Het is erg somber weer en het zou behoorlijk gaan regenen, dus ik kies voor een plekje waar ik lekker binnen kan zitten met een kop koffie. Altijd goed. Dichtbij de voormalige vliegbasis Soesterberg is een restaurant op een heuvel waar je uitkijkt over het bos en de hei. Maar natuurlijk niet als ik er zit, want dan is het grijs en wazig. Dus kies ik niet voor het landschap maar voor de nep-rieten stoelen. Die zijn heel leuk om te bekijken, omdat het vlechtwerk zo goed te zien is. Intussen gaan mijn gedachten naar vroeger.

De heuvels van Soestduinen zijn ontstaan in de laatste ijstijd, toen morenen van de gletsjers de grond vooruit duwden en heuvels opwierpen. Een stukje naar links is het ‘Bubbeltjesbos’ waar ik met de kinderen heel veel geweest ben om hele middagen te spelen. Elke berg (eigenlijk gewoon een hoge heuvel) bestond uit met gras begroeid zand en kleine grillige bomen. Uitstekend om in te klimmen. En de wortels van de bomen waren aan de rand van de heuvel uitgesleten door de regen. Een heel mooi gezicht. Ieder kind (3 stuks) had een eigen bergje als woning, en ze gingen bij elkaar op bezoek.

En ik? Ik zorgde voor de voorwaarden, de kleden en badhanddoeken, snoep en drinken, loopfietsje, knuffels en het vervoer en verder schetste ik natuurlijk alles. Ik schetste het bos, ik schetste de barbies en de loopfietsjes en natuurlijk mijn kinderen in alle houdingen die ze aannamen. Ik herinner me mijn zoon die vanuit een boom riep: ‘Heb je het? Ik houd het niet meer’. De kinderbescherming is er nooit achter gekomen.