Maar natuurlijk een verkeerde bladzijde. Dat heb je met die overgeslagen weken, je komt er van in de war. Het is nu natuurlijk week 28.

Ik heb inmiddels verschillende mooie zitplekjes in de tuin. Het laatste project was een zitje naast de schutting op de plek waar de laatste herfstzon staat. Daar staan ook planten die op dat moment bloeien en dus het mooie herfstlicht opvangen; er staat bijvoorbeeld een beauty van een hoge aster met donkerpaarse bloemen. En nu heb ik een stoeltje erachter om er stil van te kunnen genieten straks, maar dat doe ik stiekem nu al, dat mag vast wel.

Ik heb mijn Pentell Brush-penseel eens gebruikt om al die bladstructuren vast te leggen. Het is een beetje onoverzichtelijk geworden. Volgens mij snapt niemand dit geheel, maar het was wel leuk.

Als ik vandaag een bladzijde maak ben ik weer in het ritme van elke week.

Dus schets ik de tuin. Dit keer de paarse hoek, waar van mij ook best een gele morgenster, een blauw viooltje en rode Geum in mag. Maar vooral paarse en roze kleuren om mezelf een beetje op de rails te houden. En waar de nieuwe Clematis ‘Julia Correvon’ bloeit met één bloem, maar een heleboel knoppen…! Hij heeft inderdaad de kleur van de Knautia’s, wat ik al hoopte. O, wat zou het prachtig zijn als deze door de witte multifloraroos, Rosa ‘Blush Noisette’ en de rozemarijn klautert….ik zal het haar vertellen.

En daartussen zie ik het blad van Crocosmia ‘Lucifer'(knalrood) en Lythrum salicaria (knalroze), en dat zie ik in gedachten al voor me. Wat is het toch heerlijk om te genieten van al die kleuren.

Smoesjes zijn het, allemaal smoesjes: het was te warm, ik had het te druk met de tuin, we waren op vakantie naar Schier en we hebben een jong katje. Allemaal geen reden om niet even vijf minuten te besteden aan die prachtige tuin. Want prachtig was ie, met zijn overvloed aan paarse Hesperis. Wat een verrassing! En wat een hoge planten.

Inmiddels heb ik de Hesperis afgeknipt en gaat het hele zaakje naadloos over in de bloei van de knalroze Geraniums en rozen. Vooral ‘New Dawn’ zit helemaal stampvol bloemen. En al mijn nieuwe rozen bloeien; wat zijn ze mooi. En niet te vergeten mijn heerlijke grasanjers, die het geweldig doen. In het voorjaar heb ik de pol gedeeld, waardoor de hele tuin nu vol staat. Kortom, een heerlijke bloementuin, waar ik zomaar alles kan halen wat ik nodig heb om te tekenen.

Gelukkig is het nu maar 14 graden. Kan ik lekker binnen tekenen. Een eeuwigdurende lockdown.

Het is opeens prachtig zonnig weer, beetje koud nog, maar dat neem ik voor lief.

Alles loopt uit. Vanuit het boshoekje zie ik de Clerodendron met zijn bruinrode nieuwe bladeren, (hij wordt later trouwens mosgroen) de Cotinus met iets lichtere doorzichtige bladeren en vooral de  hoge gele Cephalaria gigantea met uitlopend blad. Prachtig, omdat de zon altijd in die hoek gaat zakken en dan mooi tegenlicht geeft op deze planten. En dat wist ik uiteraard. Volgend jaar komt er ook nog een Acer palmatum bij, die nu nog te klein is. Maar ik mis die rode sterretjes in de herfst, dus heb ik hem ook gekocht.

Vanuit deze hoek zie ik een zeepaard en een haan op de kerk. En een zwarte kraai op de hoek van het dak.

Het is een prachtige dag. Het is zo’n dag waarop je denkt: was het altijd maar zo. Niet te warm, niet te koud, lekker zacht windje, alles in bloei en in blad, vlinders in mijn tuin, merels in de heg… Maar als het altijd zo was, had je er na een week genoeg van, omdat die belofte van echt groene bomen dan nooit ingelost wordt. Omdat de akeleien nooit gaan bloeien.

Dus genieten we van het moment en denken niet aan gisteren of morgen. De kauwen zijn druk. Volgens mij zijn de jongen inmiddels groot genoeg en zijn de ouders weer alleen. Misschien zijn ze bezig met een tweede leg.

Mijn tamme kraai zit een stuk verderop in de tuin en komt mijn kant op. Net als een ekster loopt hij door zijn poten voor elkaar te zetten. Hij hipt niet als een merel. Hij gaat tot onder de stapel stenen met de voerbak om te kijken of er op de grond nog iets te vinden is. Inmiddels zit hij op een meter of drie afstand en kan ik hem heel goed bekijken. Fantastisch, straks is hij zo tam dat ik mijn schetsboekje erbij kan pakken. Tot de poes van de buren om de hoek komt, en hij er als een haas vandoor gaat. Misschien is ie straks wel minder bang voor mijn jonge poesje.