Suikerbieten, Uithuizen, zondag 10 september 2017

Mijn wekelijkse schetsrondje ging naar de polders ten noorden van Uithuizen. Een heel fijn gebied waar ik vaak kom. Na een bezoekje aan café ’t Zielhoes bij Noorpolderzijl wilde ik doorrijden naar de Klutenplas. Dat is een nat gebied waar veel vogels uit de wadden foerageren. Maar zoals altijd zag ik onderweg zoveel dat ik er nooit aankwam.

Bijvoorbeeld dit. Een enorme berg suikerbieten, net geoogst en wachtend op vervoer. Ik parkeerde mijn auto, en gewapend met windklem en tekenspullen ging ik uit de wind achter de berg staan, zodat ik ook het sporadische verkeer niet hinderde. Maar het waaide veel te hard om me te concentreren, dus ik ben maar op de grond gaan zitten. Toen rook ik de geur pas goed: een zoete, grondige geur die me ergens aan deed denken…

Aan de bieten in de koeienstal bij boer Breunissen in Wageningen, waar ik mijn jeugd heb doorgebracht. Alleen denk ik dat het toen voederbieten geweest moeten zijn. Misschien ruiken ze ongeveer hetzelfde. Ik weet nog dat ik ze klein mocht malen in de snijmachine. Dat was een grote gietijzeren bak op pootjes met een draaiwiel eraan en een geribbelde tekst op de zijkant. Tot mijn verbazing hoefde je er niet eens zo veel kracht op te zetten. Als klein meisje van een jaar of acht draaide ik aan het wiel middenin de stoffige stal tussen de hard snuivende koeien. En stiekem proefde ik een scherfje biet, en het smaakte net als nu, fris en zoet.

Hommelzweefvlieg, Warffum, zaterdag 2 september 2017

Ik zat met een goed glas witte wijn naar de etappe van de Vuelta te kijken. De aankomst op een grauwe berg met nog even een heel steil klimmetje voor de finish. Geweldig. Eigenlijk zou je het nauwkeuriger moeten volgen met een kaart erbij en zo, dan leer je nog wat over het landschap van Spanje. Toen zag ik op het kozijn aan de buitenkant een prachtig insect in de zon zitten. Soort hele grote wesp. Een hoornaar, dacht ik, want ik had er over gelezen in de krant: dat er hele grote gesignaleerd zijn.

Nou vind ik samen wielrennen kijken erg gezellig, maar zo’n dier stopt alles. ‘Bestuderen, bekijken, tekenen!’, riep alles in me. Even later stond ik buiten met een glas en een kartonnetje en ving hem vrij gemakkelijk.

In de scherpe namiddagzon in mijn atelier laat ik hem overlopen in een petrischaaltje, waardoor hij minder mobiel is en ik bestudeer hem nauwkeurig. Met mijn insectenboek erbij blijkt het een hommelzweefvlieg. ‘Onmiskenbaar door de grote afmetingen’, staat erbij. Dat moet hem zijn. Alleen heb ik nu gezien dat zijn vleugels ook nog gekleurd zijn met oker en zwart. Heel erg mooi. De onderkant wilde hij niet tonen. Zou ik ook niet doen.

Ik heb hem losgelaten in de tuin, waarna hij met enorme vaart richting buren vertrok. Mijn hoop dat hij nog eens op bezoek komt, is waarschijnlijk ijdel.

Engels, Westernieland, donderdag 24 augustus 2017

Vandaag was ik in Westernieland. Met kerst is het 300 jaar geleden dat Noord Groningen getroffen werd door een grote overstroming. In het kader daarvan zijn er in het Hogeland tal van kunstwerken gemaakt die daaraan herinneren of verwijzen naar een andere grote overstroming, overal ter wereld. In Westernieland staat het kunstwerk ‘Aquatheek’ van Groenewoud en Buij. Dit kunstwerk staat naast de kerk van Westernieland, tussen de historische graven. Het spreekt me erg aan, omdat het een verzameling is, en ik ben gek op verzamelingen en op de manier waarop ze tentoongesteld worden. Het kunstwerk is een open iglo-achtige constructie van hout met heel veel glazen potten. De bedoeling is dat bezoekers deze potten vullen met water uit de omgeving. Ik vind het erg mooi, vooral omdat het water onder invloed van de zon gaat verkleuren.

