Zo was het helemaal niet. Het was heel guur, heel koud, en heel grijs, en heel donker.

Maar de kunstenaar mag de zaak verfraaien, niemand die hem tegenhoudt. De tuin is nu vrijwel uitgebloeid, de struiken en de bomen kaal. Het wordt langzamerhand kouder en natter. Binnenkort komt de eerste nachtvorst en daarna hangen ’s morgens de eenjarigen slap. De oostindische kersen als een hoopje snot op de potten en de Cobaea als natte was over de schutting. Heel akelig, een afschuwelijk gezicht. Dus je zou denken, haal ze dan eerder weg, maar dat is dan weer zonde van de mooie bloemen. Want de Cobaea bloeit nog volop en krijgt nog steeds verse knoppen en, wat nog mooier is, lange groeiranken. Echt waar. Wat een topplant.

Dus het is de kunst de aandacht af te leiden van dat nachtvorstmoment. Ik heb vorig jaar november een hele tijd zitten kijken om te beoordelen waar een kleurige vlek moest komen. Daarna ben ik naar de kweker gegaan om te kijken wat er op dat moment kleur had. Grassen natuurlijk! En struikjes met herfstkleuren, al valt dat blad wel snel af. Die heb ik toen meteen gekocht en ze staan nu op die strategische plekken om het oog naar mooi geel, lichtoranje en oker te trekken. Het zijn dus vooral de grassen die erg mooi zijn nu. Maar ook de bessen van de vuurdoorn dragen flink bij en natuurlijk mijn speciale geel-struik: Physocarpus. De schat is een plaatje in het voorjaar, maar ook nu siert hij de hele tuin. Kortom, het is altijd feest achter mijn atelier.