Hier en daar wordt het schoorvoetend lente. Een narcissenblad steekt boven de grond uit, een stelletje crocussen in blad, en sneeuwklokjes in knop. Veel meer is het niet. Het is dan ook nog lang geen lente.

Ik reed naar het oude arboretum ‘de Dreijen’ in Wageningen (mijn stageplek van de tuinbouwschool) in de hoop bloeiende toverhazelaars te zien. Achteraf had ik daarvoor beter naar het andere arboretum (‘Belmonte’) kunnen gaan, want daar staat een hele verzameling. In ‘de Dreijen’ vond ik er één in bloei, maar dat was dan wel gelijk de allermooiste van allemaal. Het was de donkerrode Hamamelis x intermedia ‘Orange Beauty’. Wel een vreemde naam voor een rode toverhazelaar trouwens. Misschien stond het bordje wel fout. Ik kon natuurlijk niets plukken. Dus moest ik blijven staan tussen de struiken en de dunne sliertjes zo precies mogelijk tekenen. Dat was erg lastig. Het is al vreselijk ingewikkeld om ze aan tafel in mijn atelier te tekenen.

Bij de vijver en de rotspartij heb ik op een bankje gezeten en de coniferen aan de overkant getekend. Het was heerlijk zacht weer met een dun zonnetje en ik heb ervan genoten. Vooral ook omdat de gaaien en de eksters zo druk krijsend om me heen vlogen. Toen ik de schets af had, ben ik nog een rondje ‘vindsels’ gaan zoeken (dat kan eigenlijk niet) en heb ik een grote tas vol mee naar huis genomen. Daar liggen ze nu te stinken op tafel, dus ik hoop dat ze morgen droog genoeg zijn om ze in een doos te doen.