Het is weer prachtig zonnig en 11 graden. Ietsje te koud voor lekker, maar ik vind het best.

Ik zit bij de donkerrode tuin. Dat is een heel groot woord voor een stukje van 1,5 bij 1 meter, maar ik doe het ermee. Het is een strook onder de druif en een japanse wijnbes, waar ik in de nazomer heerlijk van kan snoepen. En natuurlijk iedereen die er dan verder toevallig langskomt.

Voor het beplanten ben ik begonnen met een donkerrode brem, een rode Pulsatilla, toen een paarse Ajuga en een Rodgersia, en nu vul ik het aan met donker vlas, rode kool en beemdkroon voor het blauw, klokjes, rozemarijn, allemaal zachtblauw. Donkerrood is vaak een beetje paars van tint, dus moet ik enorm uitkijken met de kleur blauw die ik toevoeg. Dat gaat heel snel vloeken, maar het zacht lilablauw van bloeiende rozemarijn is geweldig.  Kwestie van heel veel in de grond zetten en kijken wat past. Als ik er naar kijk merk ik dat ik het groen uitschakel, ik ben alleen maar bezig met de bloemen. Dat merkte ik pas tijdens het met potlood inkleuren van de vlakken: hier streef ik naar. Voor de kijker, u dus, is het niet te begrijpen denk ik, want dan moeten de bloemen veel gedetailleerder getekend worden. Maakt niet uit, hier ben ik mee bezig dus, en op deze manier. En het werkt.

Het is heerlijk in de zon achter de meidoornheg. De heg is nu dicht en hoog genoeg om de wind tegen te houden. In de verte zie ik de uitlopende bomen bij de begraafplaats, essen, een berk en de hoge Metasequioa.

Het hekwerk in mijn tuin is kaal, en de oude schutting erachter ook. Het is niet gelukt met de groenblijvende braam en de klimopjes zijn nog te klein. Dus het duurt nog een paar jaar voor dat het echt bevredigend groen is daar. Maar op het klimrek ervoor staat een Ampelopsis die roestbruine knoppen heeft, en die groeit als een gek. Eronder staat Rosa ‘Blush Noisette’ te stralen met heel gezond lichtgroen blad. Voor mijn part groeit ze het hele hekwerk dicht, mijn zegen heeft ze want haar bloemen zijn schitterend: heel lichtroze met donkerroze knoppen.

Vandaag is de Clerodendron uit de knop gekomen, en die heeft paarsbruin blad. Een mooie kleur. Ik vind de heel lichte stengels niet zo mooi, net als die van Vitex zijn ze nogal opvallend in een ontluikende voorjaarstuin. Ik heb nog geen goede oplossing gevonden om ze te camoufleren. Misschien hoge muurbloemen. En bij de Clerodendron is het niet storend omdat ik het effect versterkt heb met de bollen kamperfoelie.

Zon. Windje. Heerlijk weer.

Ik zit in de tuin met mijn rol kleurpotloden van Raffiné en besluit het hiermee te doen. Eerst een lichte tekening met zwarte balpen en dan een bos kleurpotloden in mijn hand om mee te kleuren. Eigenlijk net zo als bij de vlinders. Op deze afstand kun je bijvoorbeeld niet de lipbloemen van de Ajuga zien, maar ik zie de kleur blauw en een geschulpte rand. De kunst is om dat te tekenen en niet wat ik weet. Dat is nog lastig zat, het is mierenwandelen op afstand.

Wat er staat van links naar rechts: mijn oranje tulpen Tulipa fosteriana ‘Orange Emperor’, de lage Tulipa ‘Little Princess’,  Ajuga reptans ‘Rubrifolia’, een paardebloem !, Euphorbia griffithii ‘Fireglow’ (trots op, hij staat er net), zaailingen van Linaria purpurea, een net opkomende Hakonechloa macra ‘Aureola’ (dag schat, welkom back), Macleaya cordata, groene stengels van Crocosmia, blad van bloedzuring en Persicaria microcephala ‘Red Dragon’. En daaronder allemaal Ajuga, zo mooi donkerpaars en blauw.

Maar. Er staat ook verdlkers, en iets wat lijkt op melkdistel en nog veel meer ander grut. Ik laat het allemaal staan, want je weet het nooit. Het komt namelijk vanzelf, dus wat zou je moeilijk doen als het geen cent kost? De kleine groene blaadjes zijn van goudsbloemen namelijk, dus ik trek er liefst niets uit, voor je het weet zijn ze gewied.

Het is fantastisch weer. Ik begin met al mijn kiemende plantjes water te geven en installeer me dan met mijn tuinadministratie op het ‘vogelplein’:  de plek waar ooit de vogels (zwarte kraai) welkom waren, maar sinds we zo’n actieve kat hebben is dat over.

Ik kijk even op tijdens het schrijven en zie hoe prachtig het pruimenboompje bloeit. Het staat te stralen en de bijen zoemen! En dat terwijl het er vorig jaar zo dood uit zag dat ik dat ik aan vervanging begon te denken. Hoera, dat betekent lekkere pruimpjes.

Nu Tru, denk ik, dit is goed licht. Dus ik haal mijn wekelijkse schetsboekje en ga aan de slag. Zo, dat is een hele uitdaging, denk ik als ik die witte bloesem zie, allemachtig. Ik houd niet van trucs, intekenen met wit krijt, uitsparen met vet en dat soort dingen. Ik probeer oplossingen te vinden met de materialen die ik op dat moment heb. Een zwarte balpen dus. Ik herinner me een dag in Utrecht toen ik onder het enorme orgel in de Domkerk zat en hetzelfde voelde. Jemig, hoe ga ik dat doen? Toen heb ik een hele tijd zitten denken. Dus ik doe hetzelfde als ik toen deed. Omhoog kijken en krabbelen met je pen op papier en alleen controleren als je pen stil staat. Het is kicken als je op papier krijgt wat je voelt als je kijkt, ontzag en bewondering.

Je zult maar narcis zijn. De ene week moet je een zonneklep op je kop tegen de felle zon, de volgende week een dikke muts tegen de kou en de laag sneeuw, en deze week regent het aan een stuk door.

Dus ik ben heel benieuwd wanneer het voorjaar aanbreekt. De tuin stond op springen en ze staat dat  nog steeds. De meidoornheg is bijna groen en zo fijn lichtkleurig dat ik er elke morgen blij van word. En dat is heel welkom als ik net de krant heb gelezen. Wat verschrikkelijk voor de vluchtelingen hier om de narcissen zo naïef te zien bloeien.

Nou ja, het laatste wat goed is voor een mens, is de natuur menselijke eigenschappen toe te dichten. Een narcis denkt niet, is niet naïef, is niet voor of tegen, is alleen maar bezig met mooi zijn voor de bijen. En daarna zaad te maken. (als het tenminste een wilde soort is). En de nuchterheid geeft troost.