Ransuilen, tuin, donderdag 26 oktober 2017

Van de zomer wees onze buurvrouw ons op de ransuil die in de grote wilg achter onze tuin zat. Ik had er nog nooit één gezien, laat staan van zo dichtbij. Hij zat op een tak, dicht tegen de stam aan, en als ze niets gezegd had was het me volledig ontgaan. Ik was opgewonden over zoiets bijzonders. Later vertelden we dat tegen haar man en die zei: ‘Vorig jaar zaten er veertien.’ Punt. Verder niets. Ik wist niet wat ik ervan moest denken. Veertien? Nam hij ons in de maling? Tot we van de zomer met de buren onder hun berk zaten en iedere uil telden die uit de boom vloog. ‘Twaalf, dertien….het zal toch niet?’ Hij had dus gelijk! Ongelooflijk, en het is een doodgewone kleine berk.

Nu is de boom bijna kaal. Er zit nog wat bruingeel blad aan. Hier en daar zie ik nu heel duidelijk een uil zitten, roerloos. Tekenen gaat alleen van een foto, die ik leen uit een tijdschrift. Ik heb er plezier in om al die veren met grijs potlood weer te geven en ook nog diepte, textuur en kleur. Ik ben er nog lang niet mee klaar. Het is als een spannend boek, dat lees ik ook zo langzaam mogelijk; jammer als het uit is.

In de winter schijnen de uilen op dezelfde roestplaats te verblijven. Ik kan het me niet voorstellen: met z’n allen in een kale berk? Als het te erg wordt vraag ik ze binnen.

Vlechtkunst, atelier, donderdag 12 oktober 2017

Bij de kringloop vond ik van de zomer deze vlechtwerken van graan. Het was een hele bak vol voor een euro, en het zag er verwaarloosd en oninteressant uit. Op het eerste gezicht oude troep. Maar omdat ik bezig was met het tekenen van tarwe voor een boek over het Hogeland, besloot ik het toch maar mee te nemen.

Nu het schetsen van de landschappen op een wat lager pitje staat, ben ik in mijn atelier bezig met stillevens. Waaronder dit. Het lijkt me een leuke toevoeging om te laten zien wat de mensen vroeger maakten in de koude winters. Dat stel ik me tenminste zo voor: in de strenge winters vroeger met de restanten van de oogst bij de kolenkachel… Ik weet het niet, straks zijn ze toch gewoon van Ikea. De vlechtwerken zijn nog heel mooi en nauwelijks beschadigd en de touwtjes om ze op te hangen zitten er nog aan.

Pas als je het gaat tekenen blijkt het erg ingewikkeld in elkaar te zitten. De vormen zijn bepaald door de vouwmogelijkheden van de stelen, en tegelijk op het feit dat de ronde stelen platter worden als ze gevouwen worden. Dat kun je mooi zien in de hoeken. En dat is heel moeilijk om te tekenen, maar leuk als het lukt.

Spikkels, Groningen Stad, donderdag 5 oktober 2017

Vandaag moeten we weer eens in Groningen zijn, en na onze boodschap besluiten we een beetje door de buurt te dwalen. We komen door de Kastanjelaan (waar grootbladige iepen staan), door de Moeslaan (zonder appels) en door de Radijsstraat (zonder radijs). Ik vind dat niet kunnen. Stel je voor dat je autistisch bent, dan loop je elke dag tegen die onvolkomenheden aan. Bovendien vind ik radijs geen naam voor een straat; dat lijkt me heel ongeschikt als laanbeplanting.

Maar bij het uitgaan van de Radijsstraat moet ik wel even stoppen omdat ik een boom zie die ik niet ken. Mijn interne zoekmachine werkt op volle toeren terwijl ik parkeer en uitstap. Een vrij kleine boom, die nog volop in blad zit. Groot, rond blad zonder veel tanden. Soms met al prachtige herfstkleuren, die nog veel meer moois beloven. Dat lijkt een meelbes. De onderkant van het blad is inderdaad zacht behaard. Maar de meelbes heeft niet zulke grote vruchten aan het uiteinde van de takken. Waar ik net niet bij kan. Dus raap ik wat vruchten, die ruw voelen en hard. Ze zijn mooi rond en hebben een appelachtig uiterlijk. Het ruwe gevoel komt van heel veel kleine lichte stippeltjes, lenticellen.

Thuisgekomen bestudeer ik hem. Het blijkt inderdaad een appelsoort en wel Malus tschonoskii. Genoemd naar de Japanse botanicus Tschonoski. Als ik hem opzoek op internet blijkt hij in Belmonte in Wageningen te staan, waar ik gewerkt heb nota bene. Leuk, zo’n nieuwe kennis.

Wiskunde, Groningen Stad, donderdag 28 september 2017

Ik moest voor een paar boodschappen in ‘Stad’ zijn en besloot daarom mijn schetsdagboek maar mee te nemen. Voor het geval jullie denken dat ik echt alleen nog maar het platteland schets.

Na aankomst op het station zat ik op het grote plein te schetsen. Ik viel op het contrast tussen het weelderige oude stationsgebouw en het strakke KPN kantoor. Achteraf had ik het stationsgebouw meer moeten mierenwandelen, omdat de details in het echt veel leuker waren dan op deze schets. En mijn stift was wel een beetje erg dik. Nu was ik ook enorm afgeleid door een groep kinderen, die alsmaar groter werd. Op het laatst stonden ze naast me op de bank omdat ze naar beneden in de fietsenkelder wilde kijken. Heel irritant. Ik ben toen opgestaan en richting Groninger Museum gelopen.

Daar ben ik even in de winkel geweest, en toen ik weer naar buiten kwam stonden dezelfde kinderen naar de muur te kijken. Ik ben naar ze toe gelopen en heb gevraagd wat ze deden. Een paar hopeloos kijkende meisjes waren dankbaar. Ze hadden allemaal een wiskunde-opdracht met de naam ‘de wiskunde ligt op straat’. Een kopietje met veel foto’s en originele vragen. Bij de muur van het museum: ‘Op hoeveel manieren kun je een horizontaal rijtje van 5 aaneengesloten donkerblauwe tegeltjes in het 10 bij 10 vierkant zetten?’ En: ‘Hoeveel halve vazen staan er op het gebouw in het water?’ Dat gebouw is rond, dus ik neem aan dat je dat dan moet kunnen berekenen. Maar de meeste kinderen begonnen over hekjes te klimmen en om te lopen, om alles te kunnen tellen. Het museumpersoneel stond er een beetje bij te kijken met de koffie in de hand. Ik vond het leuk. Zo leer je kinderen spelenderwijs wiskunde.

Kleur, Ewsum, Middelstum, woensdag 20 september 2017

Landgoed Ewsum ligt vlak bij Middelstum hier in Noord-Groningen. Het is geen borg meer, maar nog steeds een prachtig landgoed. We zwierven een beetje rond door de tuinen, om de slotgracht heen en kwamen toen in een lange tuin met blauwe bankjes. Ondanks het sombere weer was deze tuin verrassend mooi. Dat kwam vooral door de felle kleuren van Asters, Sedums, Rudbeckia, en de achtergrond van donkere struiken zoals Cotinus en zwarte vlier. Heel erg mooi.

Intussen ben ik zelf bezig met mijn felle-kleurentuin die een beetje moet gaan lijken op Great Dixter in Engeland. Voor degenen die die tuin niet kennen: het is balanceren op de grens van romantische wanorde en totale chaos. Een tuin met allerlei groeisels die stuk voor stuk beoordeeld worden of ze gewied moeten worden of niet. Een tuin met een onconventionele keuze aan planten. Rozen, vaste planten, groentes, eenjarigen en bollen staan er allemaal door elkaar. De cottage heb ik al: dat is ons huis in rode Groninger baksteen. Ik plant van alles in de tuin wat maar kleur heeft. Knalrode Montbretia, kattestaarten, rode Dahlia’s, Verbena’s, roodpaarse Geraniums, Fuchsia, oranje slaapmutsjes; het kan niet gek genoeg. Heel wat anders dan mijn groene bladtuin in Amersfoort, die ook heel leuk was, maar een beetje klein. Ik ben me hier helemaal aan het uitleven.

Deze aquareltekening gaat ook over kleur. Vooral de idioot paarse spekbonen (‘Sweet Astralian’) had ik nog nooit gezien. Ik droog de zaden in de hoop ze in het voorjaar te kunnen planten. Verder de vruchten van de Magnolia, geraapt langs de weg in Middelstum. Ricinus-bonen van een ketting uit de kringloopwinkel en rode bessen van de Crataegus lavallei. September is de maand van kleur.