Het is prachtig weer: donkere indigo luchten met sneeuw en hagelbuien en af en toe een scherp zonnetje. Geweldig. Prachtig, maar koud.

Vanmorgen lag er sneeuw op de dakpannen en in het gras. Het is dus zover: nachtvorst. Dus is heb alle nog bloeiende Cobaea-bloemen afgeknipt en op een vaasje gezet om te schetsen.

Maar het kan mijn aandacht niet vasthouden, want ik ben met iets anders bezig. Ik ben begonnen in een boek dat een ‘middeleeuws’ manuscript moet worden. Zo’n vol boek met allemaal interessante details, teksten en ranken. Het boek moet gaan over klimplanten en de eerste die ik ontworpen heb is de Cobaea. Dat is een heel proces: eerst alle details natekenen, dan abstraheren en vervolgens in een vierkant op de millimeter herhalen in kolommen en vakken. Heel fijn om te doen, en voor mij heel ongewoon, want ik ben meer van de snelle. Vandaar deze snelle bloemen in mijn blog.

Zo was het helemaal niet. Het was heel guur, heel koud, en heel grijs, en heel donker.

Maar de kunstenaar mag de zaak verfraaien, niemand die hem tegenhoudt. De tuin is nu vrijwel uitgebloeid, de struiken en de bomen kaal. Het wordt langzamerhand kouder en natter. Binnenkort komt de eerste nachtvorst en daarna hangen ’s morgens de eenjarigen slap. De oostindische kersen als een hoopje snot op de potten en de Cobaea als natte was over de schutting. Heel akelig, een afschuwelijk gezicht. Dus je zou denken, haal ze dan eerder weg, maar dat is dan weer zonde van de mooie bloemen. Want de Cobaea bloeit nog volop en krijgt nog steeds verse knoppen en, wat nog mooier is, lange groeiranken. Echt waar. Wat een topplant.

Dus het is de kunst de aandacht af te leiden van dat nachtvorstmoment. Ik heb vorig jaar november een hele tijd zitten kijken om te beoordelen waar een kleurige vlek moest komen. Daarna ben ik naar de kweker gegaan om te kijken wat er op dat moment kleur had. Grassen natuurlijk! En struikjes met herfstkleuren, al valt dat blad wel snel af. Die heb ik toen meteen gekocht en ze staan nu op die strategische plekken om het oog naar mooi geel, lichtoranje en oker te trekken. Het zijn dus vooral de grassen die erg mooi zijn nu. Maar ook de bessen van de vuurdoorn dragen flink bij en natuurlijk mijn speciale geel-struik: Physocarpus. De schat is een plaatje in het voorjaar, maar ook nu siert hij de hele tuin. Kortom, het is altijd feest achter mijn atelier.

Nog net op tijd voordat het donker wordt heb ik een schets gemaakt.

Ditmaal van een detail. Ik heb dit jaar al mijn bollen in potten gezet vanwege de slakken en het vocht. Nu kan ik ze beter in de gaten houden. Ze staan in zwart-plastic potten, hebben een behoorlijke drainage van dakpanscherven, zand en aarde en zijn afgedekt met een laag aarde en grint. Beter kan het niet dacht ik.
En toen moesten ze koud en droog staan. Vooral dat laatste was een uitdaging. Ik heb het een jaar op de zolder geprobeerd. Te droog. Ik heb het buiten geprobeerd. Te nat. Nu bedacht ik deze strook van dakpannen, waardoor het water keurig netjes wegloopt en de potten droog blijven. En toch koud. Ik ben benieuwd of dit het is, we gaan het zien.

De tuin zelf heb ik ingepakt in een deken van kastanjebladeren, die gratis op straat lagen. Als er niet te veel ziektes in zitten moet dat ook helpen tegen de ergste kou. Ik voel dat de eerste nachtvorst niet lang meer op zich laat wachten, dus ik hoop dat er dit jaar minder planten bevriezen dan vorig jaar, toen al mijn Clematissen het loodje hebben gelegd.

De grauwe abeel van de achterburen is bepalend voor de sfeer in mijn tuin. Zo’n boom krijg je er gratis bij en het is slim om die te integreren in je eigen tuin. Ik heb gezorgd dat de heg visueel overgaat in deze boom, door de laurierkers-heg te laten groeien en de liguster ook. Zo lijkt mijn tuin hoger en is de schutting niet meer te zien. Daar bovenuit steken de grote stammen van de boom. Bekende tuinarchitectentruc. Als extra cadeautje staan mijn nog steeds bloeiende Helianthussen ervoor, en drapeert de passiebloem zijn enorme ranken door de heg. Het is één geheel geworden.

Vandaag begint de boom heel veel blad te laten vallen. Bij sommige bomen zijn alle herfstkleuren te zien in één enkel blad (Acers) en verkleurt de boom met al die bladeren als een vuur. Soms heeft een boom egaal gekleurde bladeren. Maar wel allemaal van een aantal kleuren. In dit geval: donkergeel, oker, lichtbruin en zacht olijfgroen. Dat geeft meer een confetti-effect, wat leuk is om te tekenen.

Ik had de stammen al getekend met zwarte balpen, zoals gebruikelijk, en bedacht dat dat niet zo handig was omdat dan de kleuren er overheen te krijgen. Dus ik gebruikte oliepastel, wat dekkend is. Daarnaast is oliepastel (een luxere variant van vetkrijt)  lekker intens van kleur zodat ik het goede effect krijg.

Herfst.

De grauwe abeel achter mijn tuin begint okergele bladeren te krijgen. Dat is heel fraai tegen de lichtblauwe najaarslucht. Verder zijn het nu vooral kleurspikkels in de rommeliger wordende tuin. De trouwe hoge zonnebloemen zijn heldergeel, de Clerodendron heeft nog steeds zijn waanzinnig mooie bessen en krijgt nu bronskleurig blad. Omdat het blad ook allemaal aan het kleuren slaat, wordt het geheel een lekker zootje.

Hier en daar de felle kleuren van Cotoneasterbessen, rozenbottels en bloeiende eenjarigen. En verder vooral heel veel kleurende grassen die ik vorig jaar speciaal heb geplant op strategische plekken. Ik houd wel van grassen, maar dan heel spaarzaam op plekken waar een bronsgele of warmgele kleur nodig is in de herfst. (En dan vooral naast een blauwe Aconitum, zoals bij mijn keuken!) Ik heb het niet zo op de steppetuinen met veel grassen, want die worden mij in de loop der tijd te rommelig. Er komt een moment dat de bloemen uitgebloeid zijn en wat dan? Dan heb je alleen die grassen, zonder het ‘doorkijkje’-effect. Dan is het alleen maar effect.

Ik geniet van mijn tuin. En er is altijd wat te doen en mooier te maken. Zo komen straks de bollen. Die ga ik pas planten als ik goed kan zien waar de bodem leeg is.