Het is fantastisch weer. Ik begin met al mijn kiemende plantjes water te geven en installeer me dan met mijn tuinadministratie op het ‘vogelplein’:  de plek waar ooit de vogels (zwarte kraai) welkom waren, maar sinds we zo’n actieve kat hebben is dat over.

Ik kijk even op tijdens het schrijven en zie hoe prachtig het pruimenboompje bloeit. Het staat te stralen en de bijen zoemen! En dat terwijl het er vorig jaar zo dood uit zag dat ik dat ik aan vervanging begon te denken. Hoera, dat betekent lekkere pruimpjes.

Nu Tru, denk ik, dit is goed licht. Dus ik haal mijn wekelijkse schetsboekje en ga aan de slag. Zo, dat is een hele uitdaging, denk ik als ik die witte bloesem zie, allemachtig. Ik houd niet van trucs, intekenen met wit krijt, uitsparen met vet en dat soort dingen. Ik probeer oplossingen te vinden met de materialen die ik op dat moment heb. Een zwarte balpen dus. Ik herinner me een dag in Utrecht toen ik onder het enorme orgel in de Domkerk zat en hetzelfde voelde. Jemig, hoe ga ik dat doen? Toen heb ik een hele tijd zitten denken. Dus ik doe hetzelfde als ik toen deed. Omhoog kijken en krabbelen met je pen op papier en alleen controleren als je pen stil staat. Het is kicken als je op papier krijgt wat je voelt als je kijkt, ontzag en bewondering.