Dat is eigenaardig. Ik heb een schets gemaakt van de regenboog en de kleuren moest ik onthouden. Niet alleen omdat ik die niet bij de hand had, ook omdat die zware hagelbui vrijwel meteen naar beneden kwam. Dit was dus wel een heel snelle schets.

Maar wat zo vreemd is, zijn de kleuren. Ik wist dat ‘rood, oranje, geel, groen, blauw, indigo, violet’ bijna nooit klopt, maar iets zoals dit heb ik nog nooit gezien. En toch is dat wat ik heb onthouden op weg naar mijn aquareltafel: lichtgroen, citroengeel en roze-paars. Ik kan me niet voorstellen dat dit goed is. Nou ja, niemand kan het controleren.

Dat ons huis hoger op de wierde staat dan dat van de achterburen, is hier heel goed te zien. Het fijne is dat je daardoor altijd veel van de lucht ziet. En de mooie takken van de es, die al een beetje groenig kleuren, zeker met dat felle straaltje zonlicht. ‘Een gemene, vieze lucht’, zei mijn oma altijd, met een zurig vertrokken gezicht.

Eerst sneeuwde het. Toen was ik besluiteloos over het begin. Toen dacht ik dat ik eerst de tuin moest ‘voorstellen’. Toen regende het. Dat heet allemaal gewoon uitstellen.

Dus toen ben ik gewoon begonnen. Wat me het eerste opviel waren de zwartbruine bladeren die ik zorgvuldig over mijn jonge plantjes gestrooid had bij wijze van mulch. Ik ben er nog speciaal voor naar een linde gegaan, omdat lindeblad sneller verteert in het voorjaar. Met emmers vol ben ik heen en weer gelopen naar mijn tuin om tenslotte alles wat kwetsbaar is, te beschermen. ‘Alles van waarde is weerloos’, schreef Lucebert. Nou, die bladeren dus; die lagen allemaal naast de tuin op de stoeptegels, omdat de merels zo nodig moeten woelen naar beestjes. En ik heb vijf merels in de tuin, en die maken met z’n allen een behoorlijke puinhoop. Ze staan te schudden als kippen en met hun snavel te wroeten.

Nou ja, ze moeten ook eten en kunnen niet naar de Spar. Ik zal ze wat extra insectenvoer geven.

De laatste column van het jaar 2020. En ik hoefde niet ver te zoeken, want toen ik langs de kerktuin liep zag ik dat de vorig jaar geplante Helleborussen allemaal bloemknoppen hebben. Allemaal! En ze zijn geplant als minuscule stekjes. Zo klein dat er een aantal weggeschoffeld is geweest.

Dus ik ben door mijn knieën gegaan met mijn boekje op het lage muurtje. En dan even snel zo’n ingewikkelde knop schetsen viel niet mee. Gelukkig is het niet de eerste keer. Er zitten meerdere knoppen bij elkaar in een bundel. En het geheel, met lichtgroene schutbladen komt met een dikke steel uit de bruine grond. Symbolischer kan het niet.

Voeg daarbij de ‘eeuwig’ groene Hedera en je hebt een nieuwjaarskaart waar Hallmark niet tegenop kan. En ik ook niet. Op naar 2021.

Koud. Nat. Grijs.

Tussendoor is het eventjes droog en ik waag een schets van de kerktuin. Ik heb er natuurlijk niet heel veel zin in om in de koude, natte decemberlucht te gaan tekenen. Er zijn mooiere dagen. En wat zou er nou helemaal te zien zijn? Veel kleur verwacht ik niet.

Weet je wat? Ik ga het helemaal uitbuiten en neem wateroplosbaar materiaal, mijn geliefde Lamy-vulpen. Misschien kan ik die nattigheid juist versterken. Nou, dat werkt. Je kunt lekker krabbelen, al wil de pen niet helemaal stromen met dit weer, maar dat is alleen maar artistiek. Verder kun je je vingers nat maken aan de bladeren en het muurtje, en dan krijg je ook nog leuke kleurtjes die je niet bedacht had. En mensen die langskomen verbazen zich, maar die weten al dat ik behoorlijk vreemd ben.

Opportunistisch, maar dat is mijn kracht. Moeilijke omstandigheden gebruiken als je sterkste punt. Ik vind het trouwens een goed gelukte schets: koud, kaal en nat. Dat lukt nooit als je binnen tekent, en ook niet van een foto.

Gisteren was ik weg, dus heb ik vandaag maar een schetsje gemaakt.

Pas in de middag werd het een beetje droog, dus deze schets is van een uur of vier. En wat me meteen opviel toen ik door de Hoofdstraat liep: de zon schijnt natuurlijk heel anders op het geheel nu. En dan zie je zomaar een brede tak van de vleugelnoot dwars door de ramen, dat is me nooit eerder opgevallen. Je kijkt dus door twee ramen tegenover elkaar dwars door de kerk. En zie die ramen dan maar eens goed getekend te krijgen, leunend tegen de kastanje. Met wit uitgespaarde ornamentiek. Het lijkt nergens naar. En hoewel ik op het punt stond om even een foto te maken en na te tekenen, besloot ik toch door te zetten.

Wat me ook opeens opviel door het andere licht waren de kleurverschillen in de muur van de kerk. Ik heb ooit in Portugal een hele studie gemaakt van afgebladderde en beschimmelde muren, hoe je dat moet doen in aquarel, en staand in een dorpje. Maar als het je eigen dorp betreft is het toch opeens meer zorgelijk dan artistiek. Want het zal weer opgeknapt moeten worden, en dat gaat geld kosten. Maar als je tekent is het mooi.