Ik schaam me. Ik beoordeelde op mijn telefoon hoe het weer buiten zou zijn: hm. ’12 graden maar met een zonnetje’, dus kan ik lekker in de tuin zitten schetsen. Een paar meter verderop in de tuin is het zwaar bewolkt, regent het zachtjes en is bitter koud. Zo ver ben ik ook al afgedwaald dus.

Dus heb ik maar wat meegenomen van buiten. Bessen. Er bloeit nog heel veel, maar de bessen gaan het langzamerhand overnemen en verdienen dus een bladzijde. Ik ben trouwens behoorlijk teleurgesteld over mijn Rosa moyesii ‘Geranium’. Alle bladeren zijn er al afgevallen met een duidelijk voedingsgebrek en er zat nog maar één niet aangegeten bottel aan. En dat terwijl ik me een prachtige struik had voorgesteld met mooie flesvormige bottels om de hele herfst van te genieten.

Er is verder ook duidelijk iets aan de hand in mijn tuin. Alles wat wintergroen is wordt aangegeten, liguster, vuurdoorn, kamperfoelie, cotoneaster … , leuk om te tekenen, die ronde hapjes, dat wel. Maar als werkelijk alle struiken dit hebben, wordt het toch wat minder leuk. En er is niemand te zien, geen spoor. Taxuskever, vermoed ik. Dat wordt oorlog.

Dit is wat ik ooit de rode tuin heb genoemd. Inmiddels is ie allang niet rood meer, en streef ik meer naar oranje. Het is puur een term voor mezelf in de catalogus, dus het zal wel zo blijven heten.

Het is dezelfde blik op de schuur als op 20 juni een tijdje terug. Wat een verschil! De roos, de anjer, de klaprozen, ik was ze allemaal al weer helemaal vergeten. Wat heerlijk dat het allemaal gewoon verandert en door bloeit. Op dit moment is de monnikspeper de held van de tuin, zo vol in bloei en zo wonderlijk paarsblauw, een beauty. En aan zijn voeten een fuchsia, die bevroren was, maar gelukkig weer helemaal terugkomt. Tegen de roodstenen muur een geel-oranje vuurdoorn, ook al zo’n schat. En daaronder mijn heerlijke gele Thunbergia, lekker wild en weelderig.

Dit is weer een prent in kleurpotlood. Getekend in zwarte balpen en voorzien van kleurnotities aan de hand van nieuwe kleurkaartjes. Mijn kleurpotloden zitten tegenwoordig in bakjes, want die potloodrollen waar je ze in moet stoppen, werken me veel te langzaam.
Ik vind het trouwens een fijne manier van werken met kleurpotloden, je kunt er veel meer emotie in kwijt dan met aquarel. Een tijdje geleden heb ik een poging gedaan met aquarel, maar het wordt me veel te wazig. Ook met meerdere lagen.

Al met al merk ik dat huis en tuin meer een eenheid worden, omdat ik ze allebei even sterk inkleur. Dat is een goed teken, want ze horen echt bij elkaar. Zou het dan toch een cottagetuin worden?

Mij te heet. Als ik mooi bloeiende planten wil tekenen, moet ik in de zon zitten. Dus nestel ik me in de schaduw van mijn ‘bos’. Die naam is schromelijk overdreven, want het is in feite alleen een grote liguster en een taxus. Maar bos klinkt leuker, en je moet jezelf ook een beetje voor de gek houden af en toe.

Wat ik daar vandaan zie is het verval van de zomer. Het is niet anders, er komt een tijd dat ‘deadheading’ van de Buddleia geen zin meer heeft, omdat er geen enkele paarse pluim meer te ontdekken valt. Maar tot vorige week dwarrelden de vlinders in het rond dus we hebben er lang van kunnen genieten. Vooral Pluma, ons nieuwe poesje, vond het onverdraaglijk om te zien.

Dit dak is van de garage van de buren. Op zich ook mooi met dat pannen dak en witte wasrek tegen de muur. En allemaal groene struiken, dus weelderig is het zeker, en manshoog intussen. Die Taxus heb ik vier jaar geleden onder mijn arm meegenomen uit Amersfoort. Hij is nu ruim twee meter.

Het is zwaar bewolkt. De beloofde zonnige dagen blijven nog even uit, maar ik ben er van overtuigd dat ze komen: de mooie stille septemberdagen met blauw luchten en een windstille, kleurige tuin.  Ik denk niet ‘de zomer is voorbij’, maar ‘nu komt het spektakel’. En dat is ook zo, als je er maar het nodige voor doet tenminste: blijven zaaien, dode bloemen knippen, dode stengels afknippen, enzovoort. Er is altijd heel veel werk te doen, maar ik vind het heerlijk.

De grote Vitex-struik bloeit nu uitbundig in een soort paarsig blauw. De Clerodendron krijgt donkerder schutbladeren en daartussen staat mijn Thunbergia ‘Yellow Sunrise’ te bloeien met grote gele bloemen. De hoge Verbena’s bloeien volop en trekken veel vlinders. De gele frambozen zijn rijp en heerlijk.

En dan bloeien de Helianthus en de Asters nog niet eens. En de Ceratostigma. En de Mina. En de Ampelopsis. Wat is een tuin toch iets geweldigs.