De laatste column van het jaar 2020. En ik hoefde niet ver te zoeken, want toen ik langs de kerktuin liep zag ik dat de vorig jaar geplante Helleborussen allemaal bloemknoppen hebben. Allemaal! En ze zijn geplant als minuscule stekjes. Zo klein dat er een aantal weggeschoffeld is geweest.

Dus ik ben door mijn knieën gegaan met mijn boekje op het lage muurtje. En dan even snel zo’n ingewikkelde knop schetsen viel niet mee. Gelukkig is het niet de eerste keer. Er zitten meerdere knoppen bij elkaar in een bundel. En het geheel, met lichtgroene schutbladen komt met een dikke steel uit de bruine grond. Symbolischer kan het niet.

Voeg daarbij de ‘eeuwig’ groene Hedera en je hebt een nieuwjaarskaart waar Hallmark niet tegenop kan. En ik ook niet. Op naar 2021.

Koud. Nat. Grijs.

Tussendoor is het eventjes droog en ik waag een schets van de kerktuin. Ik heb er natuurlijk niet heel veel zin in om in de koude, natte decemberlucht te gaan tekenen. Er zijn mooiere dagen. En wat zou er nou helemaal te zien zijn? Veel kleur verwacht ik niet.

Weet je wat? Ik ga het helemaal uitbuiten en neem wateroplosbaar materiaal, mijn geliefde Lamy-vulpen. Misschien kan ik die nattigheid juist versterken. Nou, dat werkt. Je kunt lekker krabbelen, al wil de pen niet helemaal stromen met dit weer, maar dat is alleen maar artistiek. Verder kun je je vingers nat maken aan de bladeren en het muurtje, en dan krijg je ook nog leuke kleurtjes die je niet bedacht had. En mensen die langskomen verbazen zich, maar die weten al dat ik behoorlijk vreemd ben.

Opportunistisch, maar dat is mijn kracht. Moeilijke omstandigheden gebruiken als je sterkste punt. Ik vind het trouwens een goed gelukte schets: koud, kaal en nat. Dat lukt nooit als je binnen tekent, en ook niet van een foto.

Gisteren was ik weg, dus heb ik vandaag maar een schetsje gemaakt.

Pas in de middag werd het een beetje droog, dus deze schets is van een uur of vier. En wat me meteen opviel toen ik door de Hoofdstraat liep: de zon schijnt natuurlijk heel anders op het geheel nu. En dan zie je zomaar een brede tak van de vleugelnoot dwars door de ramen, dat is me nooit eerder opgevallen. Je kijkt dus door twee ramen tegenover elkaar dwars door de kerk. En zie die ramen dan maar eens goed getekend te krijgen, leunend tegen de kastanje. Met wit uitgespaarde ornamentiek. Het lijkt nergens naar. En hoewel ik op het punt stond om even een foto te maken en na te tekenen, besloot ik toch door te zetten.

Wat me ook opeens opviel door het andere licht waren de kleurverschillen in de muur van de kerk. Ik heb ooit in Portugal een hele studie gemaakt van afgebladderde en beschimmelde muren, hoe je dat moet doen in aquarel, en staand in een dorpje. Maar als het je eigen dorp betreft is het toch opeens meer zorgelijk dan artistiek. Want het zal weer opgeknapt moeten worden, en dat gaat geld kosten. Maar als je tekent is het mooi.

Hoekje van de Schoolstraat waar de steigers weg zijn en men aan de binnenkant van het Openluchtmuseum bezig is met opknappen. Ik heb met mijn knalgele stoeltje midden op het pad naast de kerk gezeten, dan kan ik tenminste goed bij mijn spullen, die op de grond om mij heen liggen. Bovendien stond er geen wind, dus dan is het een stuk minder koud.

‘Groningen roze’: zo noem ik de kleur van de bakstenen uit de verte. Het is geen bruin en ook geen rood. Er bestaat een kleurpotlood van Caran d ‘Ache, in de serie ‘Supracolor’, dat precies goed is: ‘brownish orange’. Maar ja, vandaag deed ik het met aquarel, en dan meng ik English red met gebrande sienna (voor de kenners).

Anyway. Wat ik niet heb gedaan, is het wit openlaten. Tenminste, niet precies genoeg. Met een snelle stijl als de mijne ontstaan er altijd veel witte vlekjes. Dat vind ik op zich mooi, want het suggereert licht. Maar als er sprake is van geschilderd wit (en dat is nogal essentieel hier) moet ik zorgen voor kaarsrechte witte banden en lijnen. Let bijvoorbeeld op het witte informatiebord bij het museum, de witte daklijsten en de witte kozijnen. Want dat lukt achteraf niet meer met krijt (het ronde raampje) en tipp-ex (de voorste ramen). En bovendien is dat mijn eer te na.

Ken je zo’n dag: dat de wolken laag hangen en het stervenskoud is? Zo’n dag. De weermensen zeggen dat het grijs is, maar in feite is het wit, en dat is veel erger. Grijs heeft nog nuances.

En wat de grootste droefheid van zo’n dag is, zijn de schaduwen. Die zijn er niet. De hele wereld is ééndimensionaal geworden, je ziet nauwelijks diepte.

Ik sta buiten en huiver. Emoties kun je niet wegpoetsen, die zijn er gewoon. Ook ik baal van dit weer, maar mijn kunstvorm is schetsen en dat gaat over de uitdaging om er iets van te maken. Op dit soort dagen zijn silhouetten geweldig om te tekenen. Juist omdat er geen diepte is. Dus werd het de kastanje vandaag, vlak voor mijn huis, en dat in 2 minuten. Even voelde ik de verleiding om een foto te maken en die binnen uit te werken, en die heb ik toch maar mooi weerstaan. Het gaat mij niet om het plaatje, maar om de emotie. Volgens mij is dat gelukt.