Wintergroen, Zeist, 6 maart 2017

Vandaag moest ik in Zeist zijn en ik had tijd over, dus ik ben een rondje door een oude wijk gereden. Een mooie bosrijke wijk. Prachtige oude villa’s met enorme hulststruiken aan het pad, hoge coniferen naast het huis en grote hagen Taxus. Vooral heel veel wintergroen. Wat geeft dat een rijk en rustig gevoel, zo veel groen in de winter.

Ik heb heel veel foto’s gemaakt van die wintergroene struiken en bomen om te beoordelen hoe hoog ze nu eigenlijk worden. Dat wordt me niet heel duidelijk in de boeken die ik heb, want in werkelijkheid ziet het er toch anders uit. In mijn toekomstige tuin in Warffum wil ik een basis van veel wintergroene struiken. Die geven behalve rust ook een schuilplaats aan veel vogels. Op dit moment is er daar alleen nog een haag van laurierkers bij de buren. Er is geen enkele basis of vorm in de tuin, dus die ga ik maken met een goede keuze aan struiken. Ik heb ze meteen maar gekocht. Vrijdag, als we de sleutel van ons nieuwe huis krijgen, neem ik ze als eerste mee naar Warffum.

Die altijd groene basis ga ik aanvullen met veel besdragende struiken zoals Gelderse roos voor de lijsters, rimpelroos voor de groenlingen, en met stekelige struiken waar de mussen in kunnen nestelen. Daartussen komen de bloeiende planten, waaronder veel bollen, tweejarigen en planten met mooi gevormd blad. En uiteraard veel mooie klimplanten. Dat allemaal later, eerst maar eens het raamwerk.

En de schetsen heb ik gemaakt van foto’s…. ja, ik weet het.

John Dowland, Onderdendamsterweg, Warffum, 20 februari 2017

Vandaag was ik in Warffum. Eén overnachting en een hele dag om te schetsen. Dat was hard nodig, want al mijn innerlijke beelden kwamen uit de omgeving van Eenrum en Warfhuizen, twee dorpen die ik verkend heb omdat we er bijna zouden gaan wonen. Ik ben daar toen uitgebreid gaan rondhangen met mijn schetsboek om van alles vast te leggen. Als ik schets ben ik op die plek meer aanwezig dan als ik alleen maar kijk. Het voelt echt alsof er wortels op die plek groeien die altijd in de grond blijven zitten. Dat heb ik met elke schetsplek waar ik gezeten heb. Of het nu lang geleden is of niet. In Eenrum en Warfhuizen zijn er intussen een heel aantal van die plekken. In Warffum had ik er nog niet één. Na vandaag heb ik er elf.

Ik had pech. Het miezerde de hele dag. Ik vind slecht weer niet erg, kou niet, harde wind niet, maar regen maakt mijn papier onbruikbaar. Door de natte plekken pakt mijn pen niet.
Maar daar heb ik natuurlijk iets op gevonden. Ik parkeer mijn auto met de neus de goede kant op, installeer alle spullen op de bijrijdersplaats en schetsen maar. Radiootje op 4. Appeltje bij de hand.

Tijdens het verzoekprogramma op Radio 4 werd een stuk van John Dowland gespeeld omdat iemand twee druppels langs het raam zag biggelen. Daardoor werd ze herinnerd aan zijn ‘Lachrimae’. Een heel droevig, langzaam en prachtig lied, wat heel goed paste bij mijn wazige regenschets.

De ineengedoken fietser die voorbijkwam, zwaaide alleen met de vingers van de hand aan het stuur. ‘Moi’.

Bladeren, Burgers’ Bush, Arnhem, 6 februari 2017

Ik ben gek op bladeren. Grote, kleine, smalle, brede, donkergroene en lichtgroene bladeren. En als het zulk grijs weer is als vandaag mis ik ze soms zo erg dat ik naar een tuincentrum ga met veel kamerplanten. Of naar Burgers’ Bush, zoals vandaag.

Ik heb twee uur rondgehangen in het tropisch regenwoud. Heerlijk. Om me heen de mooiste vogels en bloemen en overal allerlei bladeren. Het geeft me een heel weelderig en rijk gevoel. Gek, terwijl ik toch nooit in de tropen ben geweest lijkt het alsof ik me er thuis voel. Het herinnert me in ieder geval aan de achterburen van mijn ouderlijk huis in Wageningen, die uit Indonesië kwamen. Hun huis stond vol met grote bananenbomen, een enorm tropisch aquarium, een opgezette tijger in de gang, en sabels aan de muur. Waarschijnlijk heeft die sfeer gezorgd voor mijn tropische fascinatie.

Ik heb heel veel gezien vandaag. Ik heb blauwgroene hagedissen gezien en paarse vogels. Ik was gelukkig, ik heb genoten. Deze bladzijde zou een afspiegeling moeten zijn van dat gevoel, maar dat valt me tegen. Terwijl ik er zo mijn best op heb gedaan.

En dat zal de oorzaak zijn.

Winterkleur, Arboretum ‘De Dreijen’, Wageningen, 2 februari 2017

Hier en daar wordt het schoorvoetend lente. Een narcissenblad steekt boven de grond uit, een stelletje crocussen in blad, en sneeuwklokjes in knop. Veel meer is het niet. Het is dan ook nog lang geen lente.

Ik reed naar het oude arboretum ‘de Dreijen’ in Wageningen (mijn stageplek van de tuinbouwschool) in de hoop bloeiende toverhazelaars te zien. Achteraf had ik daarvoor beter naar het andere arboretum (‘Belmonte’) kunnen gaan, want daar staat een hele verzameling. In ‘de Dreijen’ vond ik er één in bloei, maar dat was dan wel gelijk de allermooiste van allemaal. Het was de donkerrode Hamamelis x intermedia ‘Orange Beauty’. Wel een vreemde naam voor een rode toverhazelaar trouwens. Misschien stond het bordje wel fout. Ik kon natuurlijk niets plukken. Dus moest ik blijven staan tussen de struiken en de dunne sliertjes zo precies mogelijk tekenen. Dat was erg lastig. Het is al vreselijk ingewikkeld om ze aan tafel in mijn atelier te tekenen.

Bij de vijver en de rotspartij heb ik op een bankje gezeten en de coniferen aan de overkant getekend. Het was heerlijk zacht weer met een dun zonnetje en ik heb ervan genoten. Vooral ook omdat de gaaien en de eksters zo druk krijsend om me heen vlogen. Toen ik de schets af had, ben ik nog een rondje ‘vindsels’ gaan zoeken (dat kan eigenlijk niet) en heb ik een grote tas vol mee naar huis genomen. Daar liggen ze nu te stinken op tafel, dus ik hoop dat ze morgen droog genoeg zijn om ze in een doos te doen.

‘Natural history’, Loods 5, Amersfoort, maandag 23 januari 2017

Loods 5 is een gigantisch groot gebouw in Vathorst, een heel grote hal die opgedeeld is in kleine bedrijfjes. De bedrijfjes handelen in ‘woon- en lifestyle gerelateerde artikelen’: meubels, servies en decoratie. Ik ben er één keer eerder geweest en verbaasde me toen over de enorme hoeveelheid spullen die allemaal even mooi en aantrekkelijk waren.

Vandaag was het grijs en nattig weer, dus ideaal om een rondje Loods 5 te doen. Het leek me leuk om alles wat ik mooi vond te gaan tekenen. In het restaurant heb ik het cijfer vijf van de naam groot in mijn schetsboek getekend om een kader te hebben voor alle losse schetsjes die ik verwachtte te maken. De 5 staat ook voor de wandeling die je aflegt door het immense gebouw.

Meteen na binnenkomst in de winkel werd ik gegrepen door opgezette dieren. Wow! Ik zag blauwe vlinders, hertenkoppen met gewei, een opgezette haai en veren in een standaard. Ik was verbaasd en verrast: wat een kans om dit te schetsen! Fantastisch en ideaal om die dieren van heel dichtbij te kunnen bestuderen. Ik raakte helemaal in de ban van die prachtige vlinders.

Na een tijdje tekenen realiseerde ik me dat ze inderdaad echt waren en dus allemaal geleefd hebben. Dat gaf te denken. Opeens vond ik het niet zo leuk meer. Ik heb altijd gedroomd van een prachtige Morpho in mijn verzameling thuis, maar na vandaag niet meer. Na enig onderzoek kwam ik er thuis achter dat die vlinders heel moeilijk te kweken zijn, dus is het helemaal niet zeker dat al die opgezette exemplaren niet uit het wild komen. Grootschalige handel in opgezette dieren? Lijkt me geen goed idee.