Gimborn Arboretum in Doorn: 10 meter. Zo hard zal het niet gaan, dacht ik. En zo ja, dan haal ik hem alsnog weg. Wat natuurlijk ook kan.

Ik heb hem dus om een speciale reden. Niet alleen omdat hij wintergroen is, maar vanwege de prachtige vormen aan de onderkant van zijn takken. Heerlijk om te tekenen.

1. Iris foetidissima – stinkende lis

Deze plant stond al jaren op mijn verlanglijstje. Een groenblijvende lis die in de winter oranje bessen krijgt. Het leek me het einde.

Maar ik kon hem nergens vinden. In Sussex heb ik hem zien staan in de heg van een tuin, dus ik weet hoe groot hij ongeveer wordt en hoe hij bloeit (onaanzienlijk eigenlijk.)

Tot mijn dochter A. aankondigde dat ze naar verschillende tuinen in Zuid-Engeland zou gaan. Ik heb haar gevraagd uit te kijken naar deze plant. En ze kwam terug met een potje uit Wisley. Geweldig. Ik heb het kleine plantje opgekweekt en onder mijn meidoornheg gezet achter de kas. Een beschut plekje uit de vorst en beschermd tegen de zon.

Een paar weken later zag ik, op weg naar het station hier in Warffum, dezelfde plant in een tuin. Hij stond daar al jaren en had inderdaad oranje bessen. Het was een grote verrassing. Ik belde aan, deed mijn verhaal en kreeg vijf grote pollen. Die heb ik verspreid door de tuin geplant en goed bewaterd.

Deze winter heeft alleen de plant van A. oranje bessen. De rest is aangegeten door slakken en heeft niet gebloeid.

Het is inderdaad een geweldige plant in de winter. Prachtig groen en sierlijk en de bessen blijken niet oranje, maar meer oranjerood. Ze hangen inderdaad de hele winter aan de plant. Wat een beauty.