Vervolgens heb ik een uurtje zitten tekenen op de oude begraafplaats. Zittend op een reusachtige liggende zerk heb ik de zon op het gras, de bakstenen en de bladeren geschetst. De sfeer heeft iets van Engeland, sterker nog, deze plek doet me sterk denken aan de kerk van Brede, waar ik met een groep op schetsreis geweest ben. Het zonlicht, het uitzicht tussen de bomen door, de stille vlinders, de oude inscripties op de zerken, het gele korstmos, een roodborstje, zelfs het onverstaanbare gebabbel van twee boeren geeft een vakantiegevoel.

Daarna heb ik mijn tocht over smalle weggetjes vervolgd en ben ik hier en daar gestopt om de oogst te schetsen. Alle tarwe is nu binnen, nu de uien en de mais nog. Vanavond hebben we gegeten van mijn tekenmodellen van vorige week: wortel, ui, en aardappel.

De Ploeg, Schouwerzijl, woensdag 16 augustus 2017

Tijdens een wekelijks schetsommetje kom ik langs Schouwerzijl. Een prachtig dorpje in een heel mooi landschap langs het Reitdiep. De moeite waard om een hele tijd in rond te hangen, maar vandaag wil ik door. Ik rijd verder over de dijk naar Schaphalsterzijl. Vanaf dit dijkje heb je een fraai uitzicht over de polders. Het is een smal dijkje, maar er zijn uitwijkplaatsen gemaakt, speciaal voor mij, om te schetsen natuurlijk.

Als ik rechts kijk, denk ik dat ik hallucineer: ik zie roze, lila en rood in het landschap. Ik stop bij de eerste de beste parkeermogelijkheid en installeer me tegen de auto aan geleund met uitzicht op het landschap. Het is niet waar! Wat een bijzondere kleuren. Ik besluit ze zo goed mogelijk te noteren, omdat ik precies de werkelijkheid wil hebben. De kleuren van mijn kaartjes heb ik opgeschreven, en thuis aangetekend. Alleen heb ik deze schets met aquarel ingekleurd. Dat is nog heel lastig, want dan moet je het mengen. De achterste akker bijvoorbeeld is paars met lilabruin: potlood Luminance, ‘burnt sienna 50%’, een kleur die ik nog nooit gebruikt heb. En met aquarel moet je sepia en Windsor purple met elkaar mengen. Logisch.

Heel apart, het komt waarschijnlijk vooral omdat ik tegen de zon inkijk. Ik kan me heel goed voorstellen dat een schilder van De Ploeg dit zou overdrijven en abstraheren, want van dit naar fantasie is maar een heel kleine stap.

Kop-hals-romp, Uithuizen, zondag 6 augustus 2017

Langs de doorgaande weg in het noorden van Groningen liggen restanten van de oude kronkelende weg, die langs de boerderijen gaat. Om te schetsen is die weg leuker. Ik neem het stuk vlak voor Uithuizen, dat ‘De Streek’ heet. Het is overal even prachtig en het weer is stralend. Ik zit evengoed in de auto omdat ik met fietsen altijd zo veel tijd kwijt ben om ergens te komen. Het is heel handig om in de auto te schetsen. Je hebt alles bij de hand en als het begint te regenen (wat voorspeld is) zit je lekker droog. Muziekje erbij.

Deze boerderij van het kop-hals-romptype vind ik prachtig. Ik heb hem in de winter als een van de eerste schetsen gemaakt, met bruingrijze grond ervoor. Nu staat de akker in lichterlaaie van de rijpe gerst. In de akker ernaast uien, die enorm ruiken. Dat ruik ik door het open raam van de auto. Heftige geur. De bollen zélf zijn iets nieuws om te schetsen. Hoe krijg je die witte ronde vormen voor elkaar? Na een tijdje prutsen ontdekte ik dat het net zo gaat als al het witte in een landschap: niet tekenen. Alleen de omgeving kleuren. En die is bruin. Makkie.

Wat ook wit is, zijn de mooie driehoekjes bovenaan de daken van de twee gigantische schuren. Laat ik die nou niet mooi wit hebben gelaten.