‘Moet je niet naar de kerktuin?’, vroeg mijn man. Kerktuin? O ja, het is woensdag. Hebben jullie dat ook? Dat je sowieso nauwelijks meer in je agenda kijkt, laat staan dat je weet welke dag het is? Corona, alles verandert.

De tuin staat vol, de bomen ziten in het blad en de kastanje is uitgebloeid. Dus gaat de blik vanzelf naar boven, naar de kerktoren, maar vooral naar de kauwen die er omheen cirkelen. Hoe teken je kauwen? Het antwoord is: uit je hoofd. Kijk naar het silhouet van één beweging, probeer het te onthouden en teken alleen dat wat je hebt onthouden. Niet meer. Geen snavels toevoegen die je niet gezien hebt. Geen staart als je hem niet gezien hebt. En dat gebeurt zomaar juist wèl, effe nog een krabbeltje, vooral omdat het gedachteloos gaat.

Het is een leuke sport. Een soort jacht, maar dan zonder enrstige gevolgen. Tenzij je een mislukte schets ernstig vindt.

Zonnig en warm.

Ik loop eerst rustig een rondje door de volgroeide kerktuin. Alles is enorm hoog geworden en de grond ligt helemaal vol afgevallen kastanjebloemen. De meeste bollen zijn uitgebloeid. Het gras ziet zijn kans… Dat het binnenkort gemaaid wordt moet je maar niet doorvertellen, dat is zo pijnlijk.

De voorjaarszonnebloemen staan er prachtig bij, hoog en vrolijk. Wat is dat toch een heerlijke plant. In mijn eigen tuin heb ik één exemplaar in de heg staan. Hij steekt nu zijn gele kopje in de lucht, en dat is een heel grappig gezicht, alsof hij om de hoek kijkt met zijn platte gele snoetje.

Het tekenen: ik viel op de vormen van het vingerhoedkruid langs de kerkmuur. Daar horen ze te staan vind ik, mooi rechtop langs een rustige muur.
Ik hoorde mezelf zeggen: onderwerp? De lange stengels met vreemd gevormde knoppen. Materiaal? Pen. Schaduwen met potlood. Methode? ‘Mierenwandeling’ in de verte. (als u dat niets zegt, zou ik een prive-les bij mij volgen) Uitwerking? Natte aquarel over potlood.

En wat ik leerde? Dat de schaduwen de richting hebben van de ondergrond. Op de bestrating lopen ze een andere kant uit dan op de kerkmuur. Het is logisch, maar dat is alles als je het eenmaal weet, zou Cruyff zeggen.

Fraai weer, zon met tussendoor harde buien en veel wind, dus het is afwisselend. Een mooi dagje voor een wolkenstudie. Maar eerst de kerktuin. Van de wind af, dus aan de Hoofdstraatkant.

Jemig, hoe leg je dat vast? Alles bloeit, alles is groen, maar allemaal anders en het staat helemaal vol. Vandaag maar eens heel behoedzaam. Ik ben begonnen met de groeven in de stam van de vleugelnoot, die zagen er grillig uit in het zonlicht.
Met een heel dun pennetje voorzichtig alle vormen aftasten, en proberen de structuren te pakken. Voorjaarszonnebloemen, een heel veld vol: dat is een verticale arcering met gele bolletjes erop. Omgewaaide aronskelkbladeren. Een stuk met donkere ooievaarsbekken. Scilla’s. Vergeet-mij-nietjes. Salomonszegel. En dan heb ik het nog niet eens over de bomen. En alles staand, want vanuit mijn gele stoeltje zit ik op de grond niets te zien.

En dan, in het atelier: ik heb het eens tekenend met het penseel gedaan. En tenslotte heb ik dan toch weer behoefe aan een zwart lijntje. Maar het geheel ziet er uit zals ik het ervaarde: zonnig en bloeiend. Iedere stemming vereist een andere aanpak.

Ik kwam om de hoek bij de kerktuin en stond meteen aan de grond genageld, wat een schoonheid. De zon scheen van achteren tegen de bruine beuk en de kastanje. Wie geen bruine beuk in de buurt weet te staan, moet er beslist naar op zoek, want in deze tijd van het jaar zijn ze prachtig, met allerlei kleuren rood, paarsig, rozerood, fantastisch. De bruine beuk staat voor rijkdom, en heel veel herenboeren hier op het Hogeland wilden dat laten zien. Er staat hier bij iedere grote boerderij zo’n prachtboom.

Ik heb een paar lijnen gezet en ben toen meteen weer naar het atelier gegaan om mijn indrukken vast te leggen zonder al te veel details. Zelfs een foto helpt dan niet.

Het experiment was om dat met schuine kleurlijntjes te doen, een beetje à la van Gogh. De buurman zei dat deze tekening duizenden euro’s waard wordt als ik dood ben. Uiteraard. Dus ik zou hem maar printen als ik jullie was.

Vandaag miezert het een beetje. Dus ik ga een rondje door de kerktuin (met poes Siep) en pluk van alles wat bloeit één exemplaar. ‘Dat past nooit op een bladzijde’, dacht ik toen ik thuis kwam.

Maar als je de zaak goed door elkaar tekent kan dat dus best. Ik heb er heel lang aan gewerkt (voor mijn doen althans) en ik werd er zelf helemaal blij van.

Deze vrolijke tekening is voor iedereen die dat nodig heeft. Geniet ervan!