De vleugelnoot. Hij heeft behoorlijk geleden onder de breuk van vorig jaar maar is enthousiast aan het uitlopen. Met allemaal kleine loten aan de noordkant, dat wel. Het is de enige boom die nog vol in blad zit en je vindt er allerlei kleuren groen, maar vooral een heel warm soort donkergeel. Af en toe komt er zo’n blad voorbij in de vrij stevige wind. En dat zijn dan nog maar onderdelen van het enorme samengestelde blad van een halve meter, met 19 deelblaadjes.

Er zijn mensen die minder blij zijn met de vleugelnoot, omdat hij overal wortelopslag maakt. Het is een ramp. Regelmatig zie ik dat er een nieuwe opslag is afgedekt met een vuilniszak, ik geloof dat elk middel geprobeerd wordt. En terecht, de tuin zou helemaal vol staan met deze enorme bomen. In het Bezuidenhout van Den Haag is een straat die vol staat met vleugelnoot. De bomen vormen met elkaar een grote tunnel die in de late zomer aan de binnenkant vol hangt met lange vruchtstaarten, wat een geweldig gezicht is en bijzonder om onder door te rijden. Ik ben benieuwd hoe ze daar omgaan met wortelopslag; dat lijkt me in een drukke stad een nog groter probleem.

Al schetsend zie ik een eindje verderop in de tuin het huis op de hoek van de Schoolstraat. Hé, dat heb ik nog niet eerder getekend, dat is apart, niks voor mij om dat niet eerder te zien. Als ik het af heb, zie ik pas waarom ik dat kan schetsen: de grote hulst die er voor stond is erg heftig gesnoeid. Ik schrik ervan.