Ziek. En een natte grijze tuin. Soms zijn er dagen dat je niets moet willen. Gewoon ziek zijn, koffie drinken, in een holletje op een stoel tv kijken. Dat werk.

En toch wil ik een bladzijde maken. Kijken wat er uit mijn handen komt als dit de situatie is. Ooit heb ik een tekening gemaakt met zware hoofdpijn en dat werd een labyrint, maar dan vierkant. Toch interessant vind ik. Ik probeer goed te luisteren naar mijn intuïtie die aangeeft welk materiaal ik moet gebruiken.

Nu heb ik dus behoefte aan mijn indigo-aquarelsketchpotlood. Jazeker, dat bestaat. Het is een heerlijk zacht potlood van Bruynzeel met een mooie kleur, waar je dus ook wassingen mee kunt maken. En het drukt precies de goed sfeer uit. Klaar.

De eerste bladzijde. Ik had het voornemen om iedere week vanaf hetzelfde punt te tekenen, maar daar ben ik nu al weer van afgestapt. Het is veel leuker om een beetje wisselen.

Het is kouder dan ik dacht. Misschien komt het omdat ik de hele dag in de tuin heb gewerkt en nu te koud ben geworden. In ieder geval hield ik het niet lang uit. Dus heb ik de kleuren helemaal uit mijn hoofd gedaan. De meidoornheg is helemaal niet zo paars. Hij is vooral erg bruin en grijs en viezig door alle natte bladeren die er in zijn blijven hangen. De laurierheg is niet zo groen, maar veel donkerder saaigroen. De Clerodendron is niet geel maar vaalgrijs.

En zo kun je de waarheid naar je hand zetten. Vroeger was dat alleen voorbehouden aan kunstenaars en schrijvers. Nu doet iedereen het, zodat je niet meer weet wat waar is en wat niet. Helaas.

De allerlaatste van dit jaar. Ik zit binnen en geniet van mijn groene planten. Buiten regent het al de hele dag, hoewel ze gezegd hadden dat dat alleen ’s morgens zou zijn. Nou ja, Groningen is altijd al dwars geweest.

Maar mijn schattige kleine knotwilgje ziet er stralend uit. De verse uitlopers van de takken zijn mooi rood. En dat is heel toevallig hetzelfde rood als van de muren in de tuinkamer. Kennelijk houd ik van die kleur; ik weet het wel zeker. Vroeger had ik alleen felrood in mijn werk, maar nu krijg ik alle diepe kleuren  rood om me heen. Ik ben er gek op.

De tuinkamer is een fijne plek, maar mijn winkel ook, en mijn werktafel ook. Het hele atelier is een fijne plek, ik ben er hartstikke blij mee.

Nou, volgende week gewoon verder alsof er niets gebeurd is. Een nieuw jaar, een nieuw boekje (alleen moet ik dat nog zien te vinden).

Half elf. De zon begint heel dunnetjes te schijnen over onze tuinen op de wierde van Warffum. Het is vannacht -6 graden geweest, dus alles heeft een wit randje. Heel erg mooi, en het zachtgele licht maakt dat alles straalt. Sowieso de kerstboom van de buurvrouw met lichtjes. Maar alle witte randen van daken en schuurtjes lijken van goud.

Dat wel. Maar sommige planten staan er zo zielig bij dat ik ze het liefste zou willen uitgraven en in bed liggen. Lekker onder mijn dekbed. De Cobaea!! Slap, met knoppen en al. De varens! Krom. De Anchusa! Zo zielig. De Jasmijn. Doodstil in de lucht. De Thunbergia! Zwart.

Kom jongens, allemaal lekker in mijn bed. Kacheltje aan en knuffelen maar. Poes erbij? Poes er ook bij. Wilco erbij? Wilco er ook bij.

Fijne kerstdagen!

Vanwege de kou en de hoge gasprijzen heb ik mijn werkplek verhuisd naar de tuinkamer. Een kleine, geïsoleerde kamer die makkelijk en goedkoper warm te houden is. Het atelier zelf mag dan iets kouder blijven, tenzij de winkel open is natuurlijk. Het scheelt aanzienlijk, en bovendien is het een heerlijk gezellige kamer, want ik heb al mijn tropische planten meegenomen. En ik kijk recht in de tuin.

Dus dit plaatje is vanaf mijn bureau gemaakt. Het was maar een moment zo mooi: de groen-gele takken van de abeel tegen een inktzwarte lucht. En bovenin de boom was een ekster bezig met een lange tak. Wat een prachtige vogel is dat toch!

Op de voorgrond een weelde van klimplanten die allemaal door elkaar tegen het raam groeien. En binnen in de kamer dezelfde weelde dus. Heerlijk.