Zon. Windje. Heerlijk weer.

Ik zit in de tuin met mijn rol kleurpotloden van Raffiné en besluit het hiermee te doen. Eerst een lichte tekening met zwarte balpen en dan een bos kleurpotloden in mijn hand om mee te kleuren. Eigenlijk net zo als bij de vlinders. Op deze afstand kun je bijvoorbeeld niet de lipbloemen van de Ajuga zien, maar ik zie de kleur blauw en een geschulpte rand. De kunst is om dat te tekenen en niet wat ik weet. Dat is nog lastig zat, het is mierenwandelen op afstand.

Wat er staat van links naar rechts: mijn oranje tulpen Tulipa fosteriana ‘Orange Emperor’, de lage Tulipa ‘Little Princess’,  Ajuga reptans ‘Rubrifolia’, een paardebloem !, Euphorbia griffithii ‘Fireglow’ (trots op, hij staat er net), zaailingen van Linaria purpurea, een net opkomende Hakonechloa macra ‘Aureola’ (dag schat, welkom back), Macleaya cordata, groene stengels van Crocosmia, blad van bloedzuring en Persicaria microcephala ‘Red Dragon’. En daaronder allemaal Ajuga, zo mooi donkerpaars en blauw.

Maar. Er staat ook verdlkers, en iets wat lijkt op melkdistel en nog veel meer ander grut. Ik laat het allemaal staan, want je weet het nooit. Het komt namelijk vanzelf, dus wat zou je moeilijk doen als het geen cent kost? De kleine groene blaadjes zijn van goudsbloemen namelijk, dus ik trek er liefst niets uit, voor je het weet zijn ze gewied.

Het is fantastisch weer. Ik begin met al mijn kiemende plantjes water te geven en installeer me dan met mijn tuinadministratie op het ‘vogelplein’:  de plek waar ooit de vogels (zwarte kraai) welkom waren, maar sinds we zo’n actieve kat hebben is dat over.

Ik kijk even op tijdens het schrijven en zie hoe prachtig het pruimenboompje bloeit. Het staat te stralen en de bijen zoemen! En dat terwijl het er vorig jaar zo dood uit zag dat ik dat ik aan vervanging begon te denken. Hoera, dat betekent lekkere pruimpjes.

Nu Tru, denk ik, dit is goed licht. Dus ik haal mijn wekelijkse schetsboekje en ga aan de slag. Zo, dat is een hele uitdaging, denk ik als ik die witte bloesem zie, allemachtig. Ik houd niet van trucs, intekenen met wit krijt, uitsparen met vet en dat soort dingen. Ik probeer oplossingen te vinden met de materialen die ik op dat moment heb. Een zwarte balpen dus. Ik herinner me een dag in Utrecht toen ik onder het enorme orgel in de Domkerk zat en hetzelfde voelde. Jemig, hoe ga ik dat doen? Toen heb ik een hele tijd zitten denken. Dus ik doe hetzelfde als ik toen deed. Omhoog kijken en krabbelen met je pen op papier en alleen controleren als je pen stil staat. Het is kicken als je op papier krijgt wat je voelt als je kijkt, ontzag en bewondering.

Je zult maar narcis zijn. De ene week moet je een zonneklep op je kop tegen de felle zon, de volgende week een dikke muts tegen de kou en de laag sneeuw, en deze week regent het aan een stuk door.

Dus ik ben heel benieuwd wanneer het voorjaar aanbreekt. De tuin stond op springen en ze staat dat  nog steeds. De meidoornheg is bijna groen en zo fijn lichtkleurig dat ik er elke morgen blij van word. En dat is heel welkom als ik net de krant heb gelezen. Wat verschrikkelijk voor de vluchtelingen hier om de narcissen zo naïef te zien bloeien.

Nou ja, het laatste wat goed is voor een mens, is de natuur menselijke eigenschappen toe te dichten. Een narcis denkt niet, is niet naïef, is niet voor of tegen, is alleen maar bezig met mooi zijn voor de bijen. En daarna zaad te maken. (als het tenminste een wilde soort is). En de nuchterheid geeft troost.