Essen zijn hoge bomen met geveerd blad en rijzige stammen. Ze kunnen erg oud worden en begroeid raken met prachtige korstmossen, zoals de hoge essen in de Vogezen. Het zijn bomen die goed groeien op vochtige plekken, en ze staan door de hele provincie Groningen langs wegen en om boerderijen heen. En nu hebben ze essentakziekte (Chalara fraxinea), een schimmel die de vaten aantast. Deze schimmel wordt niet verspreid door insecten, zoals bij de iepenziekte, maar door de wind: help. En er is niets aan te doen. Deze ziekte is in 2010 in Groningen aan komen waaien en heeft zich van daaruit verder over Nederland verspreid. Hier op het Hogeland zijn inderdaad heel veel essen aangetast.

Ik maak me zorgen. Sinds ik weet dat men op termijn alle aangetaste essen wil kappen, valt me pas op dat dit de meest voorkomende boom van het Hogeland is. Met uitzondering van de prachtige abelen staan alle wegen vol met mooie essen. Het zou een drama zijn als alles gekapt wordt, maar eigenlijk is het nu ook al een triest gezicht.

Daar zit ik over te denken, terwijl ik op een bankje langs het fietspad naar Warffum zit te tekenen. Met vulpen. En met een aar weegbree als penseel om de lijnen uit te wassen. Intussen zijn in het dorp alle dansers voor ‘Op Roakeldais’ aangekomen, is er in mijn atelier een hoop werk te doen, en ik zit hier een es te troosten. Maar dat vind ik eigenlijk het belangrijkste, want zonder natuur houdt mijn inspiratie op te bestaan.

Ik ga naar het wad. Daar is altijd wat te beleven. Nou, vandaag klopte dat zeker; ik zat nog niet op een plekje of ik hoorde allerlei geluiden: de harde wind, het gieren van de wind in een stalen landhek (klonk als een heus windorgel), blatende schapen, gillende meeuwen, het klaphekje van de parkeerplaats, leeuweriken, spreeuwen, scholeksters, en dat terwijl deze schets zo rustig is. Uitgestrekte graslanden zo ver als je kijken kunt, en in de verte een reepje zee.

En in de sloot voor me, die trouwens stonk, werd gesparteld van jewelste. Heel kleine visjes krioelden langs de oever en bewogen zich soms met hun zilveren buik naar boven. En dat is net alsof iemand je met een spiegeltje in de zon laat kijken. Het leidde allemaal enorm af.

Ik was niet rustig, en dat kwam niet alleen door al die zintuiglijke uitdagingen, maar ook door de harde wind, die het onmogelijk maakte te horen of er iemand aan kwam, en dat vind ik pas echt onprettig. Ik wil niet verrast worden door een jolige bewonderaar die ‘Picasso’ roept, en helemaal niet als het daarop nog niet lijkt ook.

Ik had dus mijn dag niet. Toen heb ik van ellende maar foto’s gemaakt, en aan de hand daarvan studieschetsen in de lucht toegevoegd. Nu heb ik gedaan wat ik mijn cursisten altijd afraad. Hoe ouder ze wordt, hoe soepeler haar regels.

Het heeft twee dagen heel hard geregend, maar nu ik naar de Menkemaborg ga is het droog. Mooi zo. Je moet namelijk een stuk lopen onder een gesnoeide lindenlaan door en dat leek me nogal druiperig. Toen ik hier voor het eerst was, waren de bomen nog kaal en kon je een reigerkolonie zien in de toppen van de oude beuken. Inmiddels zijn de kleine reigers uitgevlogen en zitten de bomen dik in het blad. Het is weer heel mooi hier, enorm netjes, maar dat moet ook met al die zorgvuldig gesnoeide boomvormen en Buxus. Bijzonder zijn de in etages gesnoeide linde, erg leuk om te tekenen.

Ik ga de zware voordeur van de borg door naar binnen en ik ben weer overweldigd door de enorme rijkdom van dit huis. De gigantische vazen met blauwe Chinese decoratie. De kast met Chinees aardewerk in de gang. De bijzondere kasten en meubels. Ze zijn stuk voor stuk een project op zich om te tekenen. Dat heb ik gedaan, in mijn grote zware schetsdagboek-boek, maar achteraf vond ik de kleine schetsjes in de keuken leuker uitgevallen. Vooral omdat je er een leuk uitzicht hebt op de tuin met Taxushagen.

Deze oude geranium doet me denken aan een serre in de jeugdherberg van Margate in Zuid-Engeland, waar een heel stel van die knoestige planten stond. Ik denk dat het contrast tussen knalrood en de ouderdom me aantrekt. De psycholoog mag zeggen waarom.

Ik moest in ‘Stad’ zijn vandaag, dus ik besloot er meteen een bezoekje aan de Hortus aan vast te knopen. Daar was ik ooit een keer geweest maar dat is heel lang geleden. Ik herinner me dat ik een prachtige sprinkhaan aan het tekenen was in een terrarium, maar dat ik trilde van de koorts. En dat vond ik jammer, want tekenen is leuker dan ziek zijn, en zo’n mooi beest zou ik niet gauw weer zien.

Het was erg warm. De wandeling door de net aangelegde ‘Hondsrugtuin’ heet en het restaurant dus aangenaam. Ik besloot onder de overkapping te blijven zitten met uitzicht op het water en de overkant. Mooi, al die tintjes groen. Die heb ik uiteraard met mijn kleurkaartjes genoteerd en thuis ingevuld. Blijft over: de ruimte tússen de bomen, en dat weet ik niet meer. Eigenlijk moet ik dat dus ook opschrijven.

Daarna ben ik aan de overkant het paadje ingelopen dat ik getekend had. Dat bleek niet naar de rozentuin te gaan, maar naar de rotstuin (toe aan een nieuwe bril?). En dat is een absolute aanrader, wat een geweldige tuin. Een echte rotstuin, die lijkt op de bergen omdat er knoeperts van keien liggen, platte blokken graniet en treden van grote stukken leisteen. Daartussen tientallen donkere akeleien, ereprijzen en veel ander leuks. En vooral veel pollen anjers, die allemaal zo heerlijk geuren dat ik moet denken aan de enorme weide met prachtanjers in de Pyreneeën waar ik ooit liep. Door die geur en doordat je voortdurend naar beneden kijkt, waan je jezelf echt in de bergen. Compleet met horzels die me steken. En al dwalend en genietend kom je achter de berg op een smal asfaltpaadje tussen de bomen uit. Het lijkt echt alsof je van de helling afkomt terug onder de boomgrens. Een heel fijne ervaring.