Het is guur en nat, 2 graden en zwaar bewolkt. Zo’n dag dat je binnen wilt blijven. Dus ik loop een beetje gebogen met mijn handen in handschoenen te huiveren door de kerktuin. Ik zal misschien toch iets moeten plukken en meenemen, al wil ik dat niet. Dat kan altijd nog en bovendien heeft het niets met schetsen te maken. Zitten is er niet bij vandaag, dus dat wordt iets snels. Ik kijk naar iets snels. Er zal toch wel iets snels en toch leuks zijn?

En dan valt de bodem me op. Mijn zoektocht naar een snel plaatje stopt meteen, gelukkig maar. Allerlei prachtige kleuren groen van verschillende planten die al volop aan de groei zijn. Straks worden sommige pollen zo hoog dat het een compleet ander beeld is. De lichtgroene voorjaars-zonnebloem is nu onderdeel van een harmonisch tapijt, maar het worden planten van een meter hoog. Dit is dus wel een uniek plaatje. Ook het daslook heeft lieve kleine blaadjes en de aronskelk heeft nog niet alles om zich heen bedolven. Kortom, dit gaat het worden.

Snel plaatje? Voor mij wel, het kostte me 5 minuten. Gauw naar binnen.

Het is erg koud en de lucht is egaal grijs. Zo’n dag. En toch ben ik in de kerktuin om de dag vast te leggen. Even snel dus, want van foto’s werken doe ik niet omdat het voor mij niet werkt. Ik wil juist de snelheid van schetsen met koude vingers zien in mijn boekje. Hoe warmer het wordt, hoe rustiger en intensiever mijn tekeningen denk ik, ik kan niet wachten.

De grote bruine beuk, met daarachter de drukkerij en in de Hoofdstraat een paar huizen. Siep is mee en zit naast mijn voeten te wachten, de schat.

Kom Siep, we zijn klaar, de rest doe ik binnen.

Een storm van naam trekt over Nederland. Ik moet zeggen dat we niet helemaal rustig geslapen hebben in een huis van 1860 dat piept en kraakt en waar de etalage bestaat uit een enorm enkelglas raam. In gedachten zag ik al mijn werk nat en de rest in grote windkolken door het atelier waaien. Stel je voor: al die mini-vaasjes met mooie kwetsbare dingen….zo’n gedachte kun je het best proberen uit je hoofd te zetten, nadat je toch eerst maar even de etalage leeg hebt gehaald.

De workshop ‘Takken tekenen’ kwam dus op het juiste moment. Ik had al een rondje door het dorp gemaakt op zoek naar mooie takken met bladknoppen, en het liefst veel verschillende soorten. Ik weet dat plataan en walnoot het mooist zijn, maar die kon ik niet vinden. En dan eigenlijk ook nog in vijfvoud, voor iedere deelnemer één. Ik vond het een geslaagde workshop en ik kijk alweer uit naar de volgende.

In de kerktuin stuitte ik ‘s middags op een tak die prachtig dwars over het pad lag. Die heb ik op de linkerpagina geschetst. Daarna ben ik op een beschut plekje tegen de kerk aan gaan zitten en heb de grote vleugelnoot getekend met zijn prachtig gegroefde stam. Daarna terug naar het atelier met de enorme tak van vier meter, want even doorbreken lukte vreemd genoeg niet.

Ohhhh, zon en een blauwe lucht en geen wind. En drie graden.

Ik zwerf door de kerktuin, maar het is van alle kanten zo prachtig dat ik met open mond sta te kijken. Dit is gewoon waar ik woon, wat een weelde. Ik ben nog steeds verbaasd over zoveel moois zo vlak bij mijn huis.

Ik probeer te zitten op een randje bij de trap, maar krijg al gauw pijn in mijn achterwerk, dus besluit ik tegen de grote kastanje aan de Torenweg te gaan zitten. Meteen ruik ik de sterke geur van het daslook, dat met sappige bladeren overal staat. Voor me tientallen aconieten in knop en sneeuwklokjes zo ver je kunt kijken. Overal spruiten van de blauwe hyacinten die straks komen, grijze bladeren van narcissen en verse bladeren van bosgeraniums.

Wat me het meest opvalt is de schaduw op de kerk. In deze tijd van het jaar kijk je door de takken heen en geven ze een prachtig schaduwpatroon op de muren. Dus teken ik de ramen en de muur, die heel zacht creme van kleur is. Af en toe trekken de kauwen mijn aandacht. Ik zit een tijdje omhoog te kijken naar de toren, maar ik denk dat ze allemaal binnen in de toren zijn. Misschien om nesten te maken. Het is een gezellig gekakel daarbinnen, alsof er een overdekte markt is.

Verder piept en zingt er van alles om me heen. Lastig hoor, als je wilt tekenen.

En intussen zijn alle aconieten open gegaan en stralen in de zon.