Hoekje van de Schoolstraat waar de steigers weg zijn en men aan de binnenkant van het Openluchtmuseum bezig is met opknappen. Ik heb met mijn knalgele stoeltje midden op het pad naast de kerk gezeten, dan kan ik tenminste goed bij mijn spullen, die op de grond om mij heen liggen. Bovendien stond er geen wind, dus dan is het een stuk minder koud.

‘Groningen roze’: zo noem ik de kleur van de bakstenen uit de verte. Het is geen bruin en ook geen rood. Er bestaat een kleurpotlood van Caran d ‘Ache, in de serie ‘Supracolor’, dat precies goed is: ‘brownish orange’. Maar ja, vandaag deed ik het met aquarel, en dan meng ik English red met gebrande sienna (voor de kenners).

Anyway. Wat ik niet heb gedaan, is het wit openlaten. Tenminste, niet precies genoeg. Met een snelle stijl als de mijne ontstaan er altijd veel witte vlekjes. Dat vind ik op zich mooi, want het suggereert licht. Maar als er sprake is van geschilderd wit (en dat is nogal essentieel hier) moet ik zorgen voor kaarsrechte witte banden en lijnen. Let bijvoorbeeld op het witte informatiebord bij het museum, de witte daklijsten en de witte kozijnen. Want dat lukt achteraf niet meer met krijt (het ronde raampje) en tipp-ex (de voorste ramen). En bovendien is dat mijn eer te na.