Vorig jaar was ik in de Hortus van Haren en toen viel ik als een blok voor de geweldige grasanjers die in de rotstuin groeien. Vooral de soort met een diep roodpaars hart vond ik prachtig. En de geur bracht me een paar duizend kilometer verderop naar de Pyreneeën en jaren terug. In een enorme weide vol met prachtanjers liep ik met mijn twee kleine dochters. Ik zal het nooit vergeten, die bedwelmende, zwaarzoete geur. En wat een variatie aan kleurtjes tussen hardroze en wit.

Dit jaar wilde ik hem tekenen en vroeg toestemming aan de Hortus om een exemplaar te plukken. Dat was best als ik me wilde melden. Het kwam er een tijdje niet van en toen ik toch uiteindelijk naar Haren ging, waren ze bijna allemaal uitgebloeid. Op één na. Ik heb hem laten ruiken aan de baliemedewerksters.

Volgend jaar beter. Dan ga ik een groot portret van ze maken met fantasieën en ontwerpen erbij. Kan ik me nu al op verheugen.

Op Roakeldais betekent ‘Op goed geluk’. Het is een jaarlijks terugkerend internationaal dans- en muziekfestival, waardoor heel Warffum een paar dagen op z’n kop staat. Dansgroepen en musici logeren bij de bewoners van het dorp, maar ook van de omliggende dorpen. En ze komen uit alle delen van de wereld: Colombia, Mexico, Ghana, Amerika, Indonesië, Moldavië, Rusland en nog meer. Ze voeren traditionele dansen uit, maar ook heel moderne, en de kostuums zijn een genot om te zien.

Moeilijk te tekenen, dat wel. Vandaar deze Moldavische rijdansers, die staan redelijk stil en bovendien doen ze allemaal hetzelfde, dus je kunt van de één op de ander verder tekenen. Ze hebben zandkleurige kostuums die prachtig geborduurd zijn met rode steekjes. In het diepzwarte haar van de dames een felrode strik. De jongens dragen een koddig mutsje, dat je eerder bij Kees Verkerk zou verwachten.

Sebastiaan is een jonge danser. Hij werd geïnterviewd door de gastvrouw, die van hem een knuffelmoldaviër maakte. Een soort retriever.

Opeens was ik in Wageningen. Ik kom er oorspronkelijk vandaan en mijn man heeft er in een kunstcommissie gezeten. We zouden daar een try-out van een kunstproject bijwonen, en omdat we zouden overnachten bij vrienden, was het de reis meer dan waard.

De try-out was een succes, dus het project gaat door. Maar wat ik het grootste succes van gisteren vond, was het huis van deze vrienden in Wageningen. Tijdens het ontbijt heb ik alles heel zorgvuldig zitten bestuderen. De kleuren licht-zeegroen en donker bordeaux zijn de basiskleuren die overal terugkomen. Samen met een heel subtiel strookje goud soms. Verder zag ik heel veel donker-okergeel, een heel warme kleur, die me deed denken aan rijpe oogst. Deze kleuren komen door het hele huis terug, vooral het zeegroen. Maar het huis ademt niet de sfeer van designers, integendeel, het is een warm en heel gezellig kunsthuis van mensen die kunst maken en verzamelen, boeken (heel veel boeken) schrijven en lezen en vrienden uitnodigen en lekker eten en drinken. Zo’n huis als in de betere films. Overal staan beeldjes uit allerlei landen, prachtige kunstobjecten, schilderijen, foto’s, maar ook een gek knalroze voorwerp dat ik niet kon thuisbrengen. En een jukebox, middenin de kamer. Dus geen bedacht design, maar ontstane verzamelingen, organisch in het huis gegroeid. Ze gaan er niet prat op, pronken er niet mee. Een levend huis om in te leven.

Dank voor deze mooie ervaring. Het deed me denken aan het huis van mijn tekenleraar vroeger, het huis van mijn inspirator in Ruurlo, het huis van mijn schoolvriendin vroeger. Huizen van mensen die geïnteresseerd zijn in mooie dingen en zich ermee omringen.

Deze week had ik twee cursisten die een verblijf van twee dagen in Warffum combineerden met cursus in mijn atelier.

De les begon met het bewerken van een zwart vierkant boekje. De buitenkant werd beplakt met knipsels uit mijn archief op kleur. Dit doe ik om het boekje persoonlijker te maken, maar ook om te laten ervaren hoe je makkelijker keuzes kunt maken. Daarna een les over de Mierenwandeling als methode. Met een vrij langzame wandel-mier om te beginnen, maar later een mier met fietsondersteuning. Je verzint het niet. Het blijft een vondst en een lollige methode die mensen aanspreekt, en wat belangrijker is: het is meditatief en werkt uitstekend om geconcentreerd te blijven. Het is eigenlijk precies wat ik al die jaren heb bewonderd bij schrijver/tekenaar Frederick Franck en wat hij me adviseerde in een lange brief: ‘Je hebt het, maar vind je eigen woorden’. En die heb ik dus gevonden: een methode die heel goed bij mij past, met humor, maar intussen bloedserieus.

Het resultaat is een impressie van het landschap, gemaakt op een oosterse manier, maar in je eigen handschrift.