De kerk is ingepakt in fraai blauwe netten, Christo zou het niet mooier doen. Ik vind het een lollig gezicht. Daarachter wordt hard gewerkt aan…. ja , aan wat eigenlijk? De bemoedigende vlag hangt nog net zichtbaar te wapperen.

De rozen zijn uitgebloeid, maar iets verderop is van alles te zien. De tuin langs de kerkmuur aan de noordkant staat stampvol bloemen. Je kunt vanaf dit punt op de weg alleen hier en daar een glimp van het schelpenpad opvangen. De geitenbaard is hoog en weelderig, er staan prachtige varens en de bladeren van de Darmera zijn hard en glanzend en daaromheen veel, heel veel Geraniums. Prachtig. En van heel dichtbij zijn die nog meer de moeite waard, ze zijn lichtroze, maar hebben donkere fijne lijntjes op elk bloemblad, zo mooi.

En een vlinders, wow!

Een heel warme dag, dus ik zoek een plekje in de diepste schaduw en dat is onder de grote bruine beuk. Wat een mooi plekje, met uitzicht op de onderste bladeren. Ik zit een heel tijdje stil omdat ik een jonge kraai heb gezien toen ik het paadje opliep. Misschien zie ik hem nog.
Ik ben dus afgeleid door het dier. Maar ik kan sowieso niet goed kijken, want ik hoor te veel. Bouwvakkers, stalen steigers, radio, kerkklokken, het is gewoon een klereherrie.

Schetsen is vastleggen wat ik voel op een bepaalde plek. Niet wat er allemaal te zien is. En als ik me afgeleid voel, is dat de boodschap. Hoe ga je daarmee om? Vastleggen dus. Horen is ook een zintuig en mijn zintuigen spelen allemaal mee als ik schets.

Intussen teken ik met mijn dunne pennetje de onderste takken van de beuk en wacht op de kraai. Het is echt een grote zwarte kraai met heel veel witte veren. Zou het een kind zijn mijn mijn tuinkraai? En zouden al die kinderen straks in onze tuin op bezoek komen? Hm.

Droog en redelijk weer, dus ik ga even zitten op de hoek van de Kerkstraat en de Torenweg (goeie namen trouwens).

Ik besluit links te beginnen en te kijken waar ik uitkom. Mierenwandelen dus voor de kenners. Begin ik dan voor de vuilnisbakken of erna? Ervóór, want het is woensdag en dat hoort er dus bij. En wat er ook zeker bij hoort is de vuilnisbak, die iedereen gebruikt om het veel te hoge afstapje uit de kerktuin te maken. Dat niemand daar ooit een trapje heeft gemaakt is een raadsel.
Leuk om zo te krabbelen in tien minuten. Vervolgens ben ik een half uur bezig met aquarel, want dan wordt het pas echt iets. Ik was vergeten te kijken waar de zon vandaan kwam, maar die komt in de ochtend heel vaak vanuit het oosten, dus ik heb de lichtval uit mijn hoofd gedaan.

Op de planten aan de zuidkant vond ik een uilenveer. Een jonge kauw die in de Taxus er vlak naast zat zei: AU! En een vlag op de toren zei: ‘houd moed, heb lief’. Doe ik.

Het regent. En het blijft voorlopig regenen. Niet heel hard, maar wel gestaag.

Dus ik doe een heel snel rondje met een bakje en een snoeischaar door de kerktuin. En als allereerste vind ik een mini-kastanjes op de grond: schattige groene bolstertjes in Madurodam- formaat. Dat hoort bij de juni-val. Juni-val is een term uit de fruitteelt, maar ook een natuurlijk proces van het afstoten van kleine vruchten. Want te veel vruchten levert te veel kleintjes op die misschien niet rijp worden. Dus maar even een beetje wat laten vallen. Vraag een willekeurige druiventeler hoe dat werkt: hij speelt junival met zijn handen, ‘krenten’. Maar een bloementeler doet het ook en noemt het ‘pluizen’.

Maar daarna moet ik opschieten, want ik heb zoals altijd weer eens geen jas aan.
Alle rozen bloeien en alle tuin-Geraniums. En daar ben ik vervolgens tot drie uur mee bezig.

Het lange gras is gemaaid. Dat gebeurt met een ouderwetse zeis door één van de kerkleden. Het is een manier om het lange gras en meteen alle onkruiden weg te maaien en het geheel wordt afgevoerd, zodat de grond verschraalt. Want als je het laat liggen, trekken de voedingsstoffen in de bodem en wordt de grond ‘bemest’. Hoe schraler, hoe beter voor de bodem met de voorjaarsbollen. Dat is de reden. En dat het zevenblad weer vrolijk terugkomt is niet erg, want dat hindert de bollen in het voorjaar niet, omdat dat vervloekte onkruid pas later begint te groeien. Is over nagedacht dus.

Vandaar dat de kerktuin er in de zomer een beetje bloot bij ligt en dat er niet meer bloemen bloeien. ‘Het bladerdek sluit zich in juni’ staat er in de boeken. Dat betekent dat de bomen vol blad zitten en dat er dus geen bloemen bloeien, want bloemen houden van veel zon. Dus een bostuin is een typische voorjaarstuin.

Maar waar de zon schijnt staan rozen. En wat voor rozen. Ik ben druk aan het determineren geweest en ik kom uit op Rosa fedtschenkoana ‘Hillierii’ (ik houd me aanbevolen voor een betere determinatie). Een roos die geen nette pollen vormt maar losse stengels. Kan kloppen. Van wel drie meter hoog. Kan kloppen. En die heerlijk geurt. Klopt.
Wat een beauty.