Bladerend in een schetsdagboekje van vorig jaar vond ik schetsjes van orchideeën in de Botanische tuin op de Uithof in Utrecht. Mijn verlangen naar groene tropische planten van vorige week borrelde weer op. Ik besloot om deze schetsen vandaag thuis uit te werken.

Naast de grote kassen heb je daar ook drie kleine, aan elkaar geschakelde collectiekasjes met verhogingen waar een fantastische verzameling orchideeën, Rhipsalis (lidcactus), palmen, Nepenthes en meer moois staat. Ik ben bijzonder gecharmeerd van deze kasjes. Toen ik er de eerste keer kwam wist ik van pure verrassing niet waar ik moest kijken. Alles was even mooi.

Ik heb er een serie schetsjes gemaakt over organische vormen. Regelmatige en simpele vormen en lijnen die heel geschikt zijn om in zwart-wit techniek te tekenen. Die schetsjes heb ik nu gebruikt om deze negen plaatjes uit te werken. Met mijn verstand dus. (Want mijn gevoel had het vandaag vooral over groen, groen en nog eens groen.)

De Holle Bilt is een doodlopend weggetje naar restaurant ‘de Biltsche Hoek’ evenwijdig aan de N237 van de Bilt naar Zeist. Zo’n weggetje dat erom vraagt om in te gaan. Dus doe ik dat, als ik op de terugweg ben van Utrecht naar Amersfoort. Ik herinner me dat hier in de zomer ergens een enorme bruine beuk staat. Die ga ik ook nog eens tekenen.

Ik parkeer de auto op een weidedammetje met uitzicht op een landhuis. Het vriest, maar ik ga toch de auto uit om te schetsen, leunend op het oude weidehek. Aan de schaduwkanten van het hout zit rijp. Aan de zonkant schijnt de winterzon op de mooie olijfgroene kleur van het hout. De weide is heel zacht-geelgroen en de akker ernaast heel licht oker met terra. Mooie kleurtjes. Heel zacht en teer, terwijl de takken van de bomen pikzwart zijn. Dat contrast vind ik prachtig.

Er komen verschillende fietsers en wandelaars voorbij. Sommigen zeggen tegen elkaar als ze allang voorbij zijn: ‘…..schetsen geloof ik’. Daar moet je tegen kunnen. Iedereen is altijd verbaasd als je ergens staat te tekenen. Vooral gewoon langs de weg. Ze denken dat je van de gemeente bent of erger: van het Rijk of de politie. Of dat je hun eigendom alvast verkent om ‘s avonds in te breken.

Dus, als u me tegenkomt: ik schets gewoon. Onschuldiger kan het niet.

Ik zou naar de Hortus in Utrecht. Ik had me helemaal verheugd op een ochtend in de orchideeënkasjes en op een schetsresultaat met groene planten en blauwe kikkertjes. Parkeren was een probleem, dus ik reed een eind om en parkeerde verderop. Toen ik eindelijk bij de Hortus aankwam, bleek hij dicht wegens de winter (welke winter?). Ik had ook eerst op de website kunnen kijken, maar ik ging er gewoon van uit dat zoiets het hele jaar open is. Niet dus.

Dan maar naar Eurofleur. Dat is het grootste tuincentrum dat ik ken en dat is fijn als je ongestoord wilt schetsen, ik bedoel dat je dan anoniem achter een grote plant kunt staan. Er is een enorme kamerplantenafdeling, dus inspiratie genoeg. Ik studeer anderhalf uur op allerlei mooie details van planten, die ik wil uitvergroten als abstracte tekeningen. Dat mislukt. Ik brouw een afzichtelijke kindertekening, die ik na uren werken uiteindelijk toch afkeur. Ik weet niet waar het aan ligt, waarschijnlijk het tekenmateriaal (kleurpotlood) in combinatie met het gladde papier. Of gewoon aan mij.

En al die tijd ligt deze schets van 15 vogels op mijn cursustafel. Gisteren tijdens de les begonnen, en na de les afgemaakt met nog een paar exemplaren. En ik vind het een vrolijke stapel.

Zondag was ik in het Von Sieboldhuis in Leiden om de tentoonstelling ‘Fuji in beeld’ te bekijken. Een tentoonstelling met onder andere het werk van Hokusai en Hiroshige, die beiden een serie uitzichten op de beroemde vulkaan Fuji bij Tokyo hebben geschilderd. Mooie en interessante tentoonstelling met veel verschillend werk.

Jammer dat wij zo’n berg niet hebben, ik zou ook wel zo’n serie willen maken. Wat we wél hebben is de Onze Lieve Vrouwetoren, die toch ook gerust wel zo’n 98 meter hoog is. Zou je die ook van verschillende kanten kunnen zien? Misschien is dat wel een heel leuk onderwerp. Ik besloot met de auto een rondje Amersfoort te doen. Het werd een leuke tocht van 64 kilometer, waarbij ik er voor moest zorgen genoeg afstand tot de stad te houden, anders ging de hele toren volledig schuil achter flats en kantoorgebouwen. Aan de westkant bij Soest lukte het sowieso niet, op een schets bij de Bokkeduinen na. Opvallend was dat ik steeds uitkwam bij beken en stromen: de Esvelderbeek, de Modderbeek, het Valleikanaal, de Eem en de Laak.

‘Bent u de weg kwijt?’ zei een wilgenknotter in Stoutenburg.
‘ Watdoetudaar?’ vroegen de scholieren die onder de brug doorfietsten bij de spoorlijn. ‘Tekenen’ riep ik. ‘Oleuk!’ riepen ze terug.
‘Ik heb de toren ook geschilderd’ zei een voorbijganger met hondje.
‘Halloooo, huh, haloo, lekkerhe?’ zei de papegaai bij het café in Achterveld.

En zo heb je overal aanspraak.