Het is opeens prachtig zonnig weer, beetje koud nog, maar dat neem ik voor lief.

Alles loopt uit. Vanuit het boshoekje zie ik de Clerodendron met zijn bruinrode nieuwe bladeren, (hij wordt later trouwens mosgroen) de Cotinus met iets lichtere doorzichtige bladeren en vooral de  hoge gele Cephalaria gigantea met uitlopend blad. Prachtig, omdat de zon altijd in die hoek gaat zakken en dan mooi tegenlicht geeft op deze planten. En dat wist ik uiteraard. Volgend jaar komt er ook nog een Acer palmatum bij, die nu nog te klein is. Maar ik mis die rode sterretjes in de herfst, dus heb ik hem ook gekocht.

Vanuit deze hoek zie ik een zeepaard en een haan op de kerk. En een zwarte kraai op de hoek van het dak.

Het is een prachtige dag. Het is zo’n dag waarop je denkt: was het altijd maar zo. Niet te warm, niet te koud, lekker zacht windje, alles in bloei en in blad, vlinders in mijn tuin, merels in de heg… Maar als het altijd zo was, had je er na een week genoeg van, omdat die belofte van echt groene bomen dan nooit ingelost wordt. Omdat de akeleien nooit gaan bloeien.

Dus genieten we van het moment en denken niet aan gisteren of morgen. De kauwen zijn druk. Volgens mij zijn de jongen inmiddels groot genoeg en zijn de ouders weer alleen. Misschien zijn ze bezig met een tweede leg.

Mijn tamme kraai zit een stuk verderop in de tuin en komt mijn kant op. Net als een ekster loopt hij door zijn poten voor elkaar te zetten. Hij hipt niet als een merel. Hij gaat tot onder de stapel stenen met de voerbak om te kijken of er op de grond nog iets te vinden is. Inmiddels zit hij op een meter of drie afstand en kan ik hem heel goed bekijken. Fantastisch, straks is hij zo tam dat ik mijn schetsboekje erbij kan pakken. Tot de poes van de buren om de hoek komt, en hij er als een haas vandoor gaat. Misschien is ie straks wel minder bang voor mijn jonge poesje.

Na een week van heftige buien, harde wind en kou is het eindelijk een beetje rustig buiten. Ik heb deze schetsen op mijn hurken gemaakt, en dat houd ik niet lang vol, dus het zijn snelle schetsen. Zonder kleurnotities, dus de kleuren heb ik uit mijn hoofd gedaan.

De tuin groeit bijna terwijl je kijkt, sommige planten had ik nog niet eens gezien en die zijn al kniehoog geworden. De Hesperis bijvoorbeeld, wat groeit die hard! En de meidoornheg is nu helemaal groen geworden en ondoorzichtig. We laten hem nog iets hoger worden en gaan dan weer snoeien.

Er bloeit heel veel, de idiote kleuren van vorige week zijn een beetje getemperd door het bruinrood van de Ajuga en het mooie geel van het penningkruid. Dat scheelt een hele berg. Alleen al uit het raam van de keuken kijken maakt me gelukkig. Nog blijer word ik als ik mijn echte favorieten opspoor en zie dat ze een klein bloemetje, knopje of groeipunt hebben. Het is als oude vrienden die je weer terugziet na lange tijd. En deze winter voelde als heel lang. Hoera, mijn bloemetjes zijn terug!

Ik krijg er geen eenheid in, hoe ik ook pruts met mijn penseeltje. En laat dat nou net het probleem zijn van mijn tuin. Tenminste, in deze tijd van het jaar. In zo’n jonge tuin zie je nog heel veel bestrating en kale schuttingen. En struiken die geleden hebben onder de nachtvorst.

Nog weinig groen dus. Groen dat verbindt. Groen als prachtige achtergrond voor de bloemen. Groen als rustpunt in de verte. Groen als omlijsting. Groen als verzachting van het tegelpad.

En dat is de reden dat die voorjaarskleuren zo verschrikkelijk schetteren. Oranje is op zich best, als hij in een bed van Ajuga staat, zoals ik heb gefantaseerd in mijn schets. En roze is op zich ook niet zo erg als het in een donkergroene omgeving staat. Maar rose, en vooral dit harde rose, is heel vreselijk tegen de lichte achtergrond van de mislukte blauwe passiebloem op de schutting. De enige plek die wel in harmonie lijkt te komen is de gele tuin van vorige week. Nou ja, het is een kwestie van wachten tot het groener wordt.

Corona of niet, de narcissen bloeien! En hoe. Narcissus triandrus ‘Pride of Cornwall’ bloeit weer en ruikt zo heerlijk, zo zoet en sterk, dus hij mag vlak bij de ingang van de tuin.

Dit is mijn voorjaarstuin langs de meidoornheg. Die heg staat ook pas twee jaar, en dat vergeet ik nogal eens als ik ongeduldig ben. Hij is mooi en een belangrijke windkerende achtergrond voor mijn Euphorbia’s en Narcissen. Lager op de grond staan de primula’s in 3 soorten, al zijn die bijna uitgebloeid. Het gele penningkruid komt net uit de knop en vormt nieuwe toppen. Die blaadjes zijn iets meer oranje dan het andere geel in de tuin en dat is eventjes een beetje lelijk, maar het trekt helemaal bij als het penningkruid uitgegroeid en vers is, zo mooi.

Op de achtergrond de keukendeur met het kattenluikje. En dat is voorlopig op slot gedaan. Onze lieve Siep hebben we vorige week laten inslapen bij de dierenarts. Jammer, maar we zagen het aankomen, hij was op. Bijna twintig was ie, dus we zijn dankbaar voor al zijn liefde en knuffels. Maar leeg is het wel zonder zijn geluiden en bewegingen.