Zon. Windje. Heerlijk weer.

Ik zit in de tuin met mijn rol kleurpotloden van Raffiné en besluit het hiermee te doen. Eerst een lichte tekening met zwarte balpen en dan een bos kleurpotloden in mijn hand om mee te kleuren. Eigenlijk net zo als bij de vlinders. Op deze afstand kun je bijvoorbeeld niet de lipbloemen van de Ajuga zien, maar ik zie de kleur blauw en een geschulpte rand. De kunst is om dat te tekenen en niet wat ik weet. Dat is nog lastig zat, het is mierenwandelen op afstand.

Wat er staat van links naar rechts: mijn oranje tulpen Tulipa fosteriana ‘Orange Emperor’, de lage Tulipa ‘Little Princess’,  Ajuga reptans ‘Rubrifolia’, een paardebloem !, Euphorbia griffithii ‘Fireglow’ (trots op, hij staat er net), zaailingen van Linaria purpurea, een net opkomende Hakonechloa macra ‘Aureola’ (dag schat, welkom back), Macleaya cordata, groene stengels van Crocosmia, blad van bloedzuring en Persicaria microcephala ‘Red Dragon’. En daaronder allemaal Ajuga, zo mooi donkerpaars en blauw.

Maar. Er staat ook verdlkers, en iets wat lijkt op melkdistel en nog veel meer ander grut. Ik laat het allemaal staan, want je weet het nooit. Het komt namelijk vanzelf, dus wat zou je moeilijk doen als het geen cent kost? De kleine groene blaadjes zijn van goudsbloemen namelijk, dus ik trek er liefst niets uit, voor je het weet zijn ze gewied.