Dit is wat ik ooit de rode tuin heb genoemd. Inmiddels is ie allang niet rood meer, en streef ik meer naar oranje. Het is puur een term voor mezelf in de catalogus, dus het zal wel zo blijven heten.

Het is dezelfde blik op de schuur als op 20 juni een tijdje terug. Wat een verschil! De roos, de anjer, de klaprozen, ik was ze allemaal al weer helemaal vergeten. Wat heerlijk dat het allemaal gewoon verandert en door bloeit. Op dit moment is de monnikspeper de held van de tuin, zo vol in bloei en zo wonderlijk paarsblauw, een beauty. En aan zijn voeten een fuchsia, die bevroren was, maar gelukkig weer helemaal terugkomt. Tegen de roodstenen muur een geel-oranje vuurdoorn, ook al zo’n schat. En daaronder mijn heerlijke gele Thunbergia, lekker wild en weelderig.

Dit is weer een prent in kleurpotlood. Getekend in zwarte balpen en voorzien van kleurnotities aan de hand van nieuwe kleurkaartjes. Mijn kleurpotloden zitten tegenwoordig in bakjes, want die potloodrollen waar je ze in moet stoppen, werken me veel te langzaam.
Ik vind het trouwens een fijne manier van werken met kleurpotloden, je kunt er veel meer emotie in kwijt dan met aquarel. Een tijdje geleden heb ik een poging gedaan met aquarel, maar het wordt me veel te wazig. Ook met meerdere lagen.

Al met al merk ik dat huis en tuin meer een eenheid worden, omdat ik ze allebei even sterk inkleur. Dat is een goed teken, want ze horen echt bij elkaar. Zou het dan toch een cottagetuin worden?