Mij te heet. Als ik mooi bloeiende planten wil tekenen, moet ik in de zon zitten. Dus nestel ik me in de schaduw van mijn ‘bos’. Die naam is schromelijk overdreven, want het is in feite alleen een grote liguster en een taxus. Maar bos klinkt leuker, en je moet jezelf ook een beetje voor de gek houden af en toe.

Wat ik daar vandaan zie is het verval van de zomer. Het is niet anders, er komt een tijd dat ‘deadheading’ van de Buddleia geen zin meer heeft, omdat er geen enkele paarse pluim meer te ontdekken valt. Maar tot vorige week dwarrelden de vlinders in het rond dus we hebben er lang van kunnen genieten. Vooral Pluma, ons nieuwe poesje, vond het onverdraaglijk om te zien.

Dit dak is van de garage van de buren. Op zich ook mooi met dat pannen dak en witte wasrek tegen de muur. En allemaal groene struiken, dus weelderig is het zeker, en manshoog intussen. Die Taxus heb ik vier jaar geleden onder mijn arm meegenomen uit Amersfoort. Hij is nu ruim twee meter.