Op de stapelmuur van stoepstenen staat nu een woud van boompjes. Heel kleine kale boompjes met de vorm van dakplatanen: een stammetje met horizontaal uitwaaierende takken.  De takjes hebben de duidelijke rafelige en geribbelde structuur van dennentakjes. Het heet cypreswolfsmelk. Euphorbia cyparissias om precies te zijn. En hij mag woekeren. Sterker nog: ik verwacht niet anders.

Wat leuk dat je met je neus op die plantjes kunt op deze manier. Maar die neus wordt wel heel snel koud, dus ik doe het grootste gedeelte van deze schets uit mijn hoofd. Ik snijd een stukje af en zie hoe dik de wortels intussen al geworden zijn. En het leukste is de lichtgroene groeipuntjes tussen de oude stammetjes. Zo mooi groen, zo hoopvol. Het wordt heus wel lente.

Ik had eerder al het idee om boven op de muur een Madurodam mini-landschap te maken voor een figuurtje van 2 centimeter hoog. Zo ’n mensje van modeltreinen bijvoorbeeld. Die mag dan in het bijzondere bos wandelen, en ik zal van alles verzinnen om hem te geven wat hij nodig heeft. Het lijkt me heel leuk om te bedenken welke planten geschikt zijn.