Weer een experiment; dat is altijd leerzaam. Vandaag besloot ik met heel weinig materialen naar de Hortus in Utrecht te gaan om staande, en in een warme kas, bloemen en planten te tekenen. Let wel: tekenen, dus meteen ‘mierenwandelen’, voor diegenen die weten wat ik daarmee bedoel.

Dat houdt dus in dat ik met mijn veel te zware schetsboek in een onmogelijke houding naar een piepkleine orchidee sta te turen, en probeer hem te tekenen zonder eerst een schets te maken. Op zich valt dat nog wel mee, want dat kan ik wel. Maar ik kom handen te kort als ik mijn kleurenkaartjes moet gebruiken om de juiste kleuren te noteren. Stel je voor: ik heb links het boek met een paar vingers in het midden vast en in mijn rechterhand een pen, die ik even op het boek moet leggen om in mijn tas aan mijn linkerschouder een potlood te pakken en de kartonnen kleurenkaartjes. Die liggen even later allemaal op het boek, met de kans in de natte bladeren te vallen. Dat allemaal staand in een erg warme kas. Het lijkt me handig om de volgende keer een kledingstuk met zakken aan te trekken.

Thuisgekomen maak ik een proefje in kleurpotlood en aquarel. Daarbij blijkt dat een veegje aquarel het geheel sprankelender maakt dan kleurpotlood. Er had wat meer blad bij gemogen voor een mooie bladzijde, maar op zich is het een geslaagd experiment, vooral vanwege de kick om geen foto’s nodig te hebben